← België

Cassatiebeschikking 2905 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 19/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 19 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.905 Rolnummer: A. 188458/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2905 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 19/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-27 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-29 08:15 Fiche Beschikking nr 2.905 van 19 juni 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2905 van 19 juni 2008 in de zaak A. 188.458 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat B. VRIJENS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kortrijksesteenweg 641 tegen: de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Kosovaarse afkomst, op 5 juni 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 10.706 van 29 april 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 12 juni 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van het recht van verdediging "zoals vastgelegd in de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie en uit de gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten". In een tweede middel wordt de schending ingeroepen van artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het betoog van de verzoekende partij komt er op neer dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geen volwaardige rechtshulp kan bieden. Ook zou de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het zorgvuldigheidsbeginsel hebben geschonden. Op grond van paragraaf 1 van artikel 39/2 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) kan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de beslissingen van de Commissaris-generaal voor de 188.458-1/3 vluchtelingen en de staatlozen " bevestigen" of "hervormen" (artikel 39/2, § 1, tweede lid, 1/) of, in bepaalde gevallen, "vernietigen" (artikel 39/2, § 1, tweede lid, 2/). Het beroep ingesteld op grond van artikel 39/2, § 1, tweede lid, 1/, heeft een devolutieve werking : het geschil wordt in zijn geheel bij de Raad aanhangig gemaakt. De Raad kan in voorkomend geval de beslissingen van de Commissaris-generaal hervormen, ongeacht op grond van welk motief de Commissaris-generaal tot de bestreden beslissing is gekomen. Die "hervorming" van de bestreden beslissing houdt in dat de Raad de hoedanigheid van vluchteling of van persoon die de subsidiaire bescherming geniet, kan toekennen of weigeren aan de vreemdeling die een beroep heeft ingesteld tegen een geheel of gedeeltelijk voor hem ongunstige beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. In bepaalde gevallen kan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de beslissing van de Commissaris-generaal vernietigen : hetzij omdat aan de bestreden beslissing een substantiële onregelmatigheid kleeft die door de Raad niet kan worden hersteld, hetzij omdat essentiële elementen ontbreken die inhouden dat de Raad niet kan komen tot de bevestiging of de hervorming van de bestreden beslissing zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen te moeten bevelen. Wanneer de Raad in die gevallen de bestreden beslissing vernietigt, dient de Commissaris-generaal zich opnieuw over de aanvraag uit te spreken. De nieuwe beslissing van de Commissaris-generaal kan opnieuw voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen worden bestreden. Bovendien heeft het beroep tegen beslissingen van de Commissaris-generaal in beginsel van rechtswege een schorsende werking (artikel 39/70). Ten slotte kan tegen elke eindbeslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een administratief cassatieberoep bij de Raad van State worden ingesteld. In zijn arrest nr. 81/2008 van 27 mei 2008 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat uit die elementen blijkt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in beginsel over volle rechtsmacht beschikt, wanneer hij op grond van paragraaf 1 van artikel 39/2 optreedt en dat de rechtzoekenden niet van een daadwerkelijke jurisdictionele waarborg zijn beroofd. Met betrekking tot een gebeurlijke schending van de zorgvuldigheidsplicht beperkt de verzoekende partij zich tot een algemene en abstracte uiteenzetting, die overigens betrekking heeft op de grond van de zaak en niet behoort tot de taak van de cassatierechter. In een derde middel wordt de schending ingeroepen van artikel 39/56 van de Vreemdelingenwet en van artikel 3 van het koninklijk besluit 21 december 2006 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De verzoekende partij stelt in wezen dat de verwerende partij niet behoorlijk was vertegenwoordigd voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. 188.458-2/3 Uit de stukken waarop de Raad van State vermag acht te slaan blijkt niet dat dit middel werd ingeroepen voor de Raad voor vreemdelingenbetwistingen. Het middel is nieuw en kan bijgevolg niet voor het eerst in cassatie worden ingeroepen. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op negentien juni tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 188.458-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.905 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.