← België

Cassatiebeschikking 2114 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 11/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 11 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.114 Rolnummer: A. 186868/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2114 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 11/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-20 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 07:36 Fiche Beschikking nr 2.114 van 11 februari 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2114 van 11 februari 2008 in de zaak A. 186.868 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Angolese nationaliteit, op 28 januari 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 5214 van 19 december 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 7 februari 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel stelt de verzoekende partij dat de bestreden beslissing de materiële motiveringsplicht schendt. Zij zet onder meer uiteen dat zij ingevolge overmacht de uitnodiging om ter terechtzitting te verschijnen niet heeft ontvangen. Deze grief is vreemd aan de motiveringsverplichting. Het middel kan, zoals het is opgesteld, niet leiden tot cassatie van de bestreden beslissing. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, 186.868-1/2 BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op elf februari tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 186.868-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.114 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.