← België

Cassatiebeschikking 2259 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 05/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 05 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.259 Rolnummer: A. 187092/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2259 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 05/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-12 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 07:44 Fiche Beschikking nr 2.259 van 5 maart 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2259 van 5 maart 2008 in de zaak A. 187.092 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat F. JACOBS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Kroonlaan 207 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Libanese nationaliteit, op 18 februari 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 5726 van 14 januari 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 28 februari 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel zet de verzoekende partij uiteen dat de bestreden beslissing is genomen met schending van de artikelen 39/65, 48/4 en 49/3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) en van artikel 149 van de Grondwet. Ook zouden, steeds volgens de verzoekende partij "de gevolgen gehecht aan de devolutieve werking van het beroep" en "de bewijskracht die aan de akten dient te worden toegekend" zijn miskend. Het bestreden arrest kan niet "worden beschouwd als hebbende en rechtsgeldige formele motivatie", omdat de motieven in strijd zouden zijn met het beschikkend gedeelte. 187.092-1/3 Uit de uiteenzetting van het nogal verward en onduidelijk opgestelde middel blijkt dat de verzoekende partij opkomt tegen de inhoudelijke motieven van de bestreden beslissing en wil dat de Raad van State de feitelijke beoordeling van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overdoet. Wanneer de Raad van State als rechter in cassatie een jurisdictionele administratieve beslissing aan de wet toetst, treedt hij niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. Het komt niet aan de Raad van State toe het oordeel van de feitenrechter over de grond van de zaak over te doen. Luidens art. 14, §2, R.v.St.-wet treedt de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in geval van cassatieberoep "niet in de beoordeling van de zaak zelf". Het feit dat de verzoekende partij het niet eens is met de motieven van de beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is op zich geen middel tot cassatie. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 187.092-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op vijf maart tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 187.092-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.259 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.