← België

Cassatiebeschikking 2594 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 17/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 17 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.594 Rolnummer: A. 187606/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2594 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 17/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-14 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 07:55 Fiche Beschikking nr 2.594 van 17 april 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2594 van 17 april 2008 in de zaak A. 187.606 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat C. BORMS, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, De Burburestraat 6-8 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Afghaanse nationaliteit, op 25 maart 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 7651 van 22 februari 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 3 april 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij de schending van de motiveringsplicht opwerpt, waar zij stelt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geen rekening heeft gehouden met de tijdelijke bescherming die aan de verzoekende partij geboden werd door de omzendbrieven van 25 augustus 2003 en 24 februari 2004; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in overweging 5.2 van het bestreden arrest stelt: “De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen moet haar oordeel steunen op de feitelijke situatie zoals deze zich voordoet in het land van herkomst op het ogenblik van haar beslissing”; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen hiermee aangeeft dat de voornoemde omzendbrie- ven, waarvan de werkingsduur overigens tot 1 september 2004 beperkt was, niet relevant zijn voor een actueel oordeel over het verlenen van de subsidiaire beschermingsstatus, zeker 187.606-1/2 nu landeninformatie ter beschikking staat die dateert van eind 2007; dat het bestreden arrest aldus afdoende gemotiveerd is; dat het middel kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zeventien april tweedui- zend en acht, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 187.606-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.594 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.