id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.320 Rolnummer: A. 135909/VII-29645 Zaak: Arrest 189320 - Natuurbehoud - Vergunningen - 08/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-20 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 12:47 Fiche Arrest nr 189.320 van 8 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.320 van 8 januari 2009 in de zaak A. 135.909/VII-29.
- In zake : de NV SOCIETE EUROPEENNE DE CARBURANTS (de NV SECA), thans de NV LUKOIL BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Meir 24 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV SOCIETE EUROPEENNE DE CARBURANTS, thans de NV LUKOIL BELGIUM, op 25 april 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 14 februari 2003 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (hierna : OVAM) van 13 november 2002, waarbij OVAM beslist dat het bodemsane- ringsproject "Bodemsaneringsproject voormalig Seca tankstation, Triestlaan 13 - Gent - 02/06169/RD" conform wordt verklaard aan de bepalingen van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; VII-29.645-1/5 Gelet op de beschikking van 24 april 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 16 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 november 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DEKETELAERE die, loco advocaat P. MALLIEN verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat P. LOUAGE die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat ambtshalve moet worden onderzocht of de verzoekende vennootschap op rechtsgeldige wijze in rechte is getreden; Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie als volgt antwoordt op een in dit verband in het auditoraatsverslag opgeworpen exceptie : "(...) Het beroep tot nietigverklaring dat wordt ingediend door een vennootschap dient, wat de procesbevoegdheid betreft, vergezeld te zijn van de statuten van de rechtspersoon, alsmede van een stuk waaruit blijkt dat tot het instellen van de vordering werd beslist door het bevoegde orgaan, overeenkomstig de geldende wettelijke of statutaire bepalingen. Artikel 19 van de gecoördineerde statuten van verzoekster bepaalt dat gerechtszaken, zowel als eiseres dan wel als verweerster worden ingesteld of gevoerd door de raad van bestuur in naam van de vennootschap, vertegenwoor- digd door haar voorzitter, of een daartoe afgevaardigd bestuurder, of door iedere andere persoon daartoe bijzonder afgevaardigd door de raad van bestuur. In casu werd gebruik gemaakt van de eerste van de drie mogelijkheden voorzien in voormeld artikel 19 van de gecoördineerde statuten. VII-29.645-2/5 Meer bepaald is het verzoekschrift tot nietigverklaring vergezeld van een beslissing van de raad van bestuur van de NV SECA, vertegenwoordigd door haar voorzitter-afgevaardigd bestuurder, waarin wordt vermeld : 'De raad van bestuur van de NV SECA, vertegenwoordigd door haar voorzitter-afgevaardigd bestuurder, beslist om namens de vennootschap een beroep tot nietigverklaring in te dienen bij de Raad van State, Afdeling Administratie, tegen het hiervoor vermeld besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw dd. 14 februari 2003, aan de vennootschap betekend op 24 februari 2003'. Uit voormeld artikel 19 van de gecoördineerde statuten van verzoekster blijkt onweerlegbaar dat aan de Voorzitter - statutair - vertegenwoordigingsbe- voegdheid wordt verleend met betrekking tot het optreden van de vennootschap in rechte, hetgeen juist de bevoegdheid insluit om de beslissing te nemen in rechte te treden. Onbegrijpelijk wordt in het auditoraatsverslag gesteld dat er 'twee manieren' zijn om artikel 19 van de gecoördineerde statuten van verzoekster te lezen. Dit is - vanzelfsprekend - niet alleen onjuist, bovendien kunnen geen van beide 'lezingen' (interpretaties) gevolgd worden. Artikel 19 van de statuten voorziet drie mogelijkheden voor de vennootschap om rechtsgeldig in rechte te treden als eiser of verweerder : 1) een beslissing van de raad van bestuur, vertegenwoordigd door haar voorzitter (= statutair verleende vertegenwoordigingsbevoegheid aan de voorzitter met betrekking tot het nemen van beslissingen om in rechte te treden); 2) een beslissing van een daartoe afgevaardigd bestuurder; 3) een beslissing van een ander persoon daartoe bijzonder afgevaardigd door de raad van bestuur; In het eerste geval vertegenwoordigt de voorzitter de raad van bestuur met betrekking tot het nemen van de beslissing in rechte te treden. Geenszins is het juist dat deze beslissing steeds 'moet' worden genomen door de raad van bestuur en dat de voorzitter slechts 'vertegenwoordigingsbevoegd- heid' zou hebben ('eerste lezing' Auditoraat). De vertegenwoordigingsbevoegd- heid van de voorzitter - eerste mogelijkheid van artikel 19 van de statuten - houdt juist wel in dat de voorzitter de beslissing tot het inspannen van een rechtsgeding zelf kan nemen. Dit geldt niet voor andere bestuurders of derden, die hiervoor eerst moeten worden aangewezen of bijzonder afgevaardigd door de raad van bestuur. Ook de 'tweede lezing' van het Auditoraat kan niet gevolgd worden, daar ze geenszins de tekst van artikel 19 correct weergeeft. Er staat immers niet '(...) gerechtszaken in naam van de vennootschap die wordt vertegenwoordigd door de voorzitter, worden ingesteld door (...)', maar wel 'gerechtszaken worden gevoerd door de raad van bestuur (...) vertegenwoordigd door haar voorzitter, of door een daartoe afgevaardigd bestuurder, of door iedere andere persoon daartoe bijzonder afgevaardigd door de raad van bestuur'. De beslissing om een annulatieberoep in te stellen werd dan ook rechtsgeldig genomen door de heer Barry L. Quinn, voorzitter van de raad van bestuur van verzoekster, statutair bekleed met de bevoegdheid om dergelijke beslissingen te nemen als vertegenwoordiger van de raad van bestuur"; Overwegende dat de opdracht aan de raadsman van de verzoe- kende partij om het voorliggend beroep in te stellen als volgt is gelibelleerd : "Beslissing van de Raad van Bestuur van NV SECA, vertegenwoordigd door haar voorzitter-afgevaardigd bestuurder VII-29.645-3/5 Betreft : Besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 14 februari 2003 houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen het besluit van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM) van 13 november 2002 waarbij de OVAM beslist dat het bodemsane- ringsproject 'Bodemsaneringsproject voormalig Seca-tankstation Triestlaan 13 - Gent - 02/06169/RD' conform wordt verklaard aan de bepalingen van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, zoals gewijzigd. Beslissing : De Raad van Bestuur van de NV SECA, vertegenwoordigd door haar voorzitter-afgevaardigd bestuurder, beslist om namens de vennootschap een beroep tot nietigverklaring in te dienen bij de Raad van State, afdeling Administratie, tegen het hiervoor voormeld besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw dd. 14 februari 2003, aan de vennootschap betekend op 24 februari
- De NV SECA geeft hiertoe uitdrukkelijk volmacht aan haar raadsman Meester Pascal MALLIEN, advocaat, met kantoor te 2000 Antwerpen, Meir 24"; dat het document is ondertekend "Voor NV SECA" door Barry L. QUINN, voorzitter en afgevaardigd bestuurder; Overwegende dat krachtens artikel 522 van het wetboek van vennootschappen in beginsel alleen de raad van bestuur bevoegd is om namens een naamloze vennootschap de beslissing te nemen om een proces in te leiden en in rechte op te treden als procesvertegenwoordiger; dat de statuten krachtens artikel 522, § 2, van het wetboek van vennootschappen evenwel aan één of meer bestuurders de bevoegdheid kunnen verlenen om alleen of gezamenlijk de vennootschap in en buiten rechte te vertegenwoordigen; dat artikel 19 van de door de verzoekende partij overgelegde statuten luidt als volgt : "Gerechtszaken, zowel als eiseres dan als verweerder worden ingesteld of gevoerd door de raad van bestuur in naam van de vennootschap, vertegenwoor- digd door haar voorzitter, of door een daartoe afgevaardigd bestuurder, of door iedere andere persoon daartoe bijzonder afgevaardigd door de raad van bestuur"; dat een dergelijke bepaling niet anders kan gelezen worden dan dat zij enkel de statutair aangewezen personen machtigt om, zodra de beslissing om in rechte te treden is genomen, de maatregelen te nemen ter uitvoering van hetgeen de raad van bestuur heeft beslist en niet de bevoegdheid van de raad van bestuur overdraagt in de zin van artikel 522 van het wetboek van vennootschappen; dat immers een andere lezing van die bepaling er onder meer op neer zou kunnen komen dat aan "iedere andere persoon daartoe bijzonder afgevaardigd door de raad van bestuur" de bevoegdheid kan gegeven worden om voor de vennootschap te beslissen om al dan VII-29.645-4/5 niet in rechte te treden; dat dergelijke lezing strijdt met de kennelijke bedoeling van die bepaling; Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt dat tot het instellen van het voorliggend beroep niet is beslist door het daartoe rechtens bevoegd orgaan van de verzoekende partij; dat het beroep onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht januari tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-29.645-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.320 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div