id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 06 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.676 Rolnummer: A. 187953/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2676 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 06/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-14 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:00 Fiche Beschikking nr 2.676 van 6 mei 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2676 van 6 mei 2008 in de zaak A. 187.953 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat B. BEKAERT, kantoor houdende te 9000 GENT, Burgstraat 38 A tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Servische nationaliteit, op 23 april 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 9036 van 21 maart 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 30 april 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel wordt de schending aangevoerd van artikel 39/58 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). De verzoekende partij beweert dat er geen kennisgeving van de rechtsdag werd verzonden naar haar gekozen woonplaats. Uit de stukken waarop de Raad van State vermag acht te slaan blijkt dat die kennisgeving wel degelijk naar de door de verzoekende partij gekozen woonplaats werd verzonden en dat het ontvangstbewijs werd ondertekend, zodat het middel feitelijke grondslag mist. 187.953-1/2 Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op zes mei tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 187.953-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.676 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.