← België

Arrest 189416 - Gerechtsdeurwaarders - 13/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.416 Rolnummer: A. 189636/IX-6061 Zaak: Arrest 189416 - Gerechtsdeurwaarders - 13/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-27 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 13:23 Fiche Arrest nr 189.416 van 13 januari 2009 Justitie - Gerechtsdeurwaarders Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.416 van 13 januari 2009 in de zaak A. 189.636/IX-

  1. In zake : Marino MATTHYS, die woonplaats kiest bij advocaat D. MATTHYS, kantoor houdende te GENT, Sint-Annaplein 34 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177/
  2. tussenkomende partij: Mireille ALBRECHT, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te ASSEBROEK-BRUGGE, Baron Ruzettelaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marino MATTHYS op 9 september 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 7 juli 2008 waarbij Mireille Albrecht wordt benoemd tot gerechtsdeurwaarder in het gerechtelijk arrondissement Gent; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 november 2008; IX-6061-1/7 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. MATTHYS, die verschijnt voor de verzoeker, van advocaat J. MOSSELMANS, die loco advocaat P. PEETERS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat E. CASTELEYN, die loco advocaat A. LUST verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten
  4. Op 2 februari 2007 wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt dat een betrekking van gerechtsdeurwaarder in het arrondissement Gent vacant is. Voor die betrekking stellen zich 24 personen kandidaat, waaronder de verzoeker en de tussenkomende partij. Over de tussenkomende partij worden de volgende adviezen uitgebracht: - op 16 april 2007 door de Raad van de Arrondissementskamer van Gerechtsdeurwaarders te Gent: de tussenkomende partij wordt als 2de kandidaat gerangschikt; - op 22 mei 2007 door de Procureur des Konings te Gent: gunstig; - op 29 mei 2007 door de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent: gunstig. Over de verzoeker worden de volgende adviezen uitgebracht: IX-6061-2/7 - op 16 april 2007 door de Raad van de Arrondissementskamer van Gerechtsdeurwaarders te Gent: de verzoeker wordt als 4de kandidaat gerangschikt; na verzet van de verzoeker bevestigt de raad dat advies op 23 mei 2007; - op 22 mei 2007 door de Procureur des Konings te Gent: gunstig; op 31 mei 2007 deelt de verzoeker een aantal opmerkingen mee, in verband met zijn beroepservaring in het arrondissement Gent; - op 29 mei 2007 door de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent: gunstig; na ontvangst van opmerkingen van de verzoeker geeft de procureur- generaal op 15 juni 2007 een definitief advies, dat eveneens gunstig is. Op te merken valt dat de procureur-generaal en de procureur des Konings over alle kandidaten een gunstig advies hebben gegeven. De kandidaat die door de raad van de arrondissementskamer als 1ste gerangschikt werd, is bij koninklijk besluit van 21 april 2007 benoemd tot gerechtsdeurwaarder, in het kader van een andere vacature. Bij koninklijk besluit van 7 juli 2008 wordt de tussenkomende partij benoemd tot gerechtsdeurwaarder in het arrondissement Gent. Dit besluit, dat wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 juli 2008, vormt het voorwerp van de voorliggende vordering. Een ministerieel besluit van 7 juli 2008 bepaalt dat het kantoor van de tussenkomende partij gevestigd wordt in Eeklo. Tussenkomst
  5. Met een op 3 oktober 2008 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt Mireille Albrecht om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen. Onderzoek van de vordering
  6. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden IX-6061-3/7 besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  7. In verband met het moeilijk te herstellen ernstig nadeel voert de verzoeker in de eerste plaats aan dat, ten gevolge van het bestreden besluit, alle plaatsen van gerechtsdeurwaarder in het arrondissement Gent opgevuld zijn. De eerstvolgende vacature komt er pas over zeven jaar. De tenuitvoerlegging van het bestreden besluit zal aldus tot gevolg hebben dat de verzoeker, die zijn beroepservaring bijna uitsluitend in het arrondissement Gent heeft opgebouwd, geen kans zal hebben om binnen een korte termijn zijn zelfstandige activiteit als gerechtsdeurwaarder uit te bouwen. Een schorsing zou de verwerende partij ertoe kunnen aansporen om het bestreden besluit in te trekken, waarna een nieuwe beslissing genomen zou kunnen worden. De verzoeker voert voorts aan dat de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aan de tussenkomende partij de mogelijkheid biedt om haar kantoor in Eeklo uit te bouwen. Als het bestreden besluit na een zekere tijd zou worden vernietigd, zou het voor de verzoeker dan ook een zware hinder zijn om de draad in de regio Eeklo weer op te nemen. De verzoeker wijst ook nog op een moreel nadeel. Hij voert aan dat het bestreden besluit een publieke en onverdiende afkeuring en zelfs een vernedering voor hem inhoudt. Door de voorkeur te geven aan de tussenkomende partij wekt de verwerende partij de schijn dat het werk van de verzoeker kwalitatief onvoldoende wordt geacht. Ten slotte stipt de verzoeker aan dat de ernst van het nadeel beoordeeld moet worden in het licht van de ernst van de aangevoerde onwettigheden. Volgens de verzoeker blijken uit de ingeroepen middelen dat er ernstige onwettigheden zijn. 5.
  8. In zoverre de verzoeker aanvoert, minstens impliciet, dat hij ingevolge het bestreden besluit niet zelf benoemd is, moet in het algemeen opgemerkt worden dat iemand die met andere kandidaten in concurrentie treedt voor een benoeming, steeds het risico loopt dat hij niet benoemd wordt. De afwijzing kan subjectief ongetwijfeld als pijnlijk worden ervaren, maar dat vormt daarom nog geen nadeel dat niet kan worden hersteld door een eventueel vernietigingsarrest. Een IX-6061-4/7 kandidaat kan zich in beginsel dan ook niet beroepen op het nadeel dat met de teleurstelling ten gevolge van de benoeming van een concurrent verbonden is. Die vaststelling geldt te dezen des te meer nu er niet minder dan 24 kandidaten waren, die bovendien allen aan de benoemingsvoorwaarden lijken te voldoen. Weliswaar kan het nadeel ten gevolge van het niet benoemd worden uitzonderlijk een schorsing van het benoemingsbesluit verantwoorden. Daarvoor is dan wel vereist dat de verzoeker bijzondere redenen aanvoert. De verzoeker voert in dit verband aan dat er de komende zeven jaren normaal geen nieuwe vacature in het arrondissement Gent zal zijn. Dit gegeven maakt het nadeel echter niet moeilijk te herstellen. Indien het bestreden besluit vernietigd wordt, krijgt de verzoeker immers een nieuwe kans om tot gerechtsdeurwaarder in het arrondissement Gent benoemd te worden. Voor het overige is het feit dat een uitspraak ten gronde er pas na een zekere tijd zal komen geen voldoende reden om de schorsing te bevelen. Een schorsing is te dezen immers geen voorwaarde voor de effectiviteit van een eventuele vernietiging. Ook het feit dat een schorsing de afhandeling van de procedure ten gronde zou kunnen bespoedigen of tot een intrekking van het bestreden besluit zou kunnen leiden, is geen voldoende reden voor een schorsing. De verzoeker moet aantonen dat het bestreden besluit hem een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel oplevert, niet dat een eventuele schorsing hem een voordeel oplevert. Het feit dat de tussenkomende partij tot aan een eventuele vernietiging van haar benoeming de kans krijgt om haar kantoor in Eeklo uit te bouwen, is evenmin een reden om de schorsing van het bestreden besluit te bevelen. In geval van een eventuele vernietiging moeten alle kandidaturen immers opnieuw beoordeeld worden. Op dat ogenblik zal de benoemende overheid de ervaring opgedaan door de tussenkomende partij in de uitoefening van het ambt verbonden aan haar benoeming, die dan per definitie als onregelmatig beschouwd zal moeten worden, niet in aanmerking mogen nemen. Voorts levert de omstandigheid dat de verzoeker, in de hypothese dat hij na de vernietiging van het bestreden besluit benoemd zou worden, “de draad (in Eeklo) weer moet opnemen”, helemaal geen ernstig nadeel op. 5.
  9. In zoverre de verzoeker een moreel nadeel aanvoert, moet opgemerkt worden dat een dergelijk nadeel in de regel hersteld wordt door de IX-6061-5/7 morele genoegdoening die uit een nietigverklaring voortvloeit. Een eventuele vernietiging geldt overigens met terugwerkende kracht. Weliswaar kan uitzonderlijk worden aangenomen dat het moreel nadeel enkel door een schorsing van de bestreden handeling wordt weggenomen of vermeden, met name wanneer daarvoor specifieke redenen gelden. De redenen die de verzoeker aanvoert, overtuigen echter niet. Noch uit het bestreden besluit zelf, noch uit de adviezen die over de kandidaten en in het bijzonder over de verzoeker zelf zijn ingewonnen, blijkt dat er redenen zijn om aan te nemen dat de benoeming van de tussenkomende partij een afkeuring van de verzoeker inhoudt of dat die benoeming objectief geacht moet worden een zodanige afkeuring in te houden. Uit de adviezen blijkt integendeel dat de verzoeker om zijn persoonlijke en professionele kwaliteiten gewaardeerd wordt, en het bestreden besluit bevat geen enkele overweging die deze appreciatie tegenspreekt. Het bestaan van een ernstig moreel nadeel is derhalve niet aangetoond. 5.
  10. De verzoeker kan ten slotte niet gevolgd worden in zoverre hij stelt dat de ernst van het aangevoerde nadeel moet worden beoordeeld in het licht van de ernst van de ingeroepen onwettigheden. Het ernstig bevinden van een annulatiemiddel en het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn immers twee afzonderlijke voorwaarden waaraan moet worden voldaan opdat de schorsing van een bestuurshandeling kan worden bevolen. De ernst van het nadeel volgt niet uit het ernstig karakter van één of meer middelen. 5.
  11. Er moet derhalve geconcludeerd worden dat de verzoeker niet aantoont dat hij ten gevolge van het bestreden besluit een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel lijdt.
  12. Bij gebreke van een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel is niet voldaan aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. IX-6061-6/7 OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
  13. Het verzoek van Mireille ALBRECHT tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  14. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  15. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 13 januari 2009, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-6061-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.416 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.049 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.