id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.450 Rolnummer: A. 180833/X-13174 Zaak: Arrest 189450 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-26 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 13:38 Fiche Arrest nr 189.450 van 14 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.450 van 14 januari 2009 in de zaak A. 180.833/X-13.
- In zake : Patrick WOUTERS, die woonplaats kiest bij advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Antwerpsesteenweg 18 tegen : de gemeente SCHILDE, die woonplaats kiest bij advocaat A. MEEUSEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Stoopstraat 1, bus
- tussenkomende partij : de b.v.b.a. ROMA PROMOTIONS, die woonplaats kiest bij advocaten A. CAEYMAEX en D. DOBSON, kantoor houdende te 2610 WILRIJK, Prins Boudewijnlaan 177 -
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Patrick WOUTERS op 5 februari 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 27 november 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schilde houdende afgifte aan de b.v.b.a. ROMA PROMOTIONS van de stedenbouwkundige vergunning voor het oprichten van appartementen en een ondergrondse parkeergarage op een perceel gelegen te Schilde, van de Wervelaan, kadastraal bekend sectie C, nr. 43/y4; Gelet op het arrest nr. 173.298 van 6 juli 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding op 10 augustus 2007 ingediend door de verzoekende partij; X-13.174-1/4 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst op 4 oktober 2007 ingediend door de b.v.b.a. ROMA PROMOTIONS; Gelet op de beschikking van 4 december 2007 die de tussenkomst van de b.v.b.a. ROMA PROMOTIONS toelaat; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 11 oktober 2007; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 5 februari 2008, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 6 augustus 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 19 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. RYCKALTS, die loco advocaat C. GYSEN verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat A. MEEUSEN, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat A. CAEYMAEX, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het advies van auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot X-13.174-2/4 regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
- Ter terechtzitting voert de verwerende partij aan dat de datum op de enveloppe van primordiaal en doorslaggevend belang is. Het afgiftebewijs van een aangetekende zending dat de verzoeker voorlegt bewijst enkel dat hij op 10 december 2007 briefwisseling heeft gevoerd met de Raad van State. Het bewijst niet dat de memorie van wederantwoord effectief bij de post werd aangeboden. Enkel indien de poststempel op de enveloppe bijvoorbeeld onleesbaar zou zijn, kan het afgiftebewijs voldoende bewijskracht verschaffen aangaande de aanbieding bij de post. De datum op de enveloppe is te dezen het enige bewijs van vaste dagtekening van aanbieding op het postkantoor. De tussenkomende partij argumenteert nog dat de verzoeker zelf erkent dat de enveloppe op 11 december 2007 werd afgestempeld. Als de datum op het afgiftebewijs niet overeenstemt met deze op de enveloppe, toont de verzoeker niet met zekerheid aan dat hij de memorie van wederantwoord binnen de termijn heeft verzonden. Hij toont evenmin aan dat er te dezen sprake zou zijn van overmacht doordat de post een fout zou hebben begaan.
- Blijkens het ontvangstbewijs ontving de verzoeker de door de verwerende partij ingediende memorie van antwoord op 11 oktober
- Bijgevolg was 10 december 2007 de laatste nuttige dag om een memorie van wederantwoord in te dienen. De verzoeker diende bij aangetekende brief een memorie van wederantwoord in. De betrokken enveloppe werd door de post op 11 december 2007 afgestempeld. Ter terechtzitting legt de verzoeker echter het origineel neer van het aan de Raad van State geadresseerde bijbehorende afgiftebewijs van een aangetekende zending, door de post op 10 december 2007 afgestempeld. Het barcodenummer van het afgiftebewijs stemt overeen met dat op de betrokken enveloppe en de zending werd volgens de gegevens van de post op 10 december 2007 aan het loket aangeboden en vervolgens uitgereikt op 13 december 2007, datum die overeenstemt met de datumstempel die door de griffie van de Raad van State werd aangebracht. Uit het voorgaande dient te worden besloten dat de verzoeker de memorie van wederantwoord op 10 december 2007 - en bijgevolg tijdig - bij de post X-13.174-3/4 ter verzending heeft aangeboden. De memorie van wederantwoord werd regelmatig ingediend. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- De zaak wordt volgens de gewone procedure voortgezet. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien januari 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-13.174-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.450 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.298 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.937 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div