← België

Arrest 189341 - Varia (vreemdelingen) - 08/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.341 Rolnummer: A. 189728/IX-6074 Zaak: Arrest 189341 - Varia (vreemdelingen) - 08/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-22 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 12:55 Fiche Arrest nr 189.341 van 8 januari 2009 Vreemdelingen - Varia (vreemdelingen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.341 van 8 januari 2009 in de zaak A. 189.728/IX-6074 In zake : Ali MOHAMMADI, die woonplaats kiest bij advocaat B. MANNAERT, kantoor houdende te HERENTALS, Poederleeseweg 82 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ali MOHAMMADI op 16 september 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 30 juli 2008 van de Dienst Voogdij van de FOD Justitie waarbij wordt vastgesteld dat hij niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemde- lingen” van de programmawet van 24 december 2002; Gelet op de beschikking van 2 oktober 2008 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het verslag opgesteld door auditeur R. Van Den Eeckhout, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: het algemeen procedurereglement); Gelet op de beschikking van 25 november 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 5 januari 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-6074-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat H. VAN NIJVERSEEL, die loco advocaat B. MANNAERT verschijnt voor de verzoeker, en van attaché A. BILLOOYE die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :

  1. De feiten 1.
  2. Verzoeker wordt op 11 december 2007 door de Dienst Vreemde- lingenzaken van de FOD Binnenlandse Zaken gesignaleerd op de Dienst Voogdij van de FOD Justitie, waar hij verklaart op 5 januari 1993 te zijn geboren te Afghanistan. 1.
  3. In het kader van de wetgeving betreffende de “Voogdij over niet- begeleide minderjarige vreemdelingen” wordt verzoeker aan een medisch onderzoek onderworpen, aangezien er twijfel bestaat over zijn minderjarigheid. De conclusie van het medisch onderzoek van 6 maart 2008 luidt dat de leeftijd van verzoeker met een redelijke wetenschappelijke zekerheid geschat kan worden op 19,21 jaar met een standaarddeviatie van 1,6 jaar. 1.
  4. Op 17 april 2008 wijst de Dienst Voogdij een voogd toe aan verzoeker. 1.
  5. Op 25 april 2008 legt verzoeker een originele taskara neer, waarop als geboortedatum wordt vermeld : 5 januari
  6. 1.
  7. Op 30 mei 2008 vindt een identificatiegesprek plaats op de Dienst Voogdij in aanwezigheid van verzoekers voogd en een tolk, tijdens hetwelk verzoeker zijn verklaringen betreffende zijn geboortedatum bevestigt. IX-6074-2/5 1.
  8. Op 30 juli 2008 beslist de Dienst Voogdij dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet van 24 december
  9. Dit is de bestreden beslissing. Zij is gemotiveerd als volgt: “(...) Overwegende dat op 12 juni 2008 het advies van de Federale Overheids- dienst Buitenlandse Zaken, DGC personen- en consulair recht omtrent de authenticiteit van de taskara als volgt luidt: ‘Een beetje een andere vorm dan de vorige documenten, maar ik zag ook dit document al eerder. Het document ziet er goed uit, wat echter nog niet inhoudt dat het goed is. Maar zoals u weet, is een controle in Afghanistan niet mogelijk.’ Overwegende dat op 8 juni 2008 het advies van de medisch deskundige als volgt luidt: ‘Het staat u vrij om 2 standaarddeviatie te nemen als ondergrens bij deze jongen, doch dan nog is de schatting 1 jaar boven het identiteitsdocument. Ik twijfel dus sterk aan de juiste waarde van dit document.’ Overwegende dat op 17 juli 2008 het advies van de Federale Politie, Algemene Directie van de Gerechtelijke Politie, Centrale Dienst ter Bestrijding van Valsheden en Documenten als volgt luidt: ‘Het document stemt NIET overeen met onze persoonlijke documentatie. Controle op druk technisch vlak heeft uitgewezen dat het document niet in offset gedrukt werd en dat het niet voorzien is van een nummer in boekdruk. Het gaat hier om een type 5 van de Afghaanse identiteitskaart die in offset gedrukt dient te zijn en voorzien moet zijn van duidelijke en zuivere onderdruk in de bladzijden. Baserend op deze vaststellingen kunnen wij steen(stellen) dat het hier om een totale namaking gaat.’ Overwegende de hierboven vermelde elementen is het identiteitsdocument in zijn huidige staat niet bij machte om de leeftijdsbeslissing dd. 19 maart 2008 te weerleggen”. Bijgevolg wordt een einde gesteld aan de voogdij over verzoeker.
  10. Ten gronde 2.
  11. In een enig middel voert verzoeker de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Verzoeker stelt dat de motivering van de bestreden beslissing onvoldoende en onzinnig is, omdat enkel en alleen op basis van het advies van de federale politie wordt besloten tot de valsheid van de taskara, terwijl in het advies van de FOD Buitenlandse zaken, DGC Personen- en Consulair Recht wordt gesteld dat het identiteitsdocument er goed uitziet. IX-6074-3/5 2.
  12. De uitdrukkelijke motiveringsplicht vervat in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen heeft tot doel de belanghebbende in kennis te stellen van de redenen waarom de desbetreffende administratieve overheid tot de bestreden beslissing is gekomen zodat de betrokkene in staat is te weten of het wenselijk is zich tegen die handeling te verweren met de middelen die het recht hem verschaft. In de akte moeten de juridische en feitelijke overwegingen worden vermeld die aan de bestreden beslissing ten grondslag liggen en deze moeten afdoende zijn, wat betekent dat de motivering pertinent en draagkrachtig moet zijn. Het eerste houdt in dat de redengeving duidelijk in verband moet staan met de bestreden beslissing, het tweede dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. Verzoeker gaat er vanuit dat de FOD Buitenlandse Zaken, DGC personen- en consulair recht een positief advies heeft gegeven omtrent de authen- ticiteit van de taskara. Verzoeker citeert dit advies evenwel slechts ten dele en laat een cruciale passus achterwege waardoor inderdaad die indruk ontstaat. Met name blijkt uit de motivering van de bestreden beslissing dat het advies heel wat genuanceerder is: “(...) Het document ziet er goed uit, wat echter nog niet inhoudt dat het goed is. Maar zoals u weet, is een controle in Afghanistan niet mogelijk.” Verzoeker gaat aan deze overweging voorbij en betwist die motivering niet. Verzoekers interpretatie dat de FOD Buitenlandse Zaken een positief advies heeft gegeven, mist bijgevolg feitelijke grondslag en het enig middel is in die mate niet ontvankelijk. Aldus kan verzoekers grief dat de Dienst Voogdij een onvoldoen- de en onzinnig gemotiveerde beslissing heeft genomen inzake het identiteitsdocu- ment en dit enkel en alleen op basis van het advies van de federale politie, niet worden aangenomen. De drie adviezen opgenomen in de motivering van de bestreden beslissing, die niet worden weerlegd door verzoeker, zijn niet tegenstrijdig, nu de FOD Buitenlandse Zaken verkiest om met betrekking tot de authenticiteit van de taskara geen standpunt in te nemen, de medisch deskundige verklaart sterk te twijfelen aan de waarde van dit document en de federale politie ter zake concludeert “dat het hier om een totale namaking gaat”. IX-6074-4/5 Voornoemde adviezen staan in verband met de bestreden beslissing en bovendien is haar motivering pertinent, terzake dienend en afdoend. Bijgevolg is het enig middel in de mate dat het ontvankelijk is, ongegrond. 2.
  13. Nu de vordering kennelijk niet gegrond is, kan de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement met korte debatten definitief worden beslecht. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  14. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  15. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 8 januari 2009, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6074-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.341 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.