id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.332 Rolnummer: A. 187757/VII-37169 Zaak: Arrest 189332 - Milieuvergunningen - 08/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-16 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-29 12:52 Fiche Arrest nr 189.332 van 8 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.332 van 8 januari 2009 in de zaak A. 187.757/VII-37.
- In zake :
- Dirk BLOMME,
- Viviane FILLIERS, die woonplaats kiezen bij advocaat K. ROELANDT, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 209 A tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
- tussenkomende partij : de NV DOSSCHE MILLS, die woonplaats kiest bij advocaat M. DEKETELAERE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Meir
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk BLOMME en Viviane FILLIERS op 18 maart 2008 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoer- legging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 18 december 2007 houdende het definitief verlenen van een vergunning na een proefperiode aan de NV DOSSCHE MILLS & BAKERY, om een graanmaalderij, gelegen aan de Tolpoortstraat 40 te Deinze, verder te exploiteren en te veranderen; Gelet op het arrest nr. 187.111 van 16 oktober 2008 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met een aanvullend onderzoek van de vordering tot schorsing; VII-37.169-1/8 Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 21 november 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 18 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. ROELANDT, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat J. SIMENON die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat M. DEKETELAERE, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT:
- Op grond van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerleg- ging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel citeren de verzoekende partijen uit het arrest nr. 120.126 van 4 juni 2003, waarin de Raad van State de milieuvergunning een eerste keer heeft geschorst : "Overwegende dat de ernst van het nadeel niet wordt ontkracht omdat de vordering op het einde van de beroepstermijn zou zijn ingesteld; dat verzoeker, van wie bij het instellen van zijn vordering tot schorsing wordt verwacht dat hij ernstige middelen en een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in zijn verzoek- schrift ontwikkelt, en die in beginsel geen nieuwe gegevens tijdens het verdere VII-37.169-2/8 verloop van de rechtspleging mag aanbrengen, dan ook over de volledige wettelijk vergunde termijn moet beschikken zodat hij zijn vordering zo accuraat mogelijk kan formuleren; dat verzoeker er bij het verlenen van de vergunning na het verstrijken van de proefperiode mocht op vertrouwen dat de vigerende wetgeving en de door de vergunning op proef opgelegde voorwaarden zullen gerespecteerd worden, en dat de inrichting geen nieuwe vergunning zal bekomen wanneer dit decretaal of reglementair niet is toegelaten; dat verzoeker zich dan ook bij het verlenen van dergelijke nieuwe vergunning kan beroepen op nadelen die uit die vergunning voortvloeien, zelfs al heeft hij die nadelen ook reeds in het verleden ondervonden; dat in de bestreden beslissing zelf wordt vermeld dat het verslag van het volledig akoestisch onderzoek van juni 2001 concludeerde dat 'de overschrijding van de geluidsvoorwaarden van titel II van het Vlarem vrij drastisch zijn, voor zowel de basisactiviteit op continue basis als voor laad- en los-verrichtingen die niet plaatsvinden ‘s nachts noch tijdens het weekend (...)'; dat aangezien het gaat om geluidshinder die dag en nacht doorgaat, ook in de weekends, en het bedrijf midden in druk bewoond woongebied is gevestigd, de hinder geredelijk als een ernstig nadeel kan worden beschouwd; dat dergelijke voortdurende verstoring van het woonkli- maat duidelijk niet achteraf herstelbaar is; dat uit het neergelegde verslag blijkt dat de geldende geluidsnormen nog steeds niet worden gehaald en dat er nog overschrijdingen zijn van de richtwaarden (...)". Zij voegen daar het volgende aan toe : "Reeds hoger werd aangetoond dat de richtwaarden opgelegd door de vigerende wetgeving (artikel 4.5.3 van titel II van VLAREM) en de proefver- gunning, nog steeds niet worden gehaald. In die omstandigheden is de geluidshinder die voortkomt van de inrichting zonder meer 'ernstig'. In het licht van de beoordeling van de aantasting van het woonklimaat van verzoekende partijen, kan bovendien verwezen worden naar het evaluatiever- slag van de Afdeling Milieu-inspectie d.d. 12 januari 2005: 'De eindbeoordeling van de geluidssanering is te vinden in het verslag 'opvolging saneringsplan - deel 2' van datum 16.2.
- Hierbij had een ambulante meting plaats in een meetpunt representatief voor de buur/klager Tolpoortstraat 64, ter hoogte van het slaapkamerniveau. Volgens de conclusie bedraagt het specifiek geluid in dit meetpunt 45 dB(A) voor de nachtperiode hetgeen gelijk is aan de richtwaarde voor bestaande inrichtingen. Dat het bedrijfsgeluid nog steeds het geluidskli- maat in de omgeving van de woning beheerst, volgt uit de meetresultaten gegeven in figuur 7-
- Dit valt af te leiden uit het quasi-stabiel verloop van de Laeq,1sec-waarden en uit de spectrale gegevens welke duiden op het belang van laagfrequent-industriegeluid (tevens tonaal volgens smalband- analyse). Een stabiel en constant geluidsdrukniveau van 45 dB(A) veroorzaakt door industrielawaai en gemeten op slaapkamerniveau is niet van aard een aanvaardbare kwaliteit van de woonomgeving te waarborgen'. (...) Tweede verzoekende partij is woonachtig te Tolpoortstraat 44 en bevindt zich nog dichter bij de inrichting dan eerste verzoekende partij, zodat de geluidshinder niet enkel eerste verzoekende partij treft, doch zeker ook tweede verzoekende partij. In het besluit van de Bestendige Deputatie d.d. 24 augustus 2000 (stuk 5) wordt overwogen: VII-37.169-3/8 'dat volgens de exploitant gemiddeld 50 transportbewegingen van vrachtwagens van een naar het bedrijf plaatshebben via de Tolpoortstraat; dat deze gebeuren met opleggers van 25 of 44 ton; dat om de verkeershin- der in de drukke Tolpoortstraat te beperken, de chauffeurs verplicht worden om bij het buitenrijden van het bedrijf rechts af te slaan, zodat zij de verkeersstroom niet moeten dwarsen; dat om te vermijden dat wachtende vrachtwagens het verkeer in de Tolpoortstraat hinderen, bedrijfsvreemde vrachtwagens wel op het terrein worden toegelaten; (...) Overwegende dat, wat de aangeklaagde verkeershinder betreft, uit het dossier blijkt dat het bedrijf maximale inspanningen doet om deze vorm van hinder te voorkomen; dat de verkeersproblemen in de Tolpoortstraat niet enkel toe te schrijven zijn aan de aanwezigheid van het bedrijf, dat daar sinds 1875 gevestigd is; dat de aanwezigheid van 4 scholen en de concentratie aan winkels in de onmiddellijke buurt ook bijdragen tot de verkeershinder; dat vermits de Tolpoortstraat een gemeenteweg is, het stadsbestuur bevoegd is om de verkeersproblematiek te onderzoeken en eventueel oplossingen aan te reiken'. De circulatieruimte wordt door het zware vrachtverkeer op zodanige wijze teruggedrongen, dat het verkeer geen gewone doorgang meer kent. Dit vormt op zich reeds een ernstig nadeel. Het hoeft bovendien geen betoog dat het verkeer van gemiddeld 50 vrachtwagens met opleggers van 25 of 44 ton doorheen een winkelstraat, de woonkwaliteit van de inwoners van de Tolpoortstraat, en in het bijzonder van verzoekende partijen als onmiddellijk omwonenden van het bedrijf, ernstig en onherstelbaar aantasten. Het vrachtverkeer zal nà de uitbreiding (55%) per evidentie nog hoger liggen dan een gemiddelde van 50 vrachtwagens. Bovendien blijkt uit het bijgevoegd fotomateriaal dat de maatregel dat de vrachtwagens bij het buiten rijden rechts moeten afslaan, helemaal geen afbreuk doet aan de hinderlijkheid van het vrachtverkeer. Bovendien kan niet voorbijgegaan worden aan het feit dat tweede verzoe- kende partij vlakbij de uitgang van het bedrijf woont en dus continu wordt geconfronteerd met afremmende vrachtwagens die in- of uitrijden. Het afremmen en optrekken van vrachtwagens gaat gepaard met ernstige geluids- hinder, zodat het woonklimaat van tweede verzoekende partij ernstig wordt aangetast". Vervolgens halen de verzoekende partijen een passage aan uit het arrest nr. 156.449 van 16 maart 2006, waarbij de milieuvergunning door de Raad van State opnieuw werd geschorst : "De uiteenzetting van de verzoekende partijen overtuigt, mede in het licht van het ernstig bevinden van het eerste middel, dat juist betrekking heeft op de beoordeling van het respecteren van de geluidsnormen. De vergunning op proef eiste dat aan de hand van een akoestisch onderzoek werd aangetoond dat de inrichting voldoet aan de norm gesteld door artikel 4.5.3.1, § 3 van Vlarem II. Het laatste beschikbaar akoestisch onderzoek heeft bij het slaapkamerraam van eerste verzoeker een specifiek geluid van de inrichting gemeten van 45 dB(A), wat in het voor de exploitant meest gunstige uitgangspunt een overschrijding van de norm met 5 dB(A) betekent. Een overschrijding van de geluidsnorm met minstens 5 dB (A) is geen geringe overschrijding. Ook de toename van het vrachtverkeer in de onmiddellijke omgeving, als gevolg van de uitbating, kan worden beschouwd als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel (...)". VII-37.169-4/8 Ze besluiten dat de situatie niet is gewijzigd, dat de aantasting van hun woonklimaat achteraf niet meer passend kan worden hersteld en dat zij bijgevolg een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaan.
- De verwerende partij stelt daar tegenover dat het aangevoerde, en eerder door de Raad van State in aanmerking genomen, moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet meer actueel is : "De verzoekende partijen steunen zich op de eerdere beslissingen van uw Raad, zonder rekening te houden met de volgende gewijzigde omstandigheden: - De afdelingen zakgoedverladingen is verplaatst naar het industrieterrein aan de Tweebruggenlaan, waardoor het aantal transportbewegingen aanzienlijk is afgenomen. - De verkeerssituatie in de Tolpoortstraat is sinds nagenoeg een jaar gewij- zigd, doordat eenrichtingsverkeer wordt toegepast. De hinder uit verkeer ter hoogte van de woningen van de verzoekende partijen is daardoor zonder twijfel zeer sterk afgenomen, vermits de klacht precies was dat de in- en uitrijdende vrachtwagens elkaar op een zodanige wijze hinderden dat feitelijke afspraken over een éénrichtingsverkeer ten behoeve van het bedrijf werden gemaakt. Het is ook onwaarschijnlijk dat er nog hinder is uit stilstaande of wachtende vrachtwagens. - De vergaderfrequentie van de overlegcommissie wordt verminderd van 4 keer per jaar tot minstens 1 keer per jaar, duidelijk omwille van een globale verbetering van de hindersituatie, en uit het klachtenregister blijkt dat er in 2007 slechts één klacht was, die niet door de verzoekende partijen werd geformuleerd (zie o.m. advies PMVC, stuk 5). - Het bedrijf een principiële beslissing tot herlokalisatie heeft genomen, zodat het aangewezen is dat alle betrokken partijen en overheden een normale uitvoeringstermijn voor het project in aanmerking nemen. Het MTHEN steunt op foutieve of achterhaalde feitelijke gegevens, in het bijzonder met betrekking tot het verkeer, en de verzoekende partijen kunnen dus niet gewoon herhalen wat zij in eerdere vorderingen tot schorsing hebben uiteengezet, c.q. citeren uit de eerdere schorsingsarresten. De uiteenzetting over het MTHEN is in de gegeven omstandigheden bijzonder faciel, en gaat voorbij aan de constante en strenge eis van uw Raad dat het ernstige en moeilijk te herstellen karakter van de beweerde grieven concreet moet worden ingevuld. Een precedent is geen legitimatie voor een eeuwig MTHEN. Wat verder de gekende opmerkingen met betrekking tot de geluidshinder betreft, wijst de verwerende partij opnieuw op de substantiële verbetering van het geluidsklimaat ten opzichte van de situatie die in uw arrest van 04 juni 2003 in aanmerking werd genomen. De metingen die op MP4 aan de slaapkamer van de eerste verzoekende partij werden gedaan, gebeurden met open raam. De verwerende partij heeft er bij herhaling op gewezen dat dit geen evidentie is, en dat het gewone geluidsisole- rende effect van een gesloten venster elke slaapverstorende geluidshinder weert. Dit wordt bevestigd door de waarnemingen tijdens de geluidsmetingen van de in het station van Deinze passerende treinen. De uiteenzettingen van de verzoekende partijen, die ongenuanceerd zeggen dat de meting op MP4 a fortiori voor tweede verzoekster geldt, zijn niet actueel, en niet concreet, zodat ze niet kunnen overtuigen. VII-37.169-5/8 Wat de hinder uit verkeer betreft kunnen de verzoekende partijen evident niet steunen op de feiten en gegevens van enkele jaren geleden. De verwerende partij wijst er opnieuw op dat er geen verkeer is tijdens de avond, de nacht en het weekend, en alleen de concrete vermeerdering van het actuele bedrijfsver- keer ten opzichte van het gewone drukke verkeer in de Tolpoortstraat moet worden geëvalueerd. Dit is op vandaag niet op objectieve wijze gebeurd".
- Ook de tussenkomende partij stelt dat het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet meer actueel is : "Vervolgens blijkt dat verzoekende partijen hun beweerd ernstig nadeel in wezen nog steeds staven aan de hand van 'ernstige milieuhinder' (geluidsoverlast) die hun 'leefkwaliteit ernstig aantast', verwijzend naar de toestand van jaren geleden, d.i. voor de uitvoering van het investerings- programma met betrekking tot geluidssaneringsmaatregelen. Verzoekende partijen stellen de zaken voor alsof er intussen niets is gebeurd en dat de geluidshinder onverminderd is blijven bestaan en deze hun leef- en woonklimaat 'ernstig en onherstelbaar aantast'. Dit is gewoon onjuist en geenszins ernstig. Zo stellen verzoekende partijen foutief dat de richtwaarden opgelegd door de vigerende wetgeving (artikel 4.5.3 van Vlarem II) en de proefver- gunning nog steeds niet worden gehaald en dat 'in die omstandigheden de geluidshinder die voorkomt van de inrichting zonder meer ernstig is'. De bestreden beslissing stelt nochtans zeer duidelijk: 'Overwegende dat bijgevolg in het laatste, zijnde vierde rapport, duidelijk wordt aangetoond dat het specifiek geluid van de uitbreiding voldoet aan de bepalingen van afdeling 4.5.3 van titel II van het Vlarem; dat meer bepaald voor alle beoordelingspunten met uitzondering van BP1 het specifiek geluid van de verandering steeds lager ligt dan de grenswaarden; dat voor BP1 het specifiek geluid overdag 47 dB(A) bedraagt; wat gelijk is met de grenswaar- de 47 dB(A) (= omgevingsgeluid 52 db(A) - 5db(A)), en voor BP3 bedraagt het specifiek geluid overdag 45 db(A), wat gelijk is met de grenswaarde 45 db(A) (= richtwaarde 50 db(A) - 5 db(A))'. Dat verder in het bestreden besluit wordt overwogen: 'Overwegende dat er door de exploitant een overzicht met uitgevoerde geluidbeheersingsmaatregelen werd overhandigd; dat dit werd bijgewerkt op 2 februari 2005; dat het een document van 7 pagina’s saneringsmaatregelen betreft; dat deze allen werden uitgevoerd'. Verzoekende partijen verwijzen ook volkomen ten onrechte naar het vergunningsbesluit van de bestendige deputatie van 24 augustus 2000 waarin sprake is van '50 transportbewegingen van vrachtwagens (...) met opleggers van 25 of 44 ton', teneinde te stellen dat de circulatieruimte in de Tolpoortstraat op zodanige wijze wordt teruggedrongen dat het gewone verkeer geen gewone doorgang meer kent én dat dit nadeel nog groter zal worden na de uitbreiding ... Dit is niet ernstig aangezien in werkelijkheid juist het omgekeerde plaatsvindt, zoals de bestreden beslissing ook uitdrukkelijk aangeeft: 'Overwegende dat dient opgemerkt dat na het laatste geluidsrap- port er nog een belangrijke geluidsbron is weggevallen, zijnde zakgoedverladingen, die verplaatst werden naar het industrieterrein waardoor het aantal transportbewegingen op het bedrijfsterrein aanzienlijk is afgenomen; dat bovendien de exploitant voorziet om zijn bedrijf te herlocaliseren naar de industriezone van Deinze'. VII-37.169-6/8 De herlocalisering van de bedrijfsactiviteiten is inderdaad volop in voorbereiding en de exploitant verwacht dat deze binnen de twee tot drie jaar voltooid zal zijn (...)".
- In het schorsingsarrest nr. 156.449 van 16 maart 2006 heeft de Raad van State het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aanvaard omdat het eerste middel, dat betrekking had op de geluidshinder, ernstig werd bevonden. Bovendien werd dat nadeel ook beoordeeld in functie van de toename van het vrachtverkeer in de onmiddellijke omgeving, als gevolg van de uitbating. Dit is te dezen niet het geval. In zijn arrest nr. 187.111 van 16 oktober 2008 heeft de Raad van State geoordeeld dat het eerste middel niet ernstig is. Bovendien wordt noch door de verzoekende partijen, noch door de eerste auditeur de bewering van de verwerende partij tegengesproken dat de verkeerssitua- tie sinds het vorige schorsingsarrest is gewijzigd. In de gegeven omstandigheden is er geen sprake van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zou kunnen verantwoorden. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging te verwerpen, VII-37.169-7/8 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht januari tweeduizend en negen, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.169-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.332 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.777 ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.111 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.408 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div