id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 12 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.835 Rolnummer: A. 188313/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2835 - Dienst Vreemdelingenzaken - 12/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-20 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 08:12 Fiche Beschikking nr 2.835 van 12 juni 2008 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2835 van 12 juni 2008 in de zaak A. 188.313 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat K. VERSTREPEN, kantoor houdende te 2060 ANTWERPEN, Rotterdamstraat 53 tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, thans de minister van Migratie- en Asielbeleid. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Russische nationaliteit, op 26 mei 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 10.312 van 22 april 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 9 juni 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 24, 25, 27, § 1 en 31 van de wet van 16 juni 2004 houdende het Wetboek van Internationaal Privaatrecht en van artikel 184 van het Burgerlijk Wetboek. Het bestreden arrest maakt te dezen een juiste toepassing van de artikelen 18 en 21 van het Wetboek van Internationaal Privaatrecht, waarnaar artikel 27 verwijst. Voor de bepaling van het toepasselijk recht in een aangelegenheid waarin partijen niet vrij over hun rechten kunnen beschikken, wordt geen rekening gehouden met feiten en handelingen gesteld met het enkele doel te ontsnappen aan de toepassing van het door deze wet aangewezen recht (art. 18). De toepassing van een bepaling uit het door deze wet 188.313-1/3 aangewezen buitenlands recht wordt geweigerd voor zover zij tot een resultaat zou leiden dat kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. Bij de beoordeling van deze onverenigbaarheid wordt inzonderheid rekening gehouden met de mate waarin het geval met de Belgische rechtsorde is verbonden en met de ernst van de gevolgen die de toepassing van dat buitenlands recht zou meebrengen. Wanneer een bepaling van buitenlands recht niet wordt toegepast wegens deze onverenigbaarheid, wordt een andere relevante bepaling van dat recht of, indien nodig, van Belgisch recht toegepast. In een tweede middel wordt de schending aangevoerd van artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is een administratief rechtscollege. Bijgevolg zijn noch artikel 62 van de Vreemdelingenwet, dat spreekt over administratieve beslissingen, noch de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen van toepassing op zijn beslissingen. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 188.313-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op twaalf juni tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 188.313-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.835 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.