← België

Arrest 189565 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.565 Rolnummer: A. 160036/X-12210 Zaak: Arrest 189565 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-10 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 14:21 Fiche Arrest nr 189.565 van 19 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.565 van 19 januari 2009 in de zaak A. 160.036/X-12.

  1. In zake : de n.v. SEA-RO TERMINAL, die woonplaats kiest bij advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Meir 24 tegen : de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. SEA-RO TERMINAL op 16 februari 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de opgelegde voorwaarden in het besluit van 9 december 2004 van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij haar beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge over de aanvraag om vergunning tot het bouwen van 5 distributie- loodsen in twee fasen, gelegen Albert II dok te Zeebrugge, ontvankelijk en gegrond werd verklaard mits inachtneming van de opgelegde voorwaarden; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur S. DE DONCKER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie met verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 22 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 oktober 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-12.210-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat N. DE SPLENTER, die loco advocaat P. MALLIEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van adjunct- adviseur P. DE WULF die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De vordering is uitdrukkelijk en welbewust beperkt tot de voor- waarden die werden verbonden aan het verlenen van de door de verzoekende partij verkregen stedenbouwkundige vergunning. Een stedenbouwkundige vergunning is in beginsel één en ondeel- baar, en kan niet op ontvankelijke wijze gedeeltelijk met een annulatieberoep worden bestreden. Van dit beginsel kan, bij wege van uitzondering, die beperkend moet worden uitgelegd, alleen worden afgeweken wanneer vaststaat dat het aangevochten gedeelte afgesplitst kan worden van de rest van de vergunning en dat de overheid ook afgezien van het afgesplitste gedeelte voor het niet aangevochten gedeelte dezelfde beslissing zou hebben genomen. Er anders over oordelen zou tot gevolg hebben dat de Raad van State zich op het domein van de beleidsuitoefening van de betrokken overheid zou begeven en zou overgaan tot hervorming, en niet vernietiging, van de beslissing waarvan het bestreden gedeelte een onlosmakelijk onderdeel is, vermits het niet bestreden gedeelte hoe dan ook zou blijven bestaan. De bestreden voorwaarden maken uiteraard een onlosmakelijk deel uit van de verleende, voorwaardelijke, stedenbouwkundige vergunning. De verzoekende partij voert in dit verband aan dat de bestreden voorwaarden betrekking hebben op het natuurbehoud en onwettig zijn, zoals zou moeten blijken uit haar middelen, en dat die middelen daarom voorafgaandelijk moeten worden onderzocht. Deze argumentatie betreft echter de gegrondheid van het beroep en niet de ontvankelijkheid ervan, en kan derhalve niet worden aangenomen. Het beroep is niet ontvankelijk. X-12.210-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-12.210-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.565 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.