← België

Cassatiebeschikking 3282 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 27/08/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 27 augustus 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.3.282 Rolnummer: A. 189245/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 3282 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 27/08/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-04 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 08:28 Fiche Beschikking nr 3.282 van 27 augustus 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 3282 van 27 augustus 2008 in de zaak A. 189.245 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat P. VAN DER WEEËN, kantoor houdende te 9300 AALST, Denderstraat 10 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Gambiaanse nationaliteit, op 4 augustus 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 13.592 van 2 juli 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de ontvangst, op 11 augustus 2008, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet); dat hij in het twee middel de schending aanvoert van de artikelen 48/2 en 48/3 van de Vreemdelingenwet en van “het recht van verdediging door een gebrek, onduidelijkheid en dubbelzinnigheid in de motivering van de beslissing (art.62)”; dat hij in een derde middel de schending aanvoert van de artikelen 48/2, 48/4 en 49/3 van de Vreemdelingenwet; Overwegende dat de drie middelen klaarblijkelijk gericht zijn tegen de feitelijke appreciatie en de motivering van de beslissing van de commissaris-generaal voor 189.245-1/2 de vluchtelingen en de staatlozen; dat de middelen geen uiteenzetting bevatten met betrekking tot de wijze waarop het bestreden arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de aangevoerde rechtsnormen zou schenden; dat de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden, noch om de motieven van de commissaris-generaal ten gronde te beoordelen; dat de drie middelen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zevenentwintig augustus tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. C. ADAMS. 189.245-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.3.282 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.