id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 07 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.690 Rolnummer: A. 187836/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2690 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 07/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-20 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 08:00 Fiche Beschikking nr 2.690 van 7 mei 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2690 van 7 mei 2008 in de zaak A. 187.836 In zake : XXXXX, die woont te 2060 ANTWERPEN, Van Kerckhovenstraat 45 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Kameroense nationaliteit, op 11 april 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 8554 van 12 maart 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 22 april 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de in artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) vastgelegde motiveringsplicht als vormvereiste voor de beslissingen van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet inhoudt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, na de vaststelling dat de artikelen 57/16 en 57/22 van de Vreemdelingenwet zijn opgeheven, zou moeten aangeven wanneer die opheffing is gebeurd en door welk artikel die bepalingen eventueel zouden zijn vervangen; dat in het bestreden arrest wordt overwogen dat de verzoekende partij door de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen wel degelijk op haar juiste gekozen woonplaats werd opgeroepen en dat diens beslissing werd genomen met toepassing van artikel 57/10 van de Vreemdelingenwet; dat in het bestreden arrest na die vaststelling derhalve niet op de 187.836-1/2 inhoudelijke elementen van de asielaanvraag moest worden ingegaan; dat het enige middel in die mate kennelijk ongegrond is; Overwegende dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als administratief rechtscollege jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat de zorgvuldigheidsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur niet op zijn arresten van toepassing is; dat het enige middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zeven mei tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 187.836-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.690 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.