id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 12 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.852 Rolnummer: A. 188044/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2852 - Dienst Vreemdelingenzaken - 12/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-27 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 08:12 Fiche Beschikking nr 2.852 van 12 juni 2008 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2852 van 12 juni 2008 in de zaak A. 188.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat R. JESPERS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Broederminstraat 38 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, thans de minister van Migratie- en Asielbeleid. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Iraanse nationaliteit, op 30 april 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 9310 van 28 maart 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 16 mei 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als administratief rechtscollege jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en het artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, derhalve niet van toepassing zijn op zijn arresten; dat het enige middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat, nu de verzoekende partij zich in het verzoekschrift voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in wezen heeft beperkt tot de stelling “dat uit de motivering van de bestreden beslissing op geen enkele wijze blijkt dat (...) er enige 188.044-1/2 motivering inzake art. 3 EVRM voorhanden is” en “dat de Raad voor Vreemdelingenbetwis- tingen geenszins in de asielprocedure het risico op een schending van art. 3 EVRM heeft onderzocht”, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest kon volstaan met de overweging dat “betreffende de aangevoerde van artikel 3 E.V.R.M. (...) verzoekende partij in haar verzoekschrift geen elementen aan(brengt), buiten de feiten die reeds werden onderzocht door de Commissaris-generaal en in beroep werden beoordeeld door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, die kunnen wijzen op een dergelijke schending”; dat het enige middel in die mate kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juni 2008 tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 188.044-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.852 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.