id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 17 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.602 Rolnummer: A. 187610/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2602 - Dienst Vreemdelingenzaken - 17/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-19 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 07:55 Fiche Beschikking nr 2.602 van 17 april 2008 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2602 van 17 april 2008 in de zaak A. 187.610 In zake :
- XXXXX,
- XXXXX, in eigen naam en in naam van hun minderjarige kinderen XXXXX, XXXXX, XXXXX, die wonen te 2400 MOL, Ginderbrug 98 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, thans de minister van Migratie- en Asielbeleid. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX en XXXXX, beiden van Servische nationaliteit, in eigen naam en in naam van hun minderjarige kinderen XXXXX, XXXXX en XXXXX, op 25 maart 2008 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 7909 van 27 februari 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 3 april 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij op 14 november 2007 hoger beroep heeft ingesteld bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen tegen de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 25 september 2007 waarbij haar aanvraag om machtiging tot verblijf niet-ontvankelijk wordt verklaard; dat de verzoekende partij in dat beroepschrift op algemene wijze een aantal beginselen van behoorlijk bestuur aanhaalt, in een aantal punten uiteenzet dat er "wel 187.610-1/3 voldoende en als buitengewone omstandigheden te quoteren elementen voor handen (zijn)" en vervolgens besluit dat "de bestreden beslissing van D.V.Z. teniet gedaan en gezegd worden voor recht dat de aanvraag artikel 9 bis ingesteld door appellanten d.d. 30/06/07 (poststempel 04/07/07) gegrond verklaard, en zij gemachtigd dienen te worden tot lang verblijf in België"; Overwegende dat dergelijke uiteenzetting met een amalgaam van feiten en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaruit niet kan worden afgeleid welke bepalingen of beginselen volgens de verzoekende partij door de minister van Binnenlandse Zaken op welke wijze zouden zijn geschonden, niet beantwoordt aan de vereiste van een middel, zoals omschreven in artikel 39/69, tweede lid, 4/, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat dit des te meer klemt nu het beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen tegen de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 25 september 2007 een annulatieberoep vormt, waarbij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een wettigheidscontrole uitoefent doch geen uitspraak met volle rechtsmacht doet; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest op wettige wijze tot een gebrek aan middelen in de zin van het voornoemde artikel 39/69 en bijgevolg tot de niet-ontvankelijkheid van het bij hem ingestelde beroep kon besluiten; dat het middel kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. 187.610-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zeventien april tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 187.610-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.602 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.