id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 19 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.908 Rolnummer: A. 188470/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 2908 - Dienst Vreemdelingenzaken - 19/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-27 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-29 08:15 Fiche Beschikking nr 2.908 van 19 juni 2008 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 2908 van 19 juni 2008 in de zaak A. 188.470 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat G. VERHELST, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan van Rijswijcklaan 16 tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, thans de minister van Migratie- en Asielbeleid. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Iraanse nationaliteit, op 5 juni 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 10.884 van 30 april 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 12 juni 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 48/3 en 51/8 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet),van de artikelen 2 en 3 van wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van de verplichting tot materiële motivering en van een aantal beginselen van behoorlijk bestuur. De verzoekende partij stelt eveneens dat het bestreden arrest de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag mist. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is een administratief rechtscollege. Bijgevolg zijn noch de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke 188.470-1/3 motivering van de bestuurshandelingen noch de beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing op zijn beslissingen. Uit de lezing van het middel blijkt voorts dat de verzoekende partij opkomt tegen de inhoudelijke motieven van de bestreden beslissing en wil dat de Raad van State de feitelijke beoordeling van de Raad voor Vreemdelingenbetwis- tingen overdoet. Wanneer de Raad van State als rechter in cassatie een jurisdictionele administratieve beslissing aan de wet toetst, treedt hij niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. Luidens art. 14, §2, R.v.St.-wet treedt de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in geval van cassatieberoep “niet in de beoordeling van de zaak zelf”. In een tweede middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 48/3, 48/4 en 51/8 van de Vreemdelingenwet, van de artikelen 2 en 3 van wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van de verplichting tot materiële motivering en van een aantal beginselen van behoorlijk bestuur. De verzoekende partij stelt eveneens dat het bestreden arrest de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag mist. Een verder onderzoek van het middel zou de Raad van State verplichten om kennis te nemen van de grond van de zaak, wat niet de taak is van de cassatierechter. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, 188.470-2/3 BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op negentien juni tweedui- zend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. E. BREWAEYS. 188.470-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.2.908 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.