id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.339 Rolnummer: A. 151349/XII-4141 Zaak: Arrest 189339 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 08/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-15 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 12:54 Fiche Arrest nr 189.339 van 8 januari 2009 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.339 van 8 januari 2009 in de zaak A. 151.349/XII-4141. In zake : de VZW VLAAMS KOMITEE VOOR BRUSSEL, die woonplaats kiest bij advocaat I. Rogiers, kantoor houdende te Kalken, Kalkendorp 17 A tegen : de INTERHOSPITALENKOEPEL VAN DE REGIO VOOR INFRASTRUCTURELE SAMENWERKING (IRIS), die woonplaats kiest bij advocaat L. Walleyn, kantoor houdende te 1030 Brussel, Paleizenstraat 154. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Vlaams Komitee Brussel op 30 april 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vragen “van de beslissing van IRIS-koepelstructuur [...] houdende afwijzing van het verzoek van verzoekster om inzage en mededeling in afschrift van (
- i)de benoemingsbeslissingen van de personen die in de periode 1 november 2002 tot en met 1 november 2003 door verweerster werden benoemd in een statutaire betrekking en (
- ii)de attesten van die personen waaruit blijkt dat ze op het ogenblik van hun benoeming voldeden aan de taalkennisvereisten van artikel 38, § 4, van de gecoördineerde wetten op het taalgebruik in bestuurszaken”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 13 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 mei 2008; XII-4141-1/7 Gelet op het faxbericht van 15 mei 2008 waarbij de zaak uitgesteld wordt tot de terechtzitting van 27 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Rogiers, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat S. Karsikaya, die loco advocaat P. Walleyn verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De voorgaanden 1. Met een brief van 25 november 2003 vraagt verzoekster aan de raad van bestuur van de Interhospitalenkoepel van de Regio voor Infrastructurele Samenwerking, dit is de koepelvereniging van de plaatselijke ziekenhuis- verenigingen in Brussel-Hoofdstad, op grond van de ordonnantie van 26 juni 1997 van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de openbaarheid van bestuur, om inzage en mededeling in afschrift van de volgende bestuurs- documenten : “- de benoemingsbeslissingen van de personen die in de periode 1 november 2002 tot en met 1 november 2003 door uw vereniging werden benoemd in een statutaire betrekking; - de attesten van die personen waaruit blijkt dat ze op het ogenblik van hun benoeming voldeden aan de taalkennisvereisten van artikel 38, § 4, van de gecoördineerde wetten op het taalgebruik in bestuurszaken”. De brief blijft onbeantwoord, zodat krachtens artikel 14 van de voornoemde ordonnantie de aanvraag van verzoekster geacht moet worden te zijn afgewezen. XII-4141-2/7 Met brieven van 20 januari 2004 richt verzoekster met toepassing van artikel 22 van de meer vermelde ordonnantie een verzoek tot heroverweging tot de verwerende partij en een vraag om advies tot de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten. Ook deze brieven blijven onbeantwoord. Gelet op artikel 22 van de ordonnantie wordt bijgevolg verwerende partij geacht het verzoek tot heroverweging te hebben afgewezen. Die beslissing maakt het voorwerp uit van het voorliggende beroep tot nietigverklaring. De grond van de zaak Standpunt van de partijen 2. Verzoekster voert in een enig middel de schending aan van de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de ordonnantie van 26 juni 1997 van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de openbaarheid van bestuur, doordat de verwerende partij zonder enige verantwoording haar vraag om inzage en mededeling in afschrift volledig heeft afgewezen, terwijl zij op grond van de voormelde ordonnantiebepalingen minstens gedeeltelijk inzage en mededeling in afschrift van de gevraagde informatie diende te verlenen, te meer aangezien de vraag ontvankelijk was en er geen reden voorhanden was om ze af te wijzen. 3. De verwerende partij antwoordt dat de documenten waarvan verzoekster inzage en mededeling in afschrift vraagt, een beoordeling of een waardeoordeel bevatten van een met naam genoemd persoon en dan ook moeten worden opgevat als documenten van persoonlijke aard zoals bedoeld in artikel 3, 2/, van de ordonnantie van 26 juni 1997. Om inzage en mededeling in afschrift van dergelijke documenten te kunnen verkrijgen moet verzoekster overeenkomstig artikel 10, tweede lid, van de voornoemde ordonnantie van een belang doen blijken. Noch in haar aanvraag van 25 november 2003, noch in haar verzoek tot heroverweging van 20 januari 2004, laat verzoekster enig belang gelden. Haar verzoek om inzage en mededeling in afschrift voldoet derhalve niet aan de voorwaarden gesteld door de ordonnantie en moet als onontvankelijk worden beschouwd. XII-4141-3/7 4. Verzoekster repliceert dat de argumentatie van de verwerende partij a posteriori wordt aangevoerd zonder dat blijkt dat ze inderdaad aan de bestreden beslissing ten grondslag ligt, dat in zoverre de opgevraagde documenten kunnen worden beschouwd als documenten van persoonlijke aard, zij in ieder geval blijk geeft van het vereiste belang om inzage en mededeling in afschrift ervan te verkrijgen, dat een dergelijk belang gelijk is aan het belang dat door de Raad van State wordt vereist om een verzoek tot nietigverklaring in te dienen, dat zij met haar verzoek tot inzage en mededeling in afschrift tot doel heeft na te gaan of de verwerende partij bij het benoemen en tewerkstellen van personeel de taalwetgeving in bestuurszaken naleeft en dan met name de tweetaligheidsvereisten die deze wetgeving oplegt aan het contractueel en statutair personeel, dat de Raad van State reeds meermaals heeft geoordeeld dat zij een collectief belang behartigt met betrekking tot de handhaving van de bestuurstaalwetgeving binnen het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, dat in dezelfde zin moet worden besloten dat zij een evident belang heeft bij de inzage en de mededeling in afschrift van de gevraagde examenuitslagen en benoemingsbeslissingen, dat zij enkel op die wijze kan nagaan of de collectieve belangen die zij behartigt niet met voeten worden getreden en haar statutair doel kan realiseren. 5. In de laatste memorie beperkt verwerende partij zich ertoe naar de memorie van antwoord te verwijzen. Beoordeling 6. De bepalingen van de ordonnantie van 26 juni 1997 van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de openbaarheid van bestuur, waarvan het middel de schending aanvoert, luiden als volgt : “Art. 10. Ongeacht welke persoon kan volgens de voorwaarden bepaald in deze ordonnantie, elk bestuursdocument ter plaatse inzien, dienomtrent uitleg krijgen en mededeling in afschrift ervan ontvangen. Voor documenten van persoonlijke aard is het vereist dat de verzoeker van een belang doet blijken. Art. 11. Inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument geschiedt op schriftelijke aanvraag, gericht aan de bevoegde administratieve overheid, ook wanneer deze het bestuursdocument in een archief heeft neergelegd. De vraag vermeldt duidelijk de betrokken aangelegenheid en, waar mogelijk, de betrokken bestuursdocumenten. Een aanvraag is onontvankelijk als : - zij niet door de verzoeker ondertekend is; XII-4141-4/7 - de naam en het adres van de verzoeker niet vermeld zijn; - zij niet preciseert op welke wijze de informatie moet worden verstrekt. Zo een aanvraag niet ontvankelijk is, moet de administratieve overheid dit zo spoedig mogelijk aan de verzoeker laten weten, voor zover deze laatste in zijn aanvraag wordt geïdentificeerd. Wanneer de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift is gericht tot een administratieve overheid die niet bevoegd is of niet in het bezit is van het bestuursdocument, stelt zij de verzoeker daarvan onverwijld in kennis en deelt hem de benaming en het adres mede van de overheid die, volgens de inlichtingen waarover zij beschikt, bevoegd is of houder is van het bestuursdocument. De administratieve overheid houdt een register bij van de schriftelijke aanvragen volgens datum van ontvangst. Art. 12. § 1. De administratieve overheid wijst de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument af, wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen : 1/ de fundamentele rechten en vrijheden van de bestuurden; 2/ de opsporing of vervolging van strafbare feiten; 3/ een economisch of financieel belang van de administratieve overheden; 4/ de geheimhouding van de identiteit van de persoon die het document of de inlichting vertrouwelijk aan de administratieve overheid heeft meegedeeld ter aangifte van een strafbaar of strafbaar geacht feit. § 2. De administratieve overheid wijst de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument af, wanneer de openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet : 1/ aan de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon voorafgaandelijk en schriftelijk met de inzage, de uitleg of de mededeling in afschrift heeft ingestemd; 2/ aan een bij ordonnantie ingestelde geheimhoudingsverplichting; 3/ aan het geheim van de beraadslagingen van het Verenigd College, van de overheden die van het Verenigd College afhangen of waarbij een overheid die van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie afhangt, betrokken is. § 3. De administratieve overheid mag een vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument afwijzen in de mate dat de aanvraag : 1/ een bestuursdocument betreft waarvan de openbaarmaking om reden dat het document niet af of onvolledig is, tot misvatting aanleiding kan geven; 2/ een advies of een mening betreft die uit vrije wil en vertrouwelijk aan de overheid is meegedeeld; 3/ kennelijk onredelijk is; 4/ kennelijk te vaag geformuleerd is. § 4. Voor de toepassing van de §§ 1 tot 3 houdt de afwijzing van de vraag om mededeling in afschrift van een bestuursdocument niet noodzakelijk in dat de vraag om inzage van dit document of uitleg erover afgewezen wordt. Art. 13. Wanneer in toepassing van artikel 10, §§ 1 tot 3, een bestuursdocument slechts voor een deel aan de openbaarheid moet of mag worden onttrokken, wordt de inzage, de uitleg of de mededeling in afschrift tot het overige deel beperkt”. 7. Veeleer dan een schending van de aangehaalde ordonnantie- bepalingen klaagt verzoekster een schending van de materiële motiveringsplicht aan. In essentie doet zij immers gelden dat haar de gevraagde inzage en mededeling in XII-4141-5/7 afschrift van bestuursdocumenten werden geweigerd zonder dat daarvoor enige verantwoording werd of kon worden gegeven. De materiële motiveringsplicht houdt in dat iedere bestuurs- handeling moet worden gedragen door motieven die in rechte en in feite aanvaardbaar zijn, en die daarom, naar aanleiding van het wettigheidstoezicht, moeten kunnen worden gecontroleerd. Die motieven moeten blijken hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit het administratief dossier. 8. Deze bestreden beslissing betreft een stilzwijgende afwijzende beslissing, die door de ordonnantiegever wordt afgeleid uit het stilzitten van de overheid. Een dergelijke beslissing kan vanzelfsprekend niet formeel de motieven veruitwendigen die eraan ten grondslag liggen. Evenmin echter blijkt de reden waarom aan verzoekster geen inzage en mededeling in afschrift van de gevraagde documenten is verleend, uit het administratief dossier -er is er geen neergelegd- of uit welk stuk dan ook. 9. Het argument van de verwerende partij, in de memorie van antwoord, dat de vraag van verzoekster tot inzage en mededeling in afschrift betrekking had op documenten van persoonlijke aard en de verzoekende partij niet van een belang deed blijken, waardoor haar aanvraag niet ontvankelijk was, wordt -zoals de verzoekster terecht laat gelden- louter a posteriori aangevoerd. Uit niets blijkt dat dit argument daadwerkelijk aan de bestreden afwijzende beslissing ten grondslag ligt. Overigens overtuigt het argument ook inhoudelijk niet. Verzoekster maakt in de memorie van wederantwoord genoegzaam duidelijk dat zij met het oog op het behartigen van haar statutair doel wel degelijk een belang heeft bij de inzage en het verkrijgen van een afschrift van de bedoelde documenten. 10. Het enige middel is gegrond. Het wijst uit dat verwerende partij geen reden had en heeft om de vraag van verzoekster af te wijzen. XII-4141-6/7 De hierna uit te spreken vernietiging heeft tot gevolg dat verwerende partij zich opnieuw voor de vraag van verzoekster geplaatst ziet en dat zij, precies vanwege de vaststelling in de vernietigingsgrond dat er geen reden is om niet op de vraag in te gaan, thans ertoe verplicht is de vraag in te willigen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Vernietigd wordt de beslissing van de Interhospitalenkoepel van de Regio voor Infrastructurele Samenwerking waarbij het verzoek van 20 januari 2004 van de vzw Vlaams Komitee Brussel wordt afgewezen om inzage en mededeling in afschrift van 1/ de benoemingsbeslissingen van de personen die in de periode 1 november 2002 tot en met 1 november 2003 door haar werden benoemd in een statutaire betrekking en 2/ de attesten van die personen waaruit blijkt dat ze op het ogenblik van hun benoeming voldeden aan de taalkennisvereisten van artikel 38, § 4, van de gecoördineerde wetten op het taalgebruik in bestuurszaken. Artikel 2. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht januari 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4141-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.339 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div