← België

Arrest 189474 - Overheidsopdrachten - 15/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.474 Rolnummer: A. 86442/XII-2199 Zaak: Arrest 189474 - Overheidsopdrachten - 15/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-27 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 13:52 Fiche Arrest nr 189.474 van 15 januari 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.474 van 15 januari 2009 in de zaak A. 86.442/XII-

  1. In zake :
  2. de BVBA PREVOST-TAVERNIER,
  3. de NV EVALENKO, samen vormend de tijdelijke vereniging PRETA-EVALENKO, die woonplaats kiezen bij advocaat D. Lindemans, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3 tegen : DE POST, naamloze vennootschap van publiek recht, die woonplaats kiest bij advocaat J. van Raemdonck kantoor houdende te Brussel, Terhulpsesteenweg 187 tussenkomende partij : de NV ARWY, die woonplaats kiest bij advocaat N. Vandebroek kantoor houdende te Leuven, C. Meunierstraat 111 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Prevost-Tavernier en de NV Evalenko, samen vormend de tijdelijke vereniging Preta-Evalenko, op 30 augustus 1999 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing genomen door De Post, [...], inzake: Ref. 4121/PU-EP/03, levering van hemden en bloezen, waarbij de offertes van verzoekende partijen, ingediend door eerste verzoekende partij en door beide verzoekende partijen als tijdelijke vereniging Preta-Evalenko, worden afgewezen en de opdrachten aan derde partijen worden gegund”; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 25 februari 2000; Gelet op de beschikking van 20 maart 2000 die de tussenkomst van de NV Arwy toelaat; XII-2199-1/5 Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 14 januari 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 20 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 november 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Honnay, die loco advocaat D. Lindemans verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J.-J. Van Raemdonck, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat S. Verachtert, die loco advocaat N. Vandebroek verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het, behalve wat de kosten betreft, eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  4. De verwerende partij schrijft een algemene offerteaanvraag uit voor de levering van hemden en bloezen. De opdracht bestaat uit twee loten: lot 1 betreft de hemden, lot 2 betreft de bloezen. XII-2199-2/5
  5. Op 25 mei 1999 worden de offertes geopend. Achttien offertes zijn ingediend, waaronder deze van de eerste verzoekende partij in eigen naam en deze van de eerste verzoekende partij en de BVBA Evalenko, samen vormend de tijdelijke vereniging Preta-Evalenko, telkens voor beide loten. In de “gemotiveerde beslissing tot toewijzing van de opdracht” wordt de offerte van de tijdelijke vereniging Preta-Evalenko technisch niet-conform verklaard : “de offerte van de firma Preta-Evalenko heeft een te hoge krimp en onaanvaardbaar harig (pillingprobleem) effect na de wasbeurten”. De offerte die de eerste verzoekende partij in eigen naam heeft ingediend wordt inzake lot 1 in de eerste categorie gerangschikt wat betreft de kwaliteit en op de veertiende plaats wat betreft de prijs. Inzake lot 2 wordt vastgesteld dat de offerte van de eerste verzoekende partij problemen vertoont “met blaasvorming van het weefsel op de kraag”. Bijgevolg wordt de offerte van de eerste verzoekende partij voor lot 2 betreffende de kwaliteit in de laagste categorie gerangschikt. Wat betreft de prijs bekleedt zij de veertiende plaats. De opdracht wordt gegund aan de tussenkomende partij. De verwerende partij brengt de niet-gekozen inschrijvers waarvan de offertes te dezen in het geding zijn, met een brief van 28 juni 1999 op de hoogte van haar beslissing. Bij brief 7 juli 1999 gedateerd vragen de verzoekende partijen de gemotiveerde beslissing op, die hun bij brief van 12 juli 1999 wordt toegezonden. De ontvankelijkheid
  6. De verwerende partij werpt twee excepties van niet- ontvankelijkheid op. Deze worden in het auditoraatsverslag grotendeels bijgevallen doch in hun laatste memorie besteden de verzoekende partijen geen enkele aandacht meer aan deze excepties. De Raad van State beoordeelt de ontvankelijkheid zoals volgt. Betreffende de tweede verzoekende partij 4.
  7. Het eerste middel bevat grieven betreffende de offerte die de eerste verzoekende partij, alleen handelend, heeft ingediend. Het tweede middel betreft zowel deze offerte als de offerte van de tijdelijke vereniging. XII-2199-3/5 De tweede verzoekende partij, de NV Evalenko, heeft, eensdeels, geen uitstaans met de eerstgenoemde offerte, die enkel is ingediend door de BVBA Prevost-Tavernier. Anderdeels was ze ook geen vennoot van de tijdelijke vereniging die de andere betrokken offerte indiende. Dat was niet de NV, maar de BVBA Evalenko. Het beroep is aldus in hoofde van de tweede verzoekende partij in zijn geheel niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Betreffende de eerste verzoekende partij 4.
  8. De eerste verzoekende partij heeft het beroep niet in eigen naam ingesteld maar enkel als vennoot van een tijdelijke vereniging. Ten onrechte betoogt zij in haar memorie van wederantwoord dat er “weinig betwisting” kan bestaan “dat de firma Prevost-Tavernier ook in eigen naam optreedt”. Zulks kan echter niet uit het inleidend verzoekschrift worden afgeleid. Aldus -wat het eerste middel betreft en deels het tweede middel in zoverre dit haar eigen offerte betreft- heeft de eerste verzoekende partij geen hoedanigheid om het beroep in te stellen : het betreft daar immers een offerte die ze in eigen naam, en niet samen met haar vennoot van de voormelde tijdelijke vereniging heeft ingediend. Voorts moet inzake het tweede middel, inzoverre het de offerte van de tijdelijke vereniging betreft, worden vastgesteld dat de eerste verzoekende partij te dezen als vennoot optreedt. Zij doet dat zonder de andere vennoot van de tijdelijke vereniging. De eerste verzoekende partij heeft echter niet als zodanig -namelijk alleen optredend- de offerte ingediend die in het middel is betrokken. Het is integendeel onbetwistbaar de tijdelijke vereniging geweest die zij vormde met de BVBA Evalenko, die deze offerte indiende. Zoals de Raad van State reeds op uitvoeriger wijze heeft gesteld onder meer in arrest nr. 168.989 van 15 maart 2007, BVBA Centrum voor beleidsmanagement, en nr. 159.135 van 23 mei 2006, Mathy, kan een annulatieberoep slechts ontvankelijk worden ingesteld door alle vennoten van een tijdelijke vereniging, zonder rechtspersoonlijkheid, samen optredende. Te dezen mist de eerste verzoekende partij, alleen handelend, de vereiste hoedanigheid en het rechtens vereiste persoonlijk en rechtstreeks belang daartoe. XII-2199-4/5 Ook in hoofde van de eerste verzoekende partij is het beroep niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien januari 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2199-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.474 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.