← België

Cassatiebeschikking 2660 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/04/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.660 Rolnummer: A. 187897/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2660 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/04/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-15 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:59 Fiche Beschikking nr 2.660 van 30 april 2008 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2660 van 30 april 2008 in de zaak A. 187.897 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. M. MANESSE, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Galerij Naamse Poort 23/2 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Kameroense nationaliteit, op 17 april 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 8560 van 12 maart 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 28 april 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel roept de verzoekende partij de schending in van artikel 149 van de Grondwet en van de artikelen 39/65, 48/3 en 48/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). Zij stelt eveneens dat het bestreden arrest niet antwoordt op de door haar aangevoerde argumenten. De door de verzoekende partij geleverde kritiek raakt de grond van de zaak en de beoordeling daarvan behoort niet tot de taak van de cassatierechter. Het feit dat een rechtscollege niet heeft beslist in de zin die de verzoekende partij wenste, impliceert nog niet dat niet werd geantwoord op de door haar ingediende bezwaren en dat bijgevolg de motiveringsplicht werd geschonden. 187.897-1/2 Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op 30 april tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 187.897-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.660 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.