id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.251 Rolnummer: A. 124237/X-11058 Zaak: Arrest 189251 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-23 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 12:14 Fiche Arrest nr 189.251 van 5 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.251 van 5 januari 2009 in de zaak A. 124.237/X-11.
- In zake : Karel PISHOUDT, wonende te 3390 TIELT-WINGE, Driespad 4 tegen : de gemeente TIELT-WINGE. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Karel PISHOUDT op 22 juli 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 9 april 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tielt-Winge houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning voor het regulariseren van een varkensstal op een perceel gelegen te Tielt-Winge, Driespad, kadastraal bekend sectie D, nrs. 50/p en 44/m; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 13 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 8 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 31 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij; X-11.058-1/8 Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Op 9 september 1982 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tielt-Winge een bouwvergunning voor een varkensstal op een perceel gelegen te Tielt-Winge, Driespad 1, kadastraal bekend sectie D, nr. 50/k. De bouwheer plant de varkensstal niet in zoals voorzien in de bouwvergunning van 9 september 1982, zodat ze niet alleen een deel van het perceel nr. 50/k, maar ook een deel van het perceel nr. 44/l inneemt. De voornoemde percelen zijn volgens het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgestelde gewestplan Aarschot-Diest gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. 1.
- Tussen mei 1995 en september 2000 dient de verzoeker bij R.O.H.M. Vlaams-Brabant meermaals klacht in voor “de wederrechtelijke inplanting van de varkensstal”. Op 22 september 2000 stelt de stedenbouwkundig inspecteur een proces-verbaal op waarin de afwijkende inplanting van de varkensstal wordt vastgesteld. 1.
- Op 29 december 2000 stuurt de raadsman van de verzoeker een brief aan de verwerende partij waarin hij wijst op de “inbreuken op de stedenbouwwetgeving (...) dewelke na aandringen van mijn cliënten werden vastgesteld” en waarin hij stelt dat zijn cliënten bezwaar aantekenen tegen een eventuele regularisatie. X-11.058-2/8 1.
- Op 12 januari 2001 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt Julien Goen-Delmont aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tielt-Winge een vergunning voor de “regularisatie van een varkensstal”, op de voornoemde percelen. 1.
- Van 12 januari tot 12 februari 2001 wordt over de aanvraag een openbaar onderzoek gehouden. Er wordt één bezwaarschrift ingediend, meer bepaald door de verzoeker, die onder meer stelt dat “de bouwaanvrager door het verkrijgen van deze vergunning zou beloond worden voor de door hem begane overtredingen”. In bijlage bij zijn bezwaarschrift voegt de verzoeker een plan met de op 9 september 1982 vergunde inplanting van de varkensstal. 1.
- Op 20 februari 2001 verwerpt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tielt-Winge het door de verzoeker ingediende bezwaar en geeft het een gunstig advies over de aanvraag. Daarbij wordt onder meer het volgende overwogen: “Gelet op het feit dat het bedoeld perceel volgens het gewestplan AARSCHOT-DIEST (...) gelegen is in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied; Overwegende dat uit het ingediende dossier blijkt dat het hier gaat om een in uitbating zijnd leefbaar landbouwbedrijf; Overwegende dat deze regulariserende bouwaanvraag werd ingediend op uitdrukkelijk verzoek van R.O.H.M.; (...) Overwegende dat de te regulariseren stal is ingeplant in aansluiting met de reeds bestaande bedrijfsgebouwen”. 1.
- Met brieven van 12 maart 2001, 7 april 2001, 17 april 2001, 26 april 2001, 27 april 2001 en 27 juni 2001 beklaagt de verzoeker zich bij de verwerende partij over gebreken in de bekendmaking van de regularisatieaanvraag en herhaalt hij zijn bezwaar tegen de inwilliging ervan. In een brief van 3 mei 2001 aan de verwerende partij stelt de verzoeker het vermoeden te hebben dat er inmiddels een vergunning werd afgegeven en vraagt hij hem daarover ten spoedigste te informeren. 1.
- Op 8 januari 2002 brengt de gemachtigde ambtenaar over de aanvraag een gunstig advies uit. X-11.058-3/8 1.
- Op 9 april 2002 geeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tielt-Winge de gevraagde regularisatievergunning af. Dit is het bestreden besluit, waarin het volgende wordt overwogen: “De aanvraag werd openbaar bekend gemaakt volgens de regels vermeld in het uitvoeringsbesluit betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen. Er werd 1 bezwaarschrift ingediend. Het college van burgemeester en schepenen stelt vast dat deze bezwaarschriften handelen over het beschermen van het landschap, het vrijwaren van de open ruimte, het verschil tussen de voorstelling op het plan en de werkelijke toestand en de koppeling bouw- en milieuvergunning. Het college van burgemeester en schepenen neemt omtrent deze bezwaarschriften het volgende standpunt in: ongunstig, overwegende dat het hier gaat om een volwaardig in uitbating zijnd landbouwbedrijf dat gelegen is in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Het college van burgemeester en schepenen heeft kennis genomen van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar, uitgebracht op 08 januari
- Het overwegende gedeelte ervan luidt als volgt: zie bijlage Het beschikkend gedeelte ervan luidt als volgt: Advies: GUNSTIG Voorwaarden: /// (302/AB/102826/01-GOEN-DELMONT) Het college van burgemeester en schepenen motiveert zijn standpunt als volgt: Eensluidend aan het advies van R.O.H.M. en gelet op het besluit van het Vlaamse parlement, houdende de goedkeuring van een wijziging van de regularisatieprocedure (decreet van 8 maart 2002, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 23 maart 2002)”. Aan het bestreden besluit wordt geen bijlage gehecht, zodat het op zicht ervan niet mogelijk is kennis te nemen van het overwegende gedeelte van het advies van de gemachtigde ambtenaar. 1.
- Op 23 april 2002 stuurt de verzoeker de volgende brief aan de verwerende partij: “Op dinsdag 16 april 2002, omstreeks 13u30, hebben we vastgesteld dat de bekendmaking door aanplakking aan het bouwperceel, - m.b.t. de bouwaanvraag tot regularisatie van de bouw van de varkensstallen, behorende tot het landbouwbedrijf J. GOEN -, werd weggenomen. We hebben dit eveneens op dinsdag 16 april l.l., omstreeks 14u30 telefonisch gemeld aan de heer R. VOS, gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar, en omstreeks 17u30 mondeling gemeld aan de heer burgemeester. Er werd ons bevestigd dat er een stedenbouwkundig vergunning zou verleend worden. Tot op heden werd de genomen beslissing op voornoemde bouwaanvraag niet door aanplakking openbaar gemaakt. Eveneens werden wij echter niet in kennis gesteld van de definitieve beslissing, die genomen werd door de vergunning verlenende overheid. X-11.058-4/8 We verwijzen hierbij uitdrukkelijk naar de inhoud van de in rand aangehaalde briefwisseling maar in het bijzonder naar de inhoud van ons aangetekend schrijven van 27 juni 2001 met kenmerk 26-34/
- Hierbij herhalen we ons uitdrukkelijk verzoek, ons zonder verwijl, in te lichten omtrent elke beslissing die genomen wordt in verband met bedoelde bouwaanvraag”. 1.
- Met een op 7 mei 2002 gedateerde en op 14 mei 2002 ter post aangetekende brief antwoordt de verwerende partij het volgende aan de verzoeker: “Het College van Burgemeester en Schepenen, heeft in zitting van 30 april 2002 kennis genomen van uw schrijven d.d. 23 april 2002 (toegekomen 24 april 2002) omtrent van de stand van zaken in het dossier, regularisatie van de bouw van een varkensstal vanwege Goen-Delmont. In het kader van ‘openbaarheid van bestuur’ laat het College van Burgemeester en Schepenen, U hierbij weten dat het in zitting van 9 april 2002, beslist heeft een regularisatievergunning te verlenen aan Goen-Delmont, dit op basis van een gunstig advies van R.O.H.M. Vlaams-Brabant d.d. 8 januari
- De regularisatievergunning werd afgegeven aan Goen Julien, d.d. 17 april 2002”.
- De ontvankelijkheid 2.
- Standpunt van de partijen 2.1.
- In het verzoekschrift stelt de verzoeker dat hij op 22 mei 2002 kennis heeft gekregen van het bestreden besluit. 2.1.
- In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij een exceptie van laattijdigheid van het beroep aan, die zij onder meer als volgt ontwikkelt: “In hoofdorde werpt deze memorie van antwoord op dat het beroep tot nietigverklaring door verzoekende partij (de heer Pishoudt) dient te worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift. Verzoekende partij Pishoudt beweert op 22 mei 2002 kennis gekregen te hebben van het bestreden besluit (collegebeslissing van 9 april 2002) en stelt bijgevolg dat het verzoekschrift tot nietigverklaring, verzonden op 22 juli 2002, tijdig is en de vordering derhalve ontvankelijk (ratione temporis). Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tielt-Winge, als verwerende partij, stelt dat bij aangetekend schrijven van 7 mei 2002 (...) de verzoekende partij reeds in kennis is gesteld van het bestreden besluit en dit naar aanleiding van een schrijven zijnentwege d.d. 23 april 2002 : ‘In het kader van de openbaarheid van bestuur laat het college van burgemeester en schepenen u hierbij weten dat het in zitting van 9 april 2002 beslist heeft een regularisatievergunning te verlenen aan Goen-Delmont, dit op basis van een X-11.058-5/8 gunstig advies van R.OH.M. Vlaams-Brabant d.d. 8 januari
- De regularisatievergunning werd afgegeven aan Goen Julien d.d. 17 april 2002.’ Verzoekende partij bevestigt trouwens expliciet in zijn uiteenzetting der feiten in fine van zijn verzoekschrift dat hij daadwerkelijk eerder kennis had van het bestreden besluit en dit op basis van het schrijven van het college van burgemeester en schepenen d.d. 7 mei
- Verwerende partij werpt dan ook op dat de daadwerkelijke aanvang van de beroepstermijn van de vernietingsprocedure voor de Raad van State niet moet gesitueerd worden op 22 mei 2002, zoals verzoekende partij tracht aan te tonen, maar wel daags na het versturen van de aangetekende zending op 14 mei 2002 (...), d.i. op 15 mei 2002 en in elk geval vroeger dan de door de verzoekende partij aangevoerde datum. Verzoekende partij brengt trouwens op generlei wijze het bewijs van het tegenovergestelde qua aanvangsdatum van de beroepstermijn bij in zijn verzoekschrift”. 2.1.
- In zijn memorie van wederantwoord beantwoordt de verzoeker de aangevoerde exceptie als volgt: “Op 22 mei 2002 nam verzoeker kennis van de bestreden beslissing dd. 9 april
- Op die datum begaf verzoeker zich immers naar het gemeentehuis om de regularisatievergunning materialiter in te kijken. Dit blijkt uit het verslag dat verzoeker terzake deed aan zijn toenmalig raadsman, Mr. S. Raedschelders (...). Het annulatieberoep werd ingediend bij verzoekschrift van 22 juli
- Dit is de eenenzestigste dag na de inzagename van 22 mei
- De zestigste dag - 21 juli 2002 - was een wettelijke feestdag, zodat de termijn van 60 dagen, voor zover die in casu van toepassing was, alleszins verlengd wordt tot de eerstvolgende werkdag, te weten 22 juli
- Verweerder houdt voor dat verzoeker al eerder kennis zou hebben genomen van de bestreden beslissing, en dat het door verzoeker ingestelde annulatieberoep bijgevolg laattijdig en derhalve onontvankelijk zou zijn. Verzoeker betwist dit standpunt formeel. Bij aangetekende brief van 7 mei 2002 - aan verzoeker verstuurd op 14 mei 2002 - van verweerder werd verzoeker er inderdaad van in kennis gesteld dat aan de heer Julien GOEN, titularis van de bestreden beslissing, een regularisatievergunning werd afgeleverd na gunstig advies van R.O.H.M. Vlaams-Brabant (...). Dit schrijven kan hoegenaamd niet als kennisgeving van de bestreden beslissing worden beschouwd. Op basis van deze brief was het verzoeker immers onmogelijk na te gaan wat de inhoud van het advies van R.O.H.M - grondslag voor de bestreden beslissing was. Evenmin kon verzoeker op basis van deze brief nagaan met welke argumenten zijn bezwaarschrift van 8 februari 2002 werd weerlegd. Deze informatie was voor verzoeker uiteraard cruciaal voor de beoordeling van de mogelijke onwettigheid van de bestreden beslissing. Om die reden begaf hij zich dan ook op 22 mei 2002 naar het gemeentehuis om de bestreden beslissing materialiter in te kijken en de motivering ervan te verifiëren. Verzoeker verwijst terzake naar rechtspraak van uw Raad, die stelt dat hoewel feitelijke kennis niet vereist dat verzoeker kennis zou hebben van de volledige tekst, hij alleszins voldoende kennis moet hebben van inhoud en draagwijdte om de termijn voor het instellen van een annulatieberoep te doen ingaan (...). Verzoeker stelt trouwens dat er überhaupt geen termijn lopende was op het ogenblik van het indienen van het verzoekschrift tot annulatie. In strijd met art. X-11.058-6/8 19§2 van de Gecoördineerde Wetten op de Raad van State evenals in strijd met art. 4, 4/ van de Wet van 22 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten werd in de brief van 7 mei 2002 - voor zover die al als kennisgeving zou moeten worden beschouwd, quod certe non - geen melding gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van een annulatieberoep, laat staan van enig vormvoorschrift om dit te doen. Volgens vaststaande rechtspraak van de Raad van State begint er overigens geen enkele termijn te lopen, zelfs niet door feitelijke kennisname, indien de voorschriften terzake bekendmaking van de betreffende akte niet werden gerespecteerd (...). In toepassing van art. 113 §1 lid 4 van het Decreet Ruimtelijke Ordening en art. 52 §4 van het Decreet Ruimtelijke Ordening zoals gecoördineerd op 22 oktober 1996 had de regularisatie-vergunning moeten worden aangeplakt op de plaats van de bouwwerken. Dit is nooit gebeurd. De termijn voor het indienen van het annulatieberoep heeft in hoofde van verzoeker dan ook op geen enkel moment een aanvang genomen. De redenering dat de brief van 7 mei 2002 van verweerder enige termijn zou hebben doen ingaan gaat dan ook niet op”. 2.
- Beoordeling De bestreden stedenbouwkundige vergunning moest noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend worden, zodat krachtens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen ingaat met de dag waarop de verzoeker er kennis van heeft gehad of geacht moeten worden er kennis van te hebben gehad. Het mag evenwel niet in de macht van een potentiële verzoeker liggen, wanneer hij in de mogelijkheid is kennis te nemen van de bestuurshandeling die hij eventueel met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming voor onbepaalde tijd uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de beroepstermijn willekeurig te verschuiven, zodat de rechtsgeldigheid en het voortbestaan van de bedoelde bestuurshandeling, buiten weten, zowel van de overheid van wie zij uitgaat als van alle andere belanghebbenden, in het ongewisse wordt gehouden, met alle nadelige gevolgen van dien. De verzoeker betwist niet dat hij het op 14 mei 2002 ter post aangetekend schrijven van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Tielt-Winge daags nadien, op 15 mei 2002, heeft ontvangen. Gezien de gegevens van de zaak, en meer bepaald de inhoud van het laatstgenoemde schrijven en van de opeenvolgende brieven van de verzoeker, moet worden aangenomen dat de verzoeker op 15 mei 2002 een voldoende kennis had van de inhoud en de draagwijdte van de bestreden regularisatievergunning. Bijgevolg is de termijn van zestig dagen ten aanzien van de verzoeker beginnen te X-11.058-7/8 lopen vanaf die laatste datum. De verzoeker vermocht de aanvang van de beroepstermijn niet te verschuiven naar een latere datum. De exceptie is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf januari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-11.058-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.251 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div