← België

Arrest 189464 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 14/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.464 Rolnummer: A. 191011/XII-5677 Zaak: Arrest 189464 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 14/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-19 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 13:40 Fiche Arrest nr 189.464 van 14 januari 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.464 van 14 januari 2009 in de zaak A. 191.011/XII-

  1. In zake : Jalel HOUICHET, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Lesaffer, kantoor houdende te Antwerpen, Ankerrui 26-30 tegen : de GEMEENTE SINT-PIETERS-WOLUWE. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jalel Houichet op 12 januari 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 2 december 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Woluwe waarbij hij wordt uitgesloten van de wekelijkse openbare markten op het grondgebied van de gemeente; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 12 januari 2009 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 13 januari 2009, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat Chr. Lesaffer, die verschijnt voor verzoeker en van advocaat J. N. Smets die, loco advocaat S. Depré verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; XII-5677-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid besluiten op voorwaarde, onder meer, dat de onmiddel- lijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is.
  3. Met betrekking tot de eerst genoemde voorwaarde voert verzoeker in het verzoekschrift aan dat het marktverbod een beroepsverbod is, dat de markten in Sint-Pieters-Woluwe goed waren voor een derde van zijn volledige activiteit, dat het opbouwen van een cliënteel op andere markten een werk van lange adem is en dat hij nooit zeker is van een vaste plaats, dat een vordering tot schadevergoeding niet de verloren jaren doet terugkomen, en dat die vordering kosten voor advocaten zal meebrengen die hij niet kan recupereren. Aangaande de tweede voorwaarde zet verzoeker in het verzoek- schrift uiteen dat hij bij het instellen van de vordering de nodige diligentie aan de dag heeft gelegd en namelijk het verzoekschrift met bekwame spoed heeft voorbereid en ingediend.
  4. Een schorsing strekt ertoe te voorkomen dat de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijdt vooraleer zijn beroep tot nietigverklaring wordt beslecht. In uitzonderlijke gevallen is het denkbaar dat zelfs nog een uitspraak over een (gewone) vordering tot schorsing te laat dreigt te komen om de verzoeker voor het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te behoeden. Alsdan, en alleen alsdan, kan de verzoeker met goed gevolg zijn toevlucht nemen tot de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Het beroep op die procedure moet naar eis van artikel 16, §§ 2 en 3, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State worden gestaafd met een uiteenzetting van “de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen”. XII-5677-2/4
  5. Te dezen bevat het verzoekschrift weliswaar een rubriek “Uiterst dringende noodzakelijkheid”, maar daaronder worden geen feiten weergegeven die de intrinsieke hoogdringendheid van de zaak betreffen. Verzoeker betoogt er alleen dat hij voldoende voortvarend is opgetreden. Zou een gebrek aan een voldoende doortastend optreden eventueel een beweerde dringende noodzakelijkheid hebben tegengesproken, daaruit volgt nog geenszins dat nu er gebeurlijk wel voortvarend is opgetreden, daarmee dan ipso facto uitgewezen is dat er sprake is van een intrinsieke hoogdringendheid.
  6. Volledigheidshalve wordt vastgesteld dat “de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen” evenmin te vinden zijn onder de rubriek “Moeilijk te herstellen ernstig nadeel”. Verzoeker staat nog maar drie maanden op de markt in Sint-Pieters- Woluwe, op dinsdag en zaterdag. Voordien, zo licht hij ter terechtzitting toe, stond hij dan te Antwerpen op de markt. Hij heeft te Sint-Pieters-Woluwe geen vaste plaats; er wordt er hem een toegewezen “in functie van de beschikbare ruimte”. Over de omzet en de winst die verzoeker op de markt van de verwerende partij boekt, wordt geen enkele bijzonderheid verstrekt, laat staan dat hij ter zake enig stuk bijbrengt. Evenmin geeft hij enige verduidelijking omtrent zijn algemene financiële toestand. De uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel laat niet toe te concluderen dat het verlies door verzoeker van zijn even recente als precaire plaats op de markt te Sint-Pieters-Woluwe, hem al op zó een korte termijn een ernstig en moeilijk herstelbaar nadeel dreigt te doen lijden dat een schorsing volgens de gewone procedure niet tijdig genoeg zou zijn om het nadeel te voorkomen.
  7. Het blijkt niet dat de voorwaarde van een dringende noodzakelijk- heid vervuld is. Deze vaststelling dat alvast aan een van de cumulatieve grondvoor- waarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet voldaan is, volstaat om de vordering te verwerpen. XII-5677-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien januari 2009, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5677-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.464 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.444 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.