id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.333 Rolnummer: A. 148827/XII-4098 Zaak: Arrest 189333 - Media - 08/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-21 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 12:52 Fiche Arrest nr 189.333 van 8 januari 2009 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.333 van 8 januari 2009 in de zaak A. 148.827/XII-
- In zake : de VZW TWIN MEDIA, die woonplaats kiest bij T. Decouttere, wonende te Kortrijk, Doorniksesteenweg 81, bus 23 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- tussenkomende partij : de VZW RADIO ZELFSTANDIG HARELBEKE, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Lesaffer, kantoor houdende te Antwerpen, Alfred Coolsstraat 2-
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Twin Media op 15 maart 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 19 december 2003 van de Vlaamse minister van Wonen, Media en Sport, houdende erkenning als lokale radio-omroep van vzw Radio Zelfstandig Harelbeke voor de lokaliteit Kortrijk/Harelbeke met frequentie 92.7 MHz; Gelet op het arrest nr. 135.481 van 28 september 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek van de verzoekende partij tot voortzetting van de procedure; XII-4098-1\12 Gezien het verzoek tot tussenkomst van 7 december 2004; Gelet op de beschikking van 23 december2004 die de tussenkomst van de vzw Radio Zelfstandig Harelbeke toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. Barra; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 8 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 oktober 2008; Gelet op de brief van 8 oktober 2008 waarbij de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 2 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaten B. en P.-J. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat Chr. Lesaffer, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. Barra; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.
- Het Vlaams Commissariaat voor de Media verklaart met een bericht, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 12 augustus 2003, “dat voor de frequenties, bepaald bij en omschreven in het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 houdende bepaling van het aantal particuliere landelijke, regionale en XII-4098-2\12 lokale radio-omroepen dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten en de frequenties die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen, met bijlagen (Belgisch Staatsblad van 25 juli 2003) en betrekking hebbende op het grondgebied van de provincies Oost-Vlaanderen en West- Vlaanderen, een aanvraag tot erkenning als lokale radio-omroep kan worden ingediend”. 1.
- Verzoekende partij, tussenkomende partij en nog twee andere verenigingen dienen een aanvraag in tot erkenning als lokale radio-omroep voor de frequentie 92.7 MHz in de lokaliteit Kortrijk/Harelbeke. Artikel 38decies van de op 25 januari 1995 gecoördineerde decreten betreffende de radio-omroep en de televisie (hierna: de mediadecreten) draagt de Vlaamse regering op om de erkenning te verlenen op basis van de in dit artikel 38decies opgesomde criteria én de mogelijk door de regering supplementair opgelegde voorwaarden. Verwerende partij dient overeenkomstig artikel 1, vijfde lid, van het ter uitvoering van artikel 38decies genomen besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de procedure en de aanvullende kwalificatiecriteria en voorwaarden voor de erkenning van particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen (hierna: het erkenningsbesluit) de ontvankelijk bevonden kandidaturen op basis van vijf erkenningscriteria te beoordelen. Deze criteria zijn : “1/ de concrete invulling van het programma-aanbod en zendschema, in het bijzonder het aanbod aan eigen programma's en het programma-aanbod met informatie over het eigen verzorgingsgebied; 2/ de aantoonbare en beschreven kennis en radio-ervaring van de kandidaat op het vlak van de productie en exploitatie van een radioprogramma voor het verzorgingsgebied in kwestie; 3/ de aantoonbare en beschreven band die is opgebouwd met de lokale gemeenschap in het bijzonder de band die is ontstaan door gedurende een langere periode een continuïteit in de radio-uitzendingen te hebben verzorgd; 4/ de infrastructuur, met name de materiële en technische uitzend- mogelijkheden waarover de kandidaat zal beschikken; 5/ de degelijkheid van het opgegeven financiële plan en de financiële structuur”. XII-4098-3\12 In de onderzoeksrapporten die de administratie opstelt, wordt de wijze waarop de aanvraag overeenstemt met ieder criterium afzonderlijk onderzocht, beschreven, beoordeeld en gewaardeerd. In de finale rubriek “advies inzake de weging” verkrijgen verzoekster en tussenkomende partij de volgende scores : - concrete invulling van het programma-aanbod : verzoekster “+”, tussenkomende partij “+”; - aantoonbare kennis en radio-ervaring : “0” resp. “+”; - aantoonbare band met de lokale gemeenschap : “0” resp. “+”; - infrastructuur - frequentie > 100 Watt : “+” resp. “++”; - degelijkheid financiële structuur & financieel plan - frequentie > 100 Watt : “+” resp. “++”. De Vlaamse minister van Wonen, Media en Sport erkent op 19 december 2003 de tussenkomende partij als lokale radio-omroep voor de “enig beschikbare frequentie” 92.7 MHz in de lokaliteit Kortrijk/Harelbeke. Hij motiveert aldus : “Overwegende dat na onderzoek van de aanvragen blijkt dat elk van de kandidaten voldoet aan de decretale voorwaarden om te worden erkend als lokale radio-omroep; Overwegende dat uit de dossiers na grondig onderzoek enerzijds blijkt dat de kandidatuur van VZW Radio Zelfstandig Harelbeke zowel op het gebied van de infrastructuur, met name de materiële en technische uitzendmogelijkheden waarover de kandidaat zal beschikken -door de uitvoerige beschrijving van het technisch dossier- als inzake het opgegeven financiële plan en de financiële structuur voor het verzorgen van uitzendingen met een hoog vermogen als meest degelijke van de betrokken kandidaatstellingen dient te worden beschouwd terwijl anderzijds blijkt dat de concrete invulling door VZW Radio Zelfstandig Harelbeke, VZW Radio Kortrijk en VZW Twin Media van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder het aanbod aan eigen programma’s en het programma-aanbod met informatie over het eigen verzorgingsgebied, door het verzorgen van een breed en gevarieerd programma-aanbod met veel lokale en streekgerichte informatie op gelijkwaardige wijze als de meest degelijke van alle kandidaatstellingen dient te worden beschouwd; Overwegende dat niettegenstaande uit de dossiers na grondig onderzoek blijkt dat de kandidatuur van VZW Radio Kortrijk inzake de aantoonbare en beschreven kennis en radio-ervaring op het vlak van de productie en exploitatie van een radioprogramma voor het verzorgingsgebied in kwestie evenals inzake de aantoonbare en beschreven band die is opgebouwd met de lokale gemeenschap, in het bijzonder de band die is ontstaan door gedurende een langere periode een continuïteit in de radio-uitzendingen te hebben verzorgd als de meest degelijke van de betrokken kandidaatstellingen dient te worden beschouwd, VZW Radio Zelfstandig Harelbeke door het overwicht ten opzichte van de overige kandidaten op basis van de invulling van de voorgeschreven criteria omwille van de hierboven vermelde redenen in aanmerking komt voor de toekenning van de enig beschikbare frequentie 92.7 MHz in de lokaliteit Kortrijk/Harelbeke”. XII-4098-4\12 1.
- Het sub 1.
- genoemd besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 wordt door de Raad van State onwettig bevonden in zijn arrest nr. 154.605 van 7 februari 2006 wegens de niet-naleving van de adviesverplichting van de afdeling wetgeving van de Raad van State. Het wordt opgeheven bij besluit van de Vlaamse regering van 1 september 2006 dat, na advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, een identieke regeling herneemt als in het opgeheven besluit en dat die regeling uitwerking laat hebben met ingang van 25 juli
- Dit arrest verwijst naar de mediawetgeving zoals van kracht op het ogenblik van het bestreden besluit, tenzij anders vermeld. De procedure
- Omdat verzoekende partij op de terechtzitting van 7 oktober 2008 niet vertegenwoordigd was en niet vast stond of zij wel gepast op de hoogte was gebracht van deze zitting, werd de behandeling van de zaak uitgesteld naar 2 december
- Ondertussen heeft de griffie via administratieve weg aan de politie gevraagd om het bericht van uitstel aan de verzoekende partij te bezorgen. De stad heeft hierop bij brief van 14 oktober 2008 laten weten dat verzoekende partij nog steeds gedomicilieerd is op dat adres maar er niet verblijft. Voorafgaand aan de zitting zijn er meerdere telefonische pogingen geweest om de verzoekende partij alsnog op de hoogte te stellen van de zitting van 2 december 2008, echter zonder resultaat. De Raad van State stelt vast dat alle inspanningen zijn gedaan welke redelijk verwacht mochten worden om verzoekende partij te contacteren met het oog op de (uitgestelde) zitting. Uit een schrijven van 28 november 2008 waarbij T. Decouttere bij wie verzoekende partij keuze van woonplaats deed, verwijst naar “de verlate ontvangst van de aangetekende postzending” kan overigens worden afgeleid dat hij op de hoogte was van de briefwisseling. XII-4098-5\12 De ontvankelijkheid
- De tussenkomende partij betwist de ontvankelijkheid van het beroep, eensdeels, wegens gemis aan procesbevoegdheid en, anderdeels, wegens gemis aan belang in hoofde van verzoekster. Beide excepties worden in het auditoraatsverslag onderzocht en ongegrond bevonden. Nu de tussenkomende partij geen gebruik heeft gemaakt van de haar geboden mogelijkheid om een laatste memorie in te dienen, mag de Raad van State er van uitgaan dat zij zich in het auditoraatsverslag kan vinden en neemt de Raad aan dat zij de excepties niet langer handhaaft. De gegrondheid van het beroep
- Verzoekende partij voert drie vernietigingsgronden aan. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoekende partij voert in het eerste middel de schending aan van artikel 38decies van de mediadecreten en “van artikel 3 van het besluit van 13 juni 2003 van de Vlaamse regering betreffende de toekenning van zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, regionale en lokale radio- omroepen, en het voorgaande besluit van 5 juni 1996”. Wat dit laatste betreft blijkt uit de toelichting van het middel dat verzoekende partij bedoelde te verwijzen naar artikel 1 van het erkenningsbesluit. In drie onderdelen zet verzoekster uiteen waarom volgens haar onrechtmatig aan de tussenkomende partij het “superlatief ‘overwicht’” is toegekend, wat betreft de criteria van de invulling van het programma-aanbod, de technische infrastructuur en het financieel plan. Wat de beoordeling van de invulling van het programma-aanbod betreft, wijst verzoekster er op dat in haar programma-schema uitsluitend eigen programma’s staan, met 24 lokale medewerkers; bij tussenkomende partij zijn er slechts twee lokale medewerkers en het programma wordt overwegend ingevuld XII-4098-6\12 door externe aanlevering via het samenwerkingsverband “City FM”. Bij verzoekster staan er geen details over het soort muziek en te voeren format inzake muzikale invulling omdat dit onderdeel niet gevraagd was; in het dossier van tussenkomende partij staan veel muzikale details met voor de aanvraag irrelevante informatie. Wat de beoordeling van de infrastructuur betreft, stelt verzoekster “in het nadeel” te zijn omdat het voor haar een nieuw initiatief is, wat automatisch leidt tot een mindere opsomming van reeds aanwezige eindapparatuur; zij verklaart wel al de basisset gekocht te hebben, met uitzondering van investeringen die pas verantwoord kunnen worden na erkenning. Het is onduidelijk hoe de weging is geschied. De offerte van verzoekende partij is strikt rechtlijnig; de offerte van de tussenkomende partij bestaat uit twee gedeelten opgesteld door externe bedrijven; het eerste gedeelte handelt over de bestaande infrastructuur en is foutief daar het een verkeerde frequentie aangeeft; het tweede gedeelte is zeer lijvig doch bevat overbodige en foutieve zaken die geschrapt moeten worden uit de weging. Wat ten slotte de beoordeling van het financieel plan betreft, heeft tussenkomende partij ook dit onderdeel laten uitwerken door een extern bedrijf; het maakt melding van een financieel plan en een compleet business plan. Verzoekende partij heeft enkel een financieel plan gegeven. Het financieel plan van tussenkomende partij is te rooskleurig en ook ongeloofwaardig daar het over de hele erkenningsduur van negen jaar gaat terwijl dergelijk plan bij voorkeur over 2 à 3 jaar gaat. Beoordeling
- De Raad van State stelt vast dat verzoekster inzage heeft gekregen van de ambtelijke rapporten en van de aanvraagdossiers van haar concurrenten. In het inleidend verzoekschrift schrijft zij zelf, op 22 januari 2004 alle ontvankelijk verklaarde aanvraagdossiers te hebben kunnen inkijken, evenals de onderzoeks- rapporten alsook de wegingen van de dossiers. Zij heeft derhalve haar verzoekschrift kunnen opstellen met voldoende kennis van zaken om, op het vlak van de motivering van de bestreden beslissing, haar middelen te ontwikkelen. Als verzoekster dan pas in de memorie van wederantwoord er toe komt om, ten eerste, algemene kritiek te formuleren over de werkwijze die het bestuur heeft gevolgd om de aanvraagdossiers te beoordelen en om, ten tweede, XII-4098-7\12 overheen ongeveer veertien bladzijden bijkomende kritiek te formuleren over de bevindingen in de onderzoeksrapporten en de scoretoekenning, kan de Raad van State niet anders dan vaststellen dat verzoekster deze grieven reeds in het inleidend verzoekschrift geschreven kon -en dus moest- hebben. De verdere uitwerking van het eerste middel in de memorie van wederantwoord is dan ook laattijdig.
- In het auditoraatsverslag is bij het onderzoek van dit middel - afgezet tegen de stukken van het administratief dossier- voorts elk van de concrete grieven van verzoekster als volgt ontkracht : “1.5.
- Wat het eerste onderdeel betreft. Het criterium zoals geformuleerd in artikel 1 Besluit van de Vlaamse Regering 18 juli 2003 luidt als volgt: de concrete invulling van het programma-aanbod en zendschema, in het bijzonder het aanbod aan eigen programma’s en het programma-aanbod met informatie over het eigen verzorgingsgebied In het onderzoeksrapport over verzoekende partij wordt bij het advies inzake de weging van dit criterium ‘concrete invulling van het programma-aanbod’, dat met een score + wordt bedacht, het volgende vermeld: enkel eigen programma’s - breed en gevarieerd programma-aanbod - informatief gericht op regio - interactie met luisteraar In het onderzoeksrapport over tussenkomende partij wordt bij het advies inzake de weging van dit criterium ‘concrete invulling van het programma-aanbod’, dat met een score + wordt bedacht, het volgende vermeld: uitzendingen in samenwerkingsverband - format en karakter lokale uitzendingen gestuurd vanuit samenwerkingsverband - breed programma- aanbod - lokaal gericht informatief aanbod Bij het onderzoek vermeld in de onderzoeksrapporten - op te merken valt dat verzoekende partij blijkbaar geen formeel motiveringsgebrek aanvoert - wordt bij het programma-aanbod van verzoekende partij opgemerkt dat verzoekende partij enkel eigen programma’s heeft, dat het aanbod gevarieerd is, dat er op weekdagen 8 journaals zijn en op weekenddagen 5 en dat er op weekdagen 3 à 4 informatieve programma’s zijn en op weekenddagen
- De doelgroep van verzoekende partij is de luisteraar boven de dertig jaar. Bij het onderzoek wordt bij het programma-aanbod van tussenkomende partij opgemerkt dat tussenkomende partij 8 uur per weekdag eigen programma’s heeft en in het weekend 6 u per dag, dat het aanbod gevarieerd is, dat de niet- eigen programma’s komen van een samenwerkingsverband, dat er op weekdagen 13 journaals zijn en op een weekend 4 en dat er op weekdagen 15 informatieve programma’s zijn en op weekenddagen 8 à
- De doelgroep van verzoekende partij is de gehele bevolking. Prima facie dient inderdaad opgemerkt te worden dat verzoekende partij inzake eigen programma’s, hetgeen volgens de definitie van het eerste criterium een wezenlijk element bij de beoordeling dient uit te maken, beter scoort dan tussenkomende partij; anderzijds lijkt dan weer dat inzake informatief element en nieuwsvoorziening tussenkomende partij beter lijkt te scoren en dit dan blijkbaar, i.t.t. tussenkomende partij, voor gans de bevolking. De opmerking van verzoekende partij in de memorie van wederantwoord dat uit de actuele radio-verstrekking van tussenkomende partij moet worden afgeleid dat ze zich niet zou houden aan wat ze voorgespiegeld heeft inzake programma-aanbod, lijkt irrelevant voor de wettigheid van de bestreden beslissing - deze XII-4098-8\12 opmerking, bv geïnterpreteerd als het afleggen van onjuiste verklaringen, zou een rol kunnen spelen bij het nagaan van een eventueel onderzoek naar het erkend blijven. Verzoekende partij toont niet aan dat verwerende partij decisief foutieve elementen heeft betrokken bij haar beoordeling of dat ze in redelijkheid niet tot de conclusie inzake de score bij het eerste criterium kon komen. 1.5.
- Wat het tweede criterium betreft geeft het advies inzake de weging aan dat wat bij verzoekende partij goed beschreven is (studiomateriaal is goed beschreven - administratief materiaal is goed beschreven en zendinstallatie voor hoog vermogen is goed beschreven) bij tussenkomende partij uitvoerig beschreven is (studiomateriaal is uitvoerig beschreven - administratief materiaal is uitvoerig beschreven en zendinstallatie voor hoog vermogen is uitvoerig beschreven); dit wordt bevestigd bij controle van de offertes. Het feit nieuwkomer te zijn betekent niet dat dit een beletsel is om aan te geven hoe je je infrastructuur zal configureren. De materiële misslag van een frequentie lijkt geen invloed te hebben [op] de beslissing. De scoretoekenning lijkt volstrekt redelijk en normaal. In de memorie van wederantwoord worden elementen aangegeven die voor het eerst worden aangedragen zoals de technische problemen bij tussenkomende partij in het verleden, de kritiek op de relevantie van het criterium, de dubieuze ervaring bij tussenkomende partij,... Geen van die elementen werd in het eerste middel bij het eerste processtuk vermeld en uitgewerkt; ze zijn dan ook laattijdig. Het middelonderdeel faalt. 1.5.
- Wat het derde criterium betreft, geven de onderzoeksrapporten aan dat verzoekende partij een + score meekrijgt wijl de tussenkomende partij een + + score - dus anders dan verzoekende partij in haar annulatieverzoekschrift aangaf. Het advies bij de weging is dat de tussenkomende partij een positieve score bekomt op basis van de beschikbare info wijl verzoekende partij een eerder positieve score bekomt; bij het deel onderzoek van dit criterium in de rapporten (samen bekeken met de offertes) valt op dat het plan van tussenkomende partij een solidere indruk geeft bv inzake herkomst financiën en inzake investeringen. De iets betere waardering lijkt niet onredelijk of gebaseerd op foute gegevens nu verzoekende partij niet aantoont dat de offerte van tussenkomende partij op dit punt onjuistheden bevat die beslissend zijn voor de appreciatie”.
- Na kennisname van dit verslag heeft verzoekster enkel om de voortzetting van de procedure gevraagd, en niet de gelegenheid benut die een laatste memorie biedt, om nog haar visie op de beoordeling door het auditoraat weer te geven. In die omstandigheden kan ook de Raad van State, die de zienswijze van het auditoraat bijvalt, om de geciteerde redenen ermee volstaan het middel ongegrond te verklaren. XII-4098-9\12 Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoekende partij put het tweede middel uit de schending van artikel 38decies van de mediadecreten en van artikel 133 van de Grondwet. In een eerste onderdeel wijst verzoekster op de verschillende redactie van de decretale erkenningsvoorwaarde “de radio-ervaring van de medewerkers, in voorkomend geval opgedaan voor het betrokken verzorgings- gebied” en de erkenningsvoorwaarde in het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003, waar vermeld wordt “de aantoonbare en beschreven kennis en radio- ervaring van de kandidaat op het vlak van de productie en exploitatie van een radioprogramma voor het verzorgingsgebied in kwestie”. Het besluit elimineert alzo bepalingen van het decreet, aldus verzoekster, door meer waarde te geven aan de ervaring van de “medewerkers” terwijl het decreet verwijst naar de ervaring van de “kandidaat”, dus van de rechtspersoon. In de onderzoeksrapporten wordt met beide “interpretaties” gemeten, zo stelt verzoekster vast, zowel de ervaring van de kandidaat als de ervaring van de medewerkers. Er wordt echter niet aangegeven in welke mate welk criterium gewogen heeft in de toekenning van het totaal. In een tweede middelonderdeel geeft verzoekster uitvoerig kritiek op de concrete beoordeling van dit criterium, om aan te tonen dat zij beter diende te scoren dan de tussenkomende partij. Beoordeling
- Artikel 38decies van de mediadecreten machtigt de Vlaamse regering om supplementaire erkenningsvoorwaarden op te leggen. De regering blijft ook binnen die opdracht indien zij het in het decreet opgenomen criterium met betrekking tot de ervaring van de medewerkers, ruimer formuleert als de ervaring van de kandidaat. Verzoekster erkent zelf, in de rapporten te hebben kunnen vaststellen dat zowel met de ervaring van de medewerkers rekening is gehouden -zoals de decreetgever heeft gewild- als met de ervaring van de kandidaat-aanvrager. Het uitvoeringsbesluit “elimineert” geen decretale erkenningsvoorwaarde en is ter zake dan ook niet in strijd met het decreet. Het eerste middelonderdeel faalt in zoverre. XII-4098-10\12 Verzoekster heeft voor het overige geen belang bij het middel. Zelfs indien zij in al haar overige kritiek zou worden gevolgd, kan dit ingevolge de verwerping van het eerste middel immers nog ten hoogste resulteren in een beoordeling waarbij zij de “meest degelijke” kandidaat is voor het eerste en het ook wordt voor het tweede beoordelingscriterium. Het zou niets veranderen aan de vaststelling dat tussenkomende partij, met de kwalificatie van “meest degelijke” voor het eerste, het vierde en het vijfde criterium, per slot nog steeds het “overwicht” behoudt dat haar de ultieme erkenning heeft opgeleverd. Het middel wordt niet aangenomen. Derde middel Uiteenzetting van het middel
- In het derde middel voert verzoekster de schending aan van artikel 1, tweede lid, van het erkenningsbesluit van 18 juli 2003, omdat na ontvangst van het advies van 19 september 2003 van het toenmalige Vlaams Commissariaat voor de Media de lijst met ontvankelijke kandidaten niet binnen de voorgeschreven termijn van veertien kalenderdagen door de regering is toegezonden aan de kandidaten. Beoordeling
- Artikel 1, tweede lid, van het erkenningsbesluit schrijft voor dat de Vlaamse regering aan alle kandidaten een lijst zendt van de door haar ontvan- kelijk bevonden kandidaturen “binnen een termijn van veertien kalenderdagen vanaf de datum van ontvangst van het advies van het Commissariaat”. De genoemde termijn is een termijn van orde. Verzoekster, die overigens een ontvankelijke aanvraag heeft ingediend, specificeert voorts niet, zelfs niet nadat zij daar in het auditoraatsverslag op is geattendeerd, welk nadeel zij zou hebben ondergaan van een eventuele overschrijding van die termijn. Het middel kan niet tot nietigverklaring leiden. XII-4098-11\12 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht januari 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4098-12\12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.333 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.481 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.