← België

Arrest 189430 - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving - 13/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.430 Rolnummer: A. 187686/XII-5386 Zaak: Arrest 189430 - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving - 13/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-22 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 13:28 Fiche Arrest nr 189.430 van 13 januari 2009 Onderwijs en cultuur - Examenbetwistingen en weigeringen tot inschrijving Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.430 van 13 januari 2009 in de zaak A. 187.686/XII-

  1. In zake : XXXX, tegen : de UNIVERSITEIT GENT, die woonplaats kiest bij advocaat J. Goethals, kantoor houdende te Ardooie, Brugstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het op 1 april 2008 ontvangen verzoekschrift dat XXXX heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 25 maart 2008 van de decaan van de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent, optredend als interne beroepsinstantie, over zijn beroep tegen de beslissing van de faculteitsraad van 27 februari 2008 die een wijziging van het transitprogramma weigert; Gelet op het arrest nr. 182.125 van 17 april 2008 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing onder verbeurte van een dwangsom wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 5 mei 2008; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging van 3 juni 2008 ingediend door verzoeker; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; XII-5386-1/4 Gezien het feit dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij de kennisgeving van het tussenarrest aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van de tekst van voornoemd artikel 17, § 4ter, alsook van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december
  3. Ten gevolge van een materiële vergissing ter griffie werd aan het afschrift van de kennisgeving van het tussenarrest het ontvangstbewijs van een ander dossier gehecht. Hierdoor werd ten onrechte de procedure tot toepassing van voormeld artikel 15ter ingesteld. Blijkens het door De Post afgeleverde duplicaat van het ontvangstbewijs werd de brief van 18 april 2008 afgeleverd aan verzoeker op 5 mei 2008 zodat het verzoek tot voortzetting tijdig werd ingediend. De zaak dient dus volgens de gewone procedure te worden voortgezet. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State vraagt verzoeker dat bij de publicatie van het arrest zijn identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek tot depersonalisatie wordt ingewilligd. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. XII-5386-2/4 De debatten worden heropend. Artikel
  5. De zaak wordt volgens de gewone procedure voortgezet. Artikel
  6. Aan de verwerende partij wordt een termijn van 60 dagen gegeven vanaf de kennisgeving van dit arrest, om aan de griffie een memorie van antwoord toe te zenden en, in voorkomend geval, het administratief dossier of een aanvulling ervan. Artikel
  7. Bij de publicatie van dit arrest zal de identiteit van verzoeker niet worden opgenomen. XII-5386-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien januari 2009, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5386-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.430 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.125 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.390 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.