← België

Cassatiebeschikking 2688 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 07/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 07 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.688 Rolnummer: A. 187543/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2688 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 07/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-20 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 08:00 Fiche Beschikking nr 2.688 van 7 mei 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2688 van 7 mei 2008 in de zaak A. 187.543 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat V. VEREECKE, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Elf Julistraat 32 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Georgische nationaliteit, op 19 maart 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 7307 van 14 februari 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 3 april 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het bestreden arrest onder punt 6.2.

  1. een Engels citaat uit een verslag in het administratief dossier wordt weergegeven, zonder vertaling; dat onder punt
  2. van het bestreden arrest echter de zakelijke inhoud van die informatie uit het administratief dossier wordt weergegeven, met name dat "gewone leden van Georgian Revival Union, die zich niet inlaten met illegale activiteiten, geen risico op vervolging lopen"; dat de in het eerste middel aangehaalde bepalingen, voor zover zij op het bestreden arrest van toepassing zijn, niet geschonden zijn; dat het eerste middel, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond is; Overwegende dat artikel 6 van het E.V.R.M. niet van toepassing is op geschillen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de 187.543-1/3 verwijdering van vreemdelingen; dat het tweede middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat in de voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aangevochten beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 31 januari 2007 wordt overwogen "dat het door u geschetste beeld van vervolging van voormalige medewerkers van het Abashidzeregime en in het algemeen vervolging van de oppositie tegen Saakashvili in Adjarië niet strookt met objectieve informatie waarover het Commissariaat-generaal beschikt, en waarvan zich een kopie in het administratief dossier bevindt"; dat zich in het administratief dossier, naast het verslag waaruit het in het eerste middel besproken Engelse citaat stamt, verschillende andere verslagen bevinden; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest dus terdege kon overwegen dat de analyse uit het Engelse verslag "wordt bevestigd door meerdere bronnen", vermits deze zich in het rechtsplegingsdossier bevinden; dat niet blijkt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ook gebruik zou hebben gemaakt van bronnen buiten het rechtsplegingsdossier; dat de verzoekende partij aldus geen schending van het recht van verdediging of van het recht op tegenspraak aannemelijk maakt; dat het tweede middel kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 187.543-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zeven mei tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 187.543-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.688 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.