id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 21 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.710 Rolnummer: A. 187814/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2710 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 21/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-05 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:04 Fiche Beschikking nr 2.710 van 21 mei 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2710 van 21 mei 2008 in de zaak A. 187.814 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat H. CAMERLYNCK, kantoor houdende te 8900 IEPER, Cartonstraat 14 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Russische nationaliteit, op 11 april 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 8486 van 11 maart 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 22 april 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als administratief rechtscollege jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat de zorgvuldigheids- plicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur niet van toepassing is op zijn beslissingen; dat de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden, noch om de materiële motivering te beoordelen; dat het enige middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende, waar de verzoekende partij aanvoert “dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (...) een argument ontwikkeld heeft tegen de inhoud van het asieldossier in”, vermits “tweemaal geen rekening (werd) gehouden met de originele documenten die zich in het dossier bevinden”, slechts kan worden vastgesteld dat het 187.814-1/3 administratief dossier geen originelen, doch slechts kopieën van de door de verzoekende partij neergelegde brieven bevat; dat het bestreden arrest bovendien, in tegenstelling tot wat de verzoekende partij beweert, niet stelt “dat verzoekster geen gebeurtenissen die zich in 2005 voorgedaan hebben, kon vermelden”, maar wel dat zij “niet op de hoogte (was) van cruciale markante gebeurtenissen die zich in haar beweerde verblijf voordeden in de periode 2000-2005”; dat het de Raad van State, optredend als administratieve cassatierechter, niet toekomt haar beoordeling van het cruciale en/of markante karakter van een gebeurtenis in de plaats te stellen van de beoordeling door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; dat tenslotte het motief van de bestreden beslissing, naar luid waarvan “uit het gehoorverslag blijkt dat verzoekster, gevraagd naar gebeurtenissen in 2005, hierop niet antwoordde, doch telkenmale begon te praten over gebeurtenissen in 2004", wel degelijk steun vindt in het administratief dossier; dat het enige middel in die mate kennelijk ongegrond is; Overwegende, wat het weigeren van de subsidiaire beschermingsstatus betreft, dat de motieven van deze weigering op eenvoudige wijze in het bestreden arrest kunnen worden gelezen; dat aldus aan de motiveringsplicht als vormvereiste voor jurisdictionele beslissingen is voldaan; dat het enige middel ook in die mate kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 187.814-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwin- tig mei tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 187.814-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.710 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.