← België

Cassatiebeschikking 2659 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.659 Rolnummer: A. 187895/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2659 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-13 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 07:59 Fiche Beschikking nr 2.659 van 30 april 2008 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2659 van 30 april 2008 in de zaak A. 187.895 In zake : XXXXX die woonplaats kiezen bij advocaat A. MOSKOFIDIS, kantoor houdende te 3600 GENK, Rootenstraat 21/18 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatmozen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Libanese nationaliteit en XXXXX, van Iraakse nationaliteit, op 17 april 2008 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 8778 van 14 maart 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 28 april 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel roepen de verzoekende partijen de schending in van artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), van artikel 1, A

(2)van het verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 (Conventie van Genève), goedgekeurd bij wet van 26 juni 1953 en van het redelijkheidsbeginsel. Zij stellen eveneens dat het bestreden arrest is aangetast door een manifeste appreciatiefout. De Conventie van Genève heeft geen rechtstreekse werking. Voorts raakt de door de verzoekende partijen geleverde kritiek de grond van de zaak en de beoordeling daarvan behoort niet tot de taak van de cassatierechter. 187.895-1/2 Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel
  1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  2. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op 30 april tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 187.895-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.659 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.