← België

Arrest 189375 - Sluitingen van vestigingen - 08/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.375 Rolnummer: A. 190923/XIV-32663 Zaak: Arrest 189375 - Sluitingen van vestigingen - 08/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-14 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 13:00 Fiche Arrest nr 189.375 van 8 januari 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.375 van 8 januari 2009 in de zaak A. 190.923/XII-

  1. In zake :
  2. de BVBA DE WITTE TURK,
  3. Musa MALCIKAN, die woonplaats kiezen bij advocaten P. Van Assche en T. De Sutter, kantoor houdende te Gent, Koning Albertlaan
  4. tegen :
  5. de BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE WETTEREN,
  6. de GEMEENTE WETTEREN, die woonplaats kiezen bij advocaat W. Van Der Gucht, kantoor houdende te Gent, Sint-Denijslaan
  7. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA De Witte Turk en Musa Malçikan op 30 december 2008 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 29 december 2008 van de burgemeester van de gemeente Wetteren om café Hooters, café De Verrezen Engel en café ’t Jong Trekijzer, gelegen aan het Stationsplein te Wetteren, te sluiten van 9 januari 2009 tot en met 29 januari 2009, evenals van de beslissing van 30 december 2008 waarmee het college van burgemeester en schepenen het besluit van de burgemeester bevestigt; Gezien de nota van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 31 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 januari 2009, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. De Sutter, die verschijnt voor verzoekers, en van advocaat W. Van Der Gucht, die verschijnt voor de verwerende partijen; XII-5669-1/5 Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  8. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad slechts tot een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid besluiten op voorwaarde, onder meer, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  9. Terzake wordt in het verzoekschrift met betrekking tot de eerste verzoekende partij, opgericht op 11 augustus 2008 en uitbaatster van de drie gesloten cafés, uiteengezet dat zij voor de huur en de uitbating van het handelsfonds van de cafés maandelijks 5.280 euro dient te betalen, dat er daarnaast nog de personeelskosten en de afbetaling van de automatische koffiezetapparaten zijn en dat, aangezien de cafés nog maar in augustus en september 2008 zijn overgenomen en eerste verzoekende partij zich in een opstartfase bevindt, zelfs een sluiting van drie weken de bestaanszekerheid onmiddellijk in ernstig gevaar brengt. Bovendien, aldus nog het verzoekschrift, wordt het imago van de beginnende onderneming ernstig beschadigd, doordat er reeds enkele maanden na de overname van de cafés een sluitingsmaatregel wordt opgelegd. De tweede verzoeker is de zaakvoerder van de eerste verzoekende partij en “haalt zijn beroepsinkomsten volledig uit de eerste verzoekende partij en de uitbating van de cafés”. De sluiting neemt hem beweerdelijk zijn broodwinning af, terwijl hij maandelijks 1.000 euro dient af te lossen wegens een lening voor het volstorten van het kapitaal ter oprichting van de eerste verzoekende partij. Zijn levensstandaard en die van zijn gezin worden ernstig bedreigd. Tevens meent hij een ernstig moreel nadeel te ondergaan, om dezelfde reden als de eerste verzoekende partij.
  10. Verwerende partijen antwoorden in hun nota dat het niet aannemelijk is dat eerste verzoekende partij een relatief korte sluiting van drie weken niet zou kunnen overleven, dat zij immers geen boekhoudkundige bescheiden meedeelt waaruit haar financiële toestand en draagkracht blijken, en dat er een gegrond vermoeden bestaat dat zij ook nog café Augustijn te Wetteren uitbaat. Wat XII-5669-2/5 de tweede verzoeker aangaat, merken verwerende partijen op dat geen duidelijke stukken worden voorgelegd met betrekking tot de financiële verbintenissen tussen de twee verzoekende partijen, dat niet wordt bewezen dat tweede verzoeker effectief zonder inkomsten valt, en dat een moreel nadeel door een eventueel annulatiearrest kan worden goedgemaakt. Tevens doen verwerende partijen gelden dat verzoekende partijen “zich ten onrechte steeds [willen] voordoen als beginnende ondernemers, terwijl hier in wezen sprake is van een voortzetting van een reeds jaren bestaande uitbating van de betrokken cafés door eenzelfde familieclan”.
  11. Ten gevolge van de bestreden sluiting kunnen de betrokken cafés gedurende drie weken geen inkomsten opleveren. Welk bedrag verzoekers hierdoor moeten derven, wordt zelfs niet geraamd. Ook wordt geen enkele bijzonderheid verstrekt omtrent de juiste financiële toestand van verzoekers of over de gezinssituatie van tweede verzoeker. Terecht wijzen verwerende partijen erop dat eerste verzoekende partij nog andere inkomstenbronnen heeft. Stuk 14 van het administratief dossier toont aan dat zij tevens café Augustijn, Molenstraat 32 te Wetteren, exploiteert. Tweede verzoeker, dan weer, zegt dat hij door de sluiting zijn inkomsten verliest, ofschoon hij -getuige zijn eigen stuk D 6- zijn mandaat van zaakvoerder van eerste verzoekende partij “onbezoldigd en ten kostenloze titel” uitoefent. Bovendien is de aflossing van de lening met het oog op de oprichting van eerste verzoekende partij niet ten laste van tweede verzoeker alleen, maar ook van de twee andere ontleners.
  12. Daarbij komt nog dat verzoekers, zoals zij ter terechtzitting ten overvloede benadrukken, het zwaartepunt van het aangevoerde financieel en moreel nadeel wezenlijk hierin leggen dat de gesloten cafés nog maar recentelijk zijn overgenomen door een pas gestarte onderneming. Dat is evenwel een stelling die op het eerste gezicht met een zeer grove korrel zout moet worden genomen. XII-5669-3/5 Uit het administratief dossier lijkt immers te volgen dat, zo weliswaar formeel-juridisch de uitbating van de cafés de jongste jaren is overgegaan van CVOA ’t Magneetje (café ’t Jong Trekijzer), via BVBA Jublamir (café ’t Jong Trekijzer, café Hooters), naar sinds kort de BVBA De Witte Turk, in de praktijk de feitelijke uitbater sinds jaren onveranderd de broer van tweede verzoeker is, namelijk Mehmet Malçikan die zich tijdens de hoorzitting van 12 november 2008 de “directeur personeel van de 3 cafés” noemde. Niet ten onrechte, zo lijkt, wordt in een politierapport van 13 oktober 2008 geoordeeld dat de man die de drie cafés van de “exploitatiecluster” ’t Jong Trekijzer-De Verrezen Engel-Hooters runt, Mehmet Malçikan is en dat “nog altijd zeer actueel” is wat in een eerder rapport van 8 augustus 2007 over hem geschreven werd : “Malçikan Mehmet [is] bij diverse rechtspersonen betrokken, veelal onrechtstreeks. Deze rechtspersonen, met het oog op het uitbaten van cafés en handelszaken, zijn een kluwen geworden waarbij tal van personen betrokken zijn die om de haverklap wijzigen. Veelal gaat het echter om personen die feitelijk niets te maken hebben met de rechtspersonen, maar die door Malçikan Mehmet worden ingeschreven zodoende dat hij niet steeds zelf op het toneel moet verschijnen. Binnen deze rechtspersonen is er een enorme mobiliteit van middelen en personen (met inbegrip van personeel) waarbij Malçikan Mehmet achter de schermen echter wel alles in handen heeft. Met het creëren van dat kluwen heeft Malçikan Mehmet één doel: alles onoverzichtelijk maken en zelf proberen buiten schot te blijven”. In die zin is bijvoorbeeld vast te stellen dat vóór tweede verzoeker, ene Pakize Malçikan zaakvoerder was van eerste verzoekende partij (stukken D 5 en 6 van verzoekers). Pakize Malçikan, echtgenote van Mehmet Malçikan, was eerder ook een tijd lang zaakvoerder van de BVBA Jablamir, net overigens als Mehmet Malçikan zelf (stuk 3 van het administratief dossier); tevens is of was zij vennoot van ’t Magneetje (stuk 2 van het administratief dossier). Met de verwerende partijen wordt in de huidige stand van de procedure dan ook aangenomen dat de exploitatie van de gesloten cafés niet zozeer in handen is van een zogenaamde “beginnende onderneming”, dan wel dat “hier in wezen sprake is van een voortzetting van een reeds jaren bestaande uitbating van de betrokken cafés door eenzelfde familieclan”. Bijgevolg is het argument bij uitstek dat de Raad van State ervan moet overtuigen dat verzoekers een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigen te lijden, ongeloofwaardig. XII-5669-4/5
  13. Verzoekers maken niet genoegzaam aannemelijk dat zij ten gevolge van de bestreden beslissingen een nadeel riskeren dat voor hen ernstig en moeilijk herstelbaar is. Aldus is aan tenminste een van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet voldaan. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  14. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  15. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoekers, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht januari 2009, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5669-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.375 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.363 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.