id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.602 Rolnummer: A. 189635/XII-5559 Zaak: Arrest 189602 - Varia (onderwijs en cultuur) - 20/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-27 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-29 14:30 Fiche Arrest nr 189.602 van 20 januari 2009 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.602 van 20 januari 2009 in de zaak A. 189.635/XII-
- In zake : Eni DRINI, woonplaats kiezend bij advocaat J.-F. De Bock, kantoor houdende te 1050 Brussel, Waterloosesteenweg 612 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij de Juridische cel van de afdeling “Advies en Ondersteuning onderwijspersoneel”, kantoor houdende te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 15, kamer 1C
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Eni Drini op 8 september 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 9 juli 2008 waarbij de dienst studietoelagen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap in beroep afwijzend beslist over zijn aanvraag tot studiefinanciering voor het academiejaar 2007-2008; Gelet op de beschikking van 10 oktober 2008 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend voor wat betreft de vordering tot schorsing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 11 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 januari 2009; XII-5559-1\5 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. De Schepper, die loco advocaat J.-F. De Bock verschijnt voor verzoeker, en van adviseur M. Broucke, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens van de zaak
- Een aanvraag van verzoeker tot studiefinanciering voor het academiejaar 2005-2006 wordt door verwerende partij afgewezen op 24 februari 2006 omdat verzoeker niet voldoet aan de mobiliteitsvoorwaarden. Het tegen die beslissing gericht administratief beroep van verzoeker wordt verworpen op 12 juni
- Verzoeker verklaart “omwille van een communicatieprobleem” tegen deze beslissing geen verder beroep te hebben ingesteld. Voor het academiejaar 2006-2007 dient verzoeker een nieuwe aanvraag in, die om dezelfde motieven wordt afgewezen op 21 november
- Verzoeker stelt het georganiseerd administratief beroep in op 11 januari
- Bij brief van 15 maart 2007 deelt verwerende partij aan verzoeker mee dat dit beroep wordt verworpen. Verzoeker dient bij de Raad van State tegen die beslissing een beroep tot nietigverklaring in en een vordering tot schorsing (zaak gekend onder rolnummer 183.311/XII-5108). Bij arrest nr. 176.481 van 6 november 2007 verwerpt de Raad de vordering tot schorsing omdat verzoeker door eigen dralen en gebrek aan diligentie niet overtuigt dat hij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te ondergaan. Voor het academiejaar 2007-2008 dient verzoeker opnieuw een aanvraag in, die om dezelfde motieven andermaal wordt afgewezen op 6 maart
- Verzoeker stelt administratief beroep in op 30 april 2008, door verwerende XII-5559-2\5 partij ontvangen op 13 mei
- Op 9 juli 2008 verwerpt de afdeling studietoelagen met de thans bestreden beslissing het beroep. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
- Verzoeker doet als moeilijk te herstellen ernstig nadeel gelden dat hij niet (meer) over een leefloon beschikt, dat zijn familie hem onmogelijk kan ondersteunen nu zijn vader enkel een werkloosheidsuitkering krijgt waarmee deze zijn gezin met een zieke echtgenote en een minderjarige zoon moet ondersteunen, dat hij als student geneeskunde zijn vrije tijd moet vullen met stages wat hem niet toelaat een job aan te nemen, dat hij behalve dank zij vriendenleningen over geen inkomen beschikt om van te leven en zijn studiekosten te betalen, dat mede omdat zijn aanvraag tot studietoelage reeds tweemaal is afgewezen de kans groot is dat hij genoodzaakt zal zijn een einde te maken aan zijn studies.
- Verwerende partij vraagt zich af of verzoeker zich niet zelf moet verwijten dat het OCMW van Brussel hem niet langer een leefloon betaalt, in welk geval hij zich niet op dit nadeel kan steunen. Andermaal stelt zij verder vast dat verzoeker lang heeft getalmd om zowel het administratief beroep als voorliggende rechtsvordering in te stellen, zodat hij ook weer door eigen toedoen de ernst van het nadeel relativeert.
- Met een schorsingsarrest doet de Raad van State een voorlopige uitspraak die bovendien enkel voor de toekomst uitwerking heeft. Met verwerende partij moet de Raad van State vaststellen dat verzoeker er andermaal zelf minstens deels toe heeft bijgedragen dat over dit geschil, dat de studiefinanciering betreft van het academiejaar 2007-2008, pas uitspraak kan worden gedaan wanneer dit academiejaar al ruim verstreken is. XII-5559-3\5 Daar staat tegenover dat verwerende partij reeds drie jaar na elkaar de aanvraag van verzoeker voor het desbetreffende academiejaar heeft afgewezen, om steeds dezelfde motieven. Het laat zich aanzien dat een aanvraag voor het academiejaar 2008-2009 een zelfde lot dreigt te ondergaan. Verzoeker heeft dan ook een punt als hij er op wijst dat het door hem geleden financiële nadeel van jaar tot jaar zwaarder weegt en dit nog des te meer nu hij niet langer over een leefloon beschikt. Op de terechtzitting blijkt evenwel uit nieuw neergelegde stukken dat de arbeidsrechtbank van Brussel bij vonnis van 18 december 2008, eensdeels, verzoeker herstelt in het recht op leefloon en het OCMW van Brussel veroordeelt tot de betaling ervan aan verzoeker met inbegrip van achterstallen en, anderdeels, het OCMW veroordeelt tot de betaling van de studiekosten voor het academiejaar 2007-2008 op eenvoudige voorlegging van facturen door verzoeker. Dit vonnis is voorlopig uitvoerbaar. In die omstandigheden ziet de Raad van State niet welk bijkomend voordeel een toewijzing van de schorsing voor verzoeker nog kan bieden, hetgeen de raadsvrouw van verzoeker ter terechtzitting enkel kan beamen. Er is dan ook niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig januari 2009, door : XII-5559-4\5 de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5559-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.602 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.924 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.