← België

Cassatiebeschikking 3681 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 18/12/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 18 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.3.681 Rolnummer: A. 190362/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 3681 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 18/12/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-18 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 11:23 Fiche Beschikking nr 3.681 van 18 december 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 3681 van 18 december 2008 in de zaak A. 190.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat E. SCHOUTEN, kantoor houdende te 1210 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 55 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Afghaanse nationaliteit, op 14 november 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 17.193 van 15 oktober 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 21 november 2008; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en van artikel 39/76 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, (Vreemdelingenwet) opwerpt en in essentie aanvoert dat zij niet de gelegenheid heeft gehad op de repliekmemorie van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen te antwoorden noch om nieuwe elementen voor te leggen; Overwegende dat uit de stukken waarop de Raad van State vermag acht te slaan niet blijkt - en de verzoekende partij ook niet aanvoert - dat zij voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de in het middel vermelde grieven betreffende de beweerde schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet heeft aangevoerd, noch dat zij een 190.362-1/2 antwoord op de repliekmemorie van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen heeft willen indienen; dat artikel 39/76 van de Vreemdelingenwet wel degelijk de mogelijkheid voorziet om nieuwe gegevens voor te leggen, los van de vaststelling dat nergens uit blijkt welke nieuwe gegevens de verzoekende partij zou hebben getracht voor te leggen; dat het middel kennelijk niet-ontvankelijk is, zodat ook niet op het verzoek om een prejudiciële vraag te stellen moet worden ingegaan, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op achttien december tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 190.362-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ORD.3.681 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.