← België

Arrest 189406 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 12/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.406 Rolnummer: A. 82624/IX-1660 Zaak: Arrest 189406 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 12/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-03 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 13:17 Fiche Arrest nr 189.406 van 12 januari 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.406 van 12 januari 2009 in de zaak A. 82.624/IX-

  1. In zake : Oswald MOLLET, wonende te KALMTHOUT, Esdoornlaan 27 tegen : de NV BELGACOM, die woonplaats kiest bij advocaten L. DE SCHRIJVER en D. CORNELIS, kantoor houdende te DRONGEN, Baarledorpstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Oswald MOLLET op 22 februari 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 1 december 1998 van de N.V. Belgacom waarbij zijn verzoek tot het verkrijgen van een benoeming tot directeur met ingang van 1 januari 1996 en tot aanpassing van de eretitel van zijn ambt, de uitkering verlof voor pensioen en de uitkering pensioen, wordt afgewezen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 8 februari 2001 door verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur H. COLIN; Gelet op de beschikking van 19 december 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; IX-1660-1/14 Gelet op de beschikking van 2 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 oktober 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, en van advocaat L. DE SCHRIJVER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak. 1.
  3. Verzoeker was sedert 4 november 1963 tewerkgesteld bij de toenmalige RTT en vervolgens bij Belgacom. Bij besluit van 17 september 1990 wordt hij benoemd tot de graad van dienstchef. Volgens verzoeker wordt in januari 1995 een directeur van het Gewest Antwerpen op pensioen gesteld, wordt deze betrekking niet open verklaard maar past Belgacom de procedure voor hogere functies toe, en wordt aan verzoeker de hogere functie van directeur, rang 1b, toegewezen die hij vanaf 1 februari 1995 uitoefent. Hierdoor bevat verzoekers activiteitswedde twee elementen: zijn wedde van adviseur en een toelage voor de hogere functie van directeur. Bij besluit van 28 juni 1995 wordt verzoeker aangewezen voor een betrekking van adviseur, zijnde de graad in rang 1a die overeenkomt met de oude graad van dienstchef in de oude rang 12, met de specialisatie "commercieel", met uitwerking op 1 januari
  4. 1.
  5. Op 19 juli 1995 brengen “Turbo Office” en het Departement Personeel een memorandum "Sollicitatieprogramma voor open betrekkingen" ter kennis van het personeel. IX-1660-2/14 In dat memorandum wordt meegedeeld dat de meeste nieuwe managementsfuncties worden open verklaard en dat men ervoor kan solliciteren. Er wordt een overzicht gegeven van de context van het selectieproces, van de nieuwe functies die opengesteld worden, van de selectieprocedures en van de timing. Wat betreft de context van het selectieproces, wordt meegedeeld: - dat Belgacom de hoofdlijnen heeft aangekondigd van zijn nieuwe organisatie- structuur evenals zijn bedoeling de nieuwe organisatie operationeel te maken vanaf 1 januari 1996; - dat alle aanwijzingen een tijdelijk karakter zullen hebben, "ad interim" genoemd, voor een periode van 12 tot 18 maanden vanaf 1 januari 1996, en dat op het einde van deze periode een reëvaluatie zal plaatsvinden, hetzij om een personeelslid in zijn functie te bevestigen, hetzij om de verantwoordelijkheden en de functies aan te passen; - dat, vermits iedereen zeker een plaats heeft in de nieuwe organisatie op 1 januari 1996, het niet nodig is dat iedereen solliciteert, dat de selectie hoe dan ook geen negatieve invloed zal hebben op de wedde van de personeelsleden, noch op hun graad of rang, dat men in sommige gevallen een verhoging mag verwachten afhankelijk van de specifieke situatie, dat de verloning voor de functies in trap I op zijn minst equivalent zal zijn aan die van een huidige rang 1c, en dat voor de vacant verklaarde posities van de trappen II en III de verloning ten minste identiek zal zijn aan die van een rang 1b; - dat het systeem van de graden later grondig zal worden gewijzigd en er een gedetailleerde "functieclassificatie" zal worden gecreëerd waarbij de verloning beter zal aansluiten bij het relatief belang van elke functie en bij de prestatie, dat dit proces echter 12 tot 18 maanden zal duren, dat bedoelde maatregelen zullen onderhandeld worden met de sociale partners en met eerbiediging van de statutaire regelen, en dat ze na afloop van dit proces zullen opgenomen worden in het administratief personeelsstatuut en in het geldelijk statuut van het personeel van Belgacom. Verzoeker solliciteert voor drie kaderfuncties in trap III. Hij wordt geselecteerd voor de functie van "Large accounts sales District Manager Antwerpen, Hasselt, Mechelen". Volgens zijn verklaring oefent hij deze functie uit met ingang van 1 januari 1996, en blijft de uitbetaling van zijn activiteitswedde ongewijzigd. IX-1660-3/14 1.
  6. Op 19 oktober 1995 wordt binnen het paritair comité van Belgacom een protocol ondertekend "houdende het eensluidend advies van het paritair comité van Belgacom n.v. over diverse aspecten van het personeelsbeleid in het licht van het TURBO-project". Het akkoord betreft onder meer de sub I van het protocol opgenomen tekst over de "toewijzing van betrekkingen in het kader van het Turbo-project". Deze tekst komt in grote lijnen overeen met de tekst van het memorandum "Sollicitatieprogramma voor open betrekkingen". 1.
  7. Op 28 mei 1997 vraagt verzoeker aan de verwerende partij "om in toepassing van Titel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april 1997 vervroegd te vertrekken". Hij verklaart kennis genomen te hebben van voornoemde titel 6, en van de verwerende partij voldoende inlichtingen omtrent de vrijwillige uitstapregeling te hebben ontvangen. 1.
  8. Op 22 oktober 1997 wordt binnen het paritair comité van Belgacom een "akkoord houdende een collectieve overeenkomst betreffende het nieuwe beleid voor het beheer van de kaderleden van BELGACOM" goedgekeurd. Luidens punt 1 van het luik "toepassingsgebied" is de overeen- komst van toepassing op de statutaire personeelsleden die in dienstactiviteit zijn op de datum van de goedkeuring ervan en die een kaderfunctie uitoefenen. Luidens punt 3 worden de statutaire personeelsleden die in vast verband of op proef benoemd zijn in een graad van niveau 1 beschouwd als kaderleden van Belgacom op het ogenblik van de inwerkingtreding van de overeenkomst. Luidens punt 5 is de overeenkomst, behalve formeel tegengestelde bepaling, niet van toepassing op de personeelsleden die gekozen hebben voor een vervroegd vertrek in het kader van de collectieve overeenkomst van 29 april 1997 met betrekking tot het reconversiepro- gramma van de personeelsleden van Belgacom. Titel I van de overeenkomst legt een nieuwe organisatiestructuur vast, de zogenaamde Hay-classificatie, waarbij de betrekkingen die worden beschouwd als behorend tot het niveau 1 in de zin van het personeelsstatuut worden IX-1660-4/14 geklasseerd volgens het belang van de verantwoordelijkheden die werkelijk worden opgenomen. Luidens titel VII ("Eindbepalingen") treedt de overeenkomst in werking op 1 oktober 1997, en schorsen en vervangen de bepalingen van de overeenkomst met ingang van die datum de bepalingen van de statuten en de reglementen die vóór deze datum van kracht waren en die tegengesteld zijn aan de bepalingen van de overeenkomst, tot op de datum waarop het paritair comité de teksten goedkeurt die de nieuwe regels van de overeenkomst in de personeelsstatuten vastleggen. 1.
  9. Op 29 april 1998 verklaart verzoeker zich akkoord om Belgacom te verlaten op 1 juli 1998 en om vanaf dan de vervroegde uitstapregeling te genieten, met toepassing van titel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 april
  10. Op 26 juni 1998 beslist de raad van bestuur onder meer om verzoeker met ingang van 1 juli 1998 in het kader van de vrijwillige uitstapregeling het verlof vóór pensioen toe te staan tot en met de kalendermaand van zijn zestigste verjaardag, waarbij op de eerste dag van de maand volgend op zijn zestigste verjaardag dit verlof ambtshalve wordt gevolgd door het eervol ontslag met machtiging om aanspraak te maken op pensioen. Verzoeker wordt tevens gemachtigd de eretitel van zijn ambt te voeren. 1.
  11. Op 22 oktober 1998 richt verzoeker het volgende schrijven aan de General Manager Group Human Resources: "Betreft: benoeming tot directeur, uitvoeringsdatum 01/01/1996; referte: PER 019231 Sedert 02/1995 t.e.m. 06/1998 (vertrek PTS) heb ik ononderbroken de functie van directeur uitgeoefend (van 02/95 tot 12/95: uitoefening functie directeur gewest Antwerpen; van 01/96 tot 06/98: uitoefening functie Large accounts sales District Manager CS3). De functie Large account sales District Manager (naam gewijzigd in Branch Manager, functie ongewijzigd) is een Tier 3 functie TURBO. De plaatsen waren vacant, met voorrang voor interne werving (FLASH 10/07/95; M/bb/9500581; John J. Goosens Gedelegeerd bestuurder). De selectieprocedure was conform de statuten voor een benoeming rang 1b. Ik werd geselecteerd en heb van 01/01/96 tot 30/06/98 die functie ononderbroken uitgeoefend. IX-1660-5/14 De verloning zou ten minste identiek zijn aan die van een rang 1b, hier dus Directeur. Op 01/03/98 vermeldt het Administratief Personeelsstatuut van Belgacom onder rang 1b de graad Directeur, de graden District of Branch Manager zijn niet vermeld. Op 31/12/96 was aan alle wettelijke en statutaire voorwaarden voldaan voor mijn benoeming tot directeur (o.a. proefperiode van één jaar verstreken zonder verlenging, evaluatie 4). Dat is niet gebeurd waardoor mijn rechten moreel en financieel worden geschaad (Besluit Raad van bestuur 26/06/98 kenmerk PEA 21461 vermeldt als eretitel adviseur i.p.v. directeur, berekening uitkering verlof voor pensioen en pensioen op basis wedde adviseur i.p.v. directeur). Gelet op de wet van 21/03/91 tot hervorming van sommige overheidsbedrijven (o.a. art. 29), het personeelsstatuut van Belgacom en de billijkheid (o.a. de gedane beloften en gecreëerde verwachtingen bij selectie Tier 3 functies; lagere uitkering verlof voor pensioen en pensioen dan collega's benoemd tot Directeur vóór 01/01/96 met of zonder uitoefening van een Tier 3 functie) verzoek ik u het nodige te doen voor mijn benoeming tot directeur op datum 01/01/1996 en aanpassing van de eretitel van mijn ambt en de uitkering verlof voor pensioen en pensioen. Ik hoop spoedig een positieve beslissing van u te ontvangen". 1.
  12. Per brief van 1 december 1998 deelt de Director Planning & Mobility Group Human Resources aan verzoeker het volgende mee: "Ik heb uw verzoekschrift [...] zeer aandachtig gelezen en ik kan U hieromtrent het volgende meedelen. De selectieprocedure in het kader van de TURBO-operatie, goedgekeurd in het paritair Comité van 19 oktober 1995, bepaalde dat de aanduidingen een tijdelijk ‘ad interim’ karakter hadden; de bezoldiging voor de functies van Tier II en III was minstens identiek aan deze van rang 1b. Eveneens was bepaald dat het systeem van de graden ten gronde zou gewijzigd worden door een functieclassificatiesysteem. Dit is dan ook gebeurd en zoals U weet, werd elke functie geëvalueerd en gerangschikt in een bepaalde klasse volgens het systeem ‘Hay’. De verloning werd gekoppeld aan deze klasse volgens een bepaalde methodiek waarover U, individueel, alle informatie heeft ontvangen. Deze functieclassificatie werd eveneens in het paritair Comité van 22 oktober 1997 goedgekeurd. Aangezien aldus het vroegere systeem van bevordering naar graden van een hogere rang vervangen werd door deze functieclassificatie, werden er uiteraard geen statutaire benoemingen meer toegekend binnen het niveau I. Uw situatie is geenszins uitzonderlijk: talrijke adviseurs werden aangeduid voor hetgeen indertijd tier 2 of tier 3 functies genoemd werden, zonder dat daar een statutaire benoeming aan verbonden kon worden. Rekening houdend met wat voorafgaat kan op uw vraag om een benoeming met terugwerkende kracht te bekomen niet ingegaan worden". Dit is de bestreden beslissing. IX-1660-6/14 Ontvankelijkheid van het beroep 2.1.
  13. In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij aan dat verzoeker de nietigverklaring nastreeft van de mededeling dat niet kan worden ingegaan op zijn verzoek om vooralsnog benoemd te worden tot directeur met uitwerking op 1 januari 1996, maar dat het duidelijk is dat een eventuele annulatie niet tot gevolg kan hebben dat aan verzoeker automatisch de door hem nagestreefde benoeming zou worden toegekend. Bovendien is het zo dat verzoeker sinds 1 juli 1998 met verlof vóór pensioen werd gesteld in het kader van de vrijwillige uitstapregeling die werd overeengekomen tussen de representatieve vakorganisaties en de NV Belgacom en dat hij derhalve geen belang kan laten gelden bij het vorderen van de annulatie van de mededeling dat niet kan worden ingegaan op zijn vraag om tot directeur benoemd te worden. 2.1.
  14. In zijn memorie van wederantwoord repliceert verzoeker dat hij morele schade heeft geleden, aangezien hij sedert februari 1995 ononderbroken een functie van directeur vervulde en hij vanaf zijn vertrek met verlof vóór pensioen slechts als eretitel van zijn ambt de titel van adviseur mag voeren. Hij heeft ook financiële schade geleden, aangezien hij sedert februari 1995 ononderbroken een activiteitswedde ontving waarvan de som van de wedde van adviseur en de toelage voor de hogere functie van directeur overeenstemde met het maximum van de schaal van directeur, terwijl, door de afwijzing van zijn beroep, de basis voor de berekening van zijn pensioen het maximum van de schaal van adviseur blijft. In geval van annulatie van de weigeringsbeslissing door de Raad van State wordt onbetwistbaar vastgesteld dat de verwerende partij terzake onrechtmatig heeft gehandeld en de belangen van verzoeker heeft geschaad, zodat hij op dat ogenblik zijn rechten kan doen gelden tot herstel van deze schade, zowel voor wat betreft zijn eretitel als voor het financieel nadeel dat hij heeft geleden en hij, bij weigering van spontane toekenning van de benoeming door de verwerende partij, aldus zijn rechten kan doen gelden voor de burgerlijke rechtbank. 2.1.
  15. De Raad van State vermag niet in het kader van het annulatiecontentieux een betrekking toe te kennen of de verwerende partij ertoe te veroordelen de verzoeker aan te stellen. De verzoeker verkrijgt wel een gelijkwaardig resultaat, indien hij de Raad van State ertoe kan brengen om de IX-1660-7/14 expliciete weigering om hem te benoemen, te vernietigen, met als vernietigingsmotief het niet in acht nemen van de rechtsplicht om hem, en niemand anders, te benoemen. In een dergelijk geval zou de overheid immers op geen enkele andere manier aan het gezag van gewijsde kunnen voldoen, dan door aan verzoeker de benoeming alsnog toe te kennen. Zij zal dan verplicht zijn verzoekers loopbaan retroactief te herstellen, ook al is de verzoeker inmiddels op pensioen gesteld of is hem, zoals in dit geval, verlof vóór pensioen toegestaan. De vraag of verzoeker het rechtens vereiste belang heeft bij de vordering tot vernietiging van de weigering om hem met ingang van 1 januari 1996 tot directeur te benoemen, moet dan ook worden beantwoord aan de hand van de middelen die hij tegen de bestreden weigeringsbeslissing inroept. Het door verzoeker betrachte voordeel, met name de retroactieve reconstructie van zijn loopbaan, kan hij immers enkel verkrijgen indien de schending wordt vastgesteld van een regel die de verwerende partij in de concrete omstandigheden van de zaak de bindende rechtsplicht oplegde om verzoeker met ingang van 1 januari 1996 tot directeur te benoemen. Indien verzoeker het bestaan van een dergelijke regel niet aantoont, kan het door hem ingestelde beroep niet het voordeel opleveren dat hij ermee nastreeft en doet hij niet blijken van het rechtens vereiste belang. Voor de beoordeling van de exceptie van onontvankelijkheid is te dezen dan ook vereist dat de door verzoeker ingeroepen middelen onderzocht worden. 2.2.
  16. In een eerste middel voert verzoeker de schending aan van artikel 29 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, en in een tweede middel de schending van de artikelen 38, 42, 46, 54, 62, 68 tot 73 en 76 tot 79 van het administratief personeelsstatuut van Belgacom. Hij zet hierbij uiteen dat luidens voornoemd artikel 29 van de wet van 21 maart 1991 de personeelsleden van een autonoom overheidsbedrijf aangeworven en tewerkgesteld worden krachtens het personeelskader en het personeelsstatuut, dat luidens artikel 38 van voornoemd personeelsstatuut de bevordering de benoeming is tot de graad van een hogere rang, dat luidens artikel 42 een statutair personeelslid dient te worden bevorderd indien op het ogenblik van de bevordering een betrekking van de te verlenen graad vacant is en indien het IX-1660-8/14 betrokken personeelslid zich op dat ogenblik in een administratieve stand bevindt waarin hij zijn aanspraken op bevordering kan doen gelden en een evaluatievermelding heeft gelijk aan of hoger dan "3", dat luidens artikel 46 het statutair personeelslid dat tot de graad van directeur wordt bevorderd adviseur in vast verband moet zijn, dat luidens artikel 54 de bevordering tot de graad van directeur wordt verleend aan de kandidaat waarvan de bekwaamheid het best beantwoordt aan de vereisten van de functie waarvoor hij postuleert, dat luidens artikel 62 een personeelslid dat bevorderd wordt tot de graad van directeur eerst op proef wordt benoemd en zijn benoeming in vast verband is onderworpen aan het volbrengen van een stage, dat luidens artikel 64 de stage één jaar duurt en hij met ten hoogste zes maanden kan worden verlengd, dat luidens artikel 68, indien het eindverslag van de stagemeester niet gunstig is, de verantwoordelijke van de aanhechtingsdienst hetzij kan beslissen om de stage te verlengen, hetzij een voorstel tot beslissing kan doen aan de benoemende overheid over het herstel van het op proef bevorderd personeelslid in een betrekking van zijn vroegere graad, dat luidens artikel 69, wanneer de stage wordt verlengd en deze verlenging door het personeelslid wordt aangevochten, de stage geleid wordt onder het toezicht van een stagecommissie, die een gemotiveerd advies verstrekt op het verslag dat door de stagemeester na afloop van de verlenging wordt opgesteld, dat luidens artikel 70, indien het eindverslag gunstig is, de verantwoordelijke van de aanhechtingsdienst de benoeming van de betrokkene in vast verband voorstelt en hij zijn voorstel meedeelt aan de benoemende overheid die een beslissing neemt, dat luidens artikel 71 de bevordering tot de graad van directeur voorafgegaan wordt door een oproep tot kandidaatstelling gericht aan de statutaire personeelsleden die de vereiste graad hebben, dat luidens artikel 73 de kandidaturen, op basis van een door de gespecialiseerde dienst van Belgacom of, zo nodig, een door een externe gespecialiseerde dienst opgesteld rapport, worden onderzocht door een college en dat college een voorstel tot benoeming opstelt dat samen met een gemotiveerd advies door de bestuurder-directeur wordt voorgelegd aan de raad van bestuur of zijn gemachtigde die een beslissing neemt, dat luidens artikel 76 de bevordering ter kennis wordt gebracht van het personeel, dat luidens artikel 77 de statutaire personeelsleden aangewezen kunnen worden om tijdelijk functies boven die van hun graad uit te oefenen en die aanwijzing slechts kan gebeuren in een niet waargenomen betrekking in een graad die overeenkomt met de functies boven die van hun graad, dat luidens artikel 78 onder functies boven die van de graad moet worden verstaan de functies eigen aan de graad die beschouwd wordt als hiërarchisch hoger dan de graad van het statutair personeelslid, en dat luidens artikel IX-1660-9/14 79 het personeelslid, om te kunnen worden aangeduid, ten minste de evaluatievermelding "3" moet hebben en het meest geschikt moet zijn om het hoofd te bieden aan de onmiddellijke noodwendigheden van de dienst. Verzoeker voert aan dat hij, met toepassing van artikel 29 van de wet van 21 maart 1991 en op grond van het geldend personeelsstatuut, recht heeft op een benoeming en niet op een loutere selectie, aangezien hij op 31 december 1996 aan alle statutaire voorwaarden voor zijn benoeming tot directeur met datum van uitvoering op 1 januari 1996 voldeed. Volgens verzoeker zijn de artikelen 77, 78 en 79 van het personeelsstatuut niet van toepassing, aangezien een bevordering geen aanwijzing voor functies boven die van de graad betreft. 2.2.
  17. In haar memorie van antwoord argumenteert de verwerende partij, in essentie, dat, wanneer binnen het bevoegde paritair comité met tweederde meerderheid een regeling wordt aanvaard met betrekking tot de vaststelling of de wijziging van het personeelsstatuut, een dergelijke regel bindend is. De selectie van verzoeker is gebeurd conform het voor Belgacom bindend TURBO-protocol en had dus noodzakelijkerwijze een tijdelijk en voorlopig karakter. Die tijdelijke aanwijzing is geenszins strijdig met artikel 29 van de wet van 21 maart 1991, want conform het personeelsstatuut waartoe ook het TURBO-protocol behoort, en evenmin strijdig met de artikelen van het personeelsstatuut waarnaar verzoeker verwijst, aangezien de tijdelijke aanwijzing met toepassing van het TURBO-protocol niet gelijkgesteld kan worden met het systeem van de stage zoals in deze artikelen wordt bepaald. Met het TURBO-project, dat eigenlijk een tijdelijke overgangsfase was, werd overgestapt naar een volledig nieuwe organisatiestructuur, die uiteindelijk definitief vorm zou krijgen door de invoering van de Hay-classificatie en door de conventie houdende goedkeuring en invoering van de Hay-classificatie, die eveneens op bindende wijze is vastgelegd binnen het paritair comité en aldus deel uitmaakt van het personeelsstatuut in de ruime zin van het woord, waarbij definitief werd afgestapt van het vroegere systeem van graden. 2.2.
  18. In zijn memorie van wederantwoord repliceert verzoeker dat het protocol met betrekking tot het TURBO-project niet werd verwerkt in het administratief personeelsstatuut en niet ter kennis werd gebracht van het personeel, zodat het door de verwerende partij niet kan worden ingeroepen ter verschoning van haar handelingen in strijd met het administratief personeelsstatuut. De conventie "Hay-classificatie" werd slechts goedgekeurd op 22 oktober 1997 en kan dus niet IX-1660-10/14 ingeroepen worden ter rechtvaardiging van onrechtmatige rechtshandelingen door de verwerende partij begaan vóór die datum. 2.2.
  19. In zijn laatste memorie betwist verzoeker dat zijn aanstelling tijdelijk was en stelt hij dat, vermits hij ook na de in het memorandum voorziene termijn van 18 maanden de functie is blijven uitoefenen, hij in zijn functie is bevestigd “na reëvaluatie”, wat in statutaire termen benoeming of bevordering betekent. Hij benadrukt dat de verwerende partij de rechtsplicht heeft om hem te benoemen, aangezien zij zijn stageperiode niet heeft verlengd, waardoor hij op 31 december 1996 aan de statutaire voorwaarden voor benoeming of bevordering voldeed. 2.2.
  20. Het voorliggende beroep strekt niet tot de nietigverklaring van de tijdelijke aanstellingen waartoe, in het kader van de TURBO-operatie, ten aanzien van verzoeker is beslist. Verzoeker bestrijdt enkel de weigering van de verwerende partij om hem retroactief tot directeur te benoemen. Zoals hiervóór is uiteengezet, heeft verzoeker slechts belang bij zijn beroep indien komt vast te staan dat de verwerende partij, had zij gehandeld overeenkomstig de door verzoeker ingeroepen wettelijke en statutaire bepalingen, niet anders kon dan verzoeker in het kader van de TURBO-operatie tot de graad van directeur te bevorderen. De Raad van State dient zich er dan ook van te vergewissen dat, in de veronderstelling dat de middelen gegrond zijn, op de verwerende partij de rechtsplicht rust om verzoeker alsnog tot directeur te benoemen. Luidens artikel 54 van het personeelsstatuut wordt een bevordering tot de graad van directeur verleend aan de kandidaten waarvan de bekwaamheid het best beantwoordt aan de vereisten van de functie waarvoor zij postuleren. Verzoeker werd in het kader van de TURBO-operatie tijdelijk en "ad interim" geselecteerd voor een functie waarvan de bezoldiging minstens identiek was aan deze van de rang 1B, waartoe onder meer de graad van directeur behoort. Indien de verwerende partij de door verzoeker geambieerde functie had begeven bij wege van bevordering tot de graad van directeur, had een dergelijke bevordering van verzoeker weliswaar in de lijn van de verwachtingen gelegen, maar dit betekent niet dat er daaromtrent zekerheid bestaat: een bevordering tot de graad van directeur betreft immers hoe dan ook een bevordering "naar keuze", waarbij het niet uitgesloten kan worden geacht dat de overheid, na het beoordelen van de IX-1660-11/14 kandidaten, tot een andere keuze komt dan na het beoordelen van kandidaturen voor een tijdelijke aanwijzing. Daarenboven wordt op grond van artikel 62 van het personeelsstatuut, elk bevorderd statutair personeelslid eerst op proef benoemd en is zijn benoeming in vast verband onderworpen aan het volbrengen van een stage. Luidens artikel 66 van het personeelsstatuut wordt deze stage geleid door een stagemeester die titularis is van een graad van minstens rang 2B met een evaluatievermelding gelijk aan of hoger dan "3" en onder wiens hiërarchisch toezicht het op proef bevorderd personeelslid zal behoren te werken. Luidens artikel 67 van het personeelsstatuut stelt deze stagemeester op het einde van de stage een eindverslag op dat een synthese vormt van de tussentijdse stageverslagen en dat moet toelaten zich een globaal beeld te vormen over de geschiktheid van het op proef bevorderd statutair personeelslid. Luidens artikel 70 van het personeelsstatuut stelt de verantwoordelijke van de aanhechtingsdienst, indien het eindverslag gunstig is, de benoeming in vast verband van de betrokkene voor en deelt hij zijn voorstel mee aan de benoemende overheid, die een beslissing neemt. Te dezen blijkt niet uit het administratief dossier, en wordt door verzoeker voert ook niet aangevoerd, dat er na zijn tijdelijke aanstelling tussentijdse stageverslagen of een eindverslag werden opgesteld. Het feit dat verzoeker zijn tijdelijke functie heeft uitgeoefend vanaf 1 januari 1996 tot op het ogenblik dat hij verlof vóór pensioen kreeg, en dat hij naar eigen zeggen voor het jaar 1996 een evaluatievermelding "4" verkreeg, kan hoogstens leiden tot de conclusie dat, indien verzoeker op proef was benoemd, een benoeming in vast verband in de lijn van de verwachtingen had gelegen, maar niet dat er daaromtrent, bij gebreke aan stageverslagen, zekerheid bestaat. De Raad van State kan dan ook niet, zonder zich in de plaats te stellen van het bestuur, de door verzoeker aangevochten weigeringsbeslissing vernietigen met als vernietigingsmotief het niet in acht nemen van de rechtsplicht om hem en niemand anders tot de graad van directeur te benoemen. 2.
  21. Uit het voorgaande volgt dat, zelfs indien de bestreden beslissing genomen zou zijn met miskenning van de door verzoeker ingeroepen bepalingen, zulks niet kan leiden tot hetgeen hij met zijn beroep nastreeft, met name een vernietiging die de verwerende partij met gezag van gewijsde tot een retroactieve reconstructie van zijn loopbaan verplicht. IX-1660-12/14 Het enige belang dat in hoofde van verzoeker nog zou kunnen worden erkend, is het belang dat hij in zijn memorie van wederantwoord aanvoert, met name het belang dat erin bestaat de bestreden beslissing bij arrest onwettig te horen verklaren, om vervolgens op grond van de met gezag van gewijsde beklede uitspraak een vordering tot schadevergoeding voor de rechter te kunnen onderbouwen. Een dergelijk belang is evenwel geen belang dat verbonden is met de nietigverklaring of met het doen verdwijnen van de bestreden akte uit de rechtsorde, maar een belang dat er uitsluitend in bestaat een middel gegrond te horen verklaren. Een dusdanig belang is een onrechtstreeks belang, dat niet volstaat om een ontvankelijk beroep tot nietigverklaring in te stellen of te handhaven. De rechter die gevraagd wordt om uitspraak te doen over de vordering tot schadevergoeding kan immers zelf de fout van de overheid vaststellen. Het louter gelijk krijgen op zich wettigt niet de thans gevorderde vernietiging. 2.
  22. De exceptie van onontvankelijkheid van het beroep is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  23. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  24. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoeker. IX-1660-13/14 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 12 januari 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1660-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.406 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.