id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:200
§6
B.W.; Dat verzoekers niet gehuwd zijn en mede-eigenaars zijn van de woning aan de Groenstraat 23 te Kortenberg; Dat de ondertekening van de bouwplannen en van de bouwaanvraag, welke ingrijpende gevolgen hebben op het eigendom van verzoekers zelf (cf. de oprichting van de zijmuur van de garage op de perceelsgrens) én voor hun eigendomsgenot (cf. oa de gevoelige verhoging van de muur van deze garage X-10.895-9/13 en de installatie van een smeerput), geen daad van behoud of voorlopig beheer is in de zin van art.
§5
B.W; Dat dergelijke daad krachtens art.
§6B.W.
dan ook slechts geldig kon worden verricht met de medewerking van alle mede-eigenaars, en dus van de heer ALBICHARI; Dat de plannen echter niet de ondertekening dragen van de heer ALBICHARI, doch enkel van mevrouw PYCK in eigen naam; Dat het akkoord dan ook niet geldig werd verleend en verzoekers, in ieder geval de heer ALBICHARI, kunnen/kan inroepen dat de formaliteit van het openbaar onderzoek diende plaats te vinden”. 3.
- De verwerende partij repliceert in de memorie van antwoord in dit verband onder meer dat de tweede verzoekster mede namens de eerste verzoeker heeft ondertekend, hetgeen “redelijkerwijze” kon aanvaard worden gezien beiden “onder één dak leven”, dat het feit dat beiden eigenaar zijn wordt aangegrepen om op zeer strikte formalistische wijze te gaan argumenteren dat het openbaar onderzoek moest plaats vinden, hetgeen tegen elke redelijkheid ingaat, dat het niet de bedoeling kan zijn dat de verwerende partij “dit dan ook nog eens allemaal (zou) nagaan en controleren”, en artikel 7, vijfde lid niet expliciet vereist dat alle mede- eigenaars hun akkoord dienen te verlenen. 3.
- De tussenkomende partijen betogen dat de eerste verzoekende partij wel degelijk kennis had van de plannen, doch voor de akkoordbevinding heeft “doorverwezen” naar de tweede verzoekster. 3.
- In de memorie van wederantwoord volhardt de verzoeker in het middel, en betwist hij de zienswijze van de verwerende en tussenkomende partijen. 3.
- In de laatste memorie laat de verwerende partij nog gelden dat het niet houden van het openbaar onderzoek is gesteund op het feit dat de tweede verzoekster zowel het aanvraagformulier als de beide plannen (bestaande en nieuwe toestand) onder de naamsvermelding ALBICHARI-PYCK heeft ondertekend en derhalve zowel voor zichzelf als als gemandateerde van haar partner en nominatief voor hem heeft ondertekend en dit voor het indienen van de bouwaanvraag. 3.6.
- Artikel 3, §3, 13/ van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen, bepaalt wat volgt: X-10.895-10/13 “Art
- (...) §
- De volgende aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning worden onderworpen aan een openbaar onderzoek : (...) 13/ aanvragen waarbij scheimuren of muren, die in aanmerking komen voor mandeligheid of gemene eigendom, worden opgericht, uitgebreid of afgebroken”. 3.6.
- De betrokken aanvraag valt, hetgeen door de verwerende partij en de tussenkomende partijen overigens niet wordt betwist, onder de toepassing van deze bepaling. 3.6.
- Artikel 7, vijfde lid en volgende van hetzelfde besluit bepaalt evenwel: “Indien de aanvraag enkel openbaar gemaakt moet worden krachtens de bepaling van artikel 3, § 3, 13/ of 14/, dan worden alleen de eigenaars van de aanpalende percelen in kwestie in kennis gesteld, en vervallen de formaliteiten van aanplakking, opgelegd in artikel 4, 5 en 8, tweede, derde en vierde lid. Indien deze eigenaars ook het aanvraagformulier en alle plannen voor akkoord ondertekenen, moeten ze niet in kennis worden gesteld en vervalt eveneens de formaliteit van het openbaar onderzoek, opgelegd in artikel
- De gemeente zoekt de namen en adressen van de eigenaars op. Onder het begrip eigenaar mag worden begrepen de eigenaar volgens de meest recente door de diensten van het kadaster aan de gemeente verstrekte informatie, tenzij de gemeente beschikt over recentere informatie. Onder het begrip aanpalend perceel wordt begrepen, een gekadastreerd perceel dat op minstens één punt grenst aan de plaats van de aanvraag en/of aan percelen in eigendom van de aanvrager, die palen aan die plaats”. 3.6.
- Uit een bij het verzoekschrift gevoegd eigendomsattest, uitgereikt e door het 3 registratiekantoor van Leuven, blijkt dat eerste verzoeker en tweede verzoekster beiden sedert januari 2000 onverdeelde eigenaars zijn van de eigendom gelegen aan de Groenstraat 23 te Kortenberg, kadastraal gekend onder sectie D, nr. 119/n. 3.6.
- In tegenstelling tot hetgeen de verwerende partij voorhoudt bepaalt voormeld artikel 7, vijfde lid niet dat het volstaat dat één van de mede- eigenaars het aanvraagformulier en alle plannen voor akkoord ondertekent, en is het uitdrukkelijk de taak van de gemeente de namen en de adressen van de eigenaars op te zoeken en na te gaan of alle eigenaars het aanvraagformulier en alle plannen voor akkoord hebben ondertekend, vooraleer te beslissen of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden om het vereiste openbaar onderzoek niet te moeten houden. X-10.895-11/13 3.6.
- Uit hetgeen voorafgaat (zie hiervoor onder 2.2.2) blijkt dat het aanvraagformulier en de plannen niet werden ondertekend door de eerste verzoeker, zodat de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in voormeld artikel 7, vijfde lid om te worden vrijgesteld van het ingevolge artikel 3, § 3, 13/ vereiste openbaar onderzoek. 3.6.
- Het middel is in de aangegeven mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen in hoofde van de tweede verzoekende partij. Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 30 januari 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortenberg, waarbij aan Peter SOMMEREYNS en Michèle PINTE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een woning en garage aan de Groenstraat 25 te Kortenberg (Everberg), op een perceel kadastraal bekend sectie D, nr. 123/g
- Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen voor de helft ten laste van de tweede verzoekende partij, en voor de helft ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. X-10.895-12/13 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf januari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.895-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.408 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.112.903 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div