id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.604 Rolnummer: A. 160151/XII-4398 Zaak: Arrest 189604 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 20/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-26 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-29 14:30 Fiche Arrest nr 189.604 van 20 januari 2009 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.604 van 20 januari 2009 in de zaak A. 160.151/XII-
- In zake : Abdelfettah ROZAINE, wonende te Antwerpen-Wilrijk, Rozenkransplein 4 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 1 Antwerpen, dat woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220 bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Abdelfettah Rozaine op 18 februari 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 22 december 2004 van de raad van bestuur van de scholengroep 1 van het Gemeenschapsonderwijs waarbij aan verzoeker medegedeeld wordt dat er geen gunstig gevolg kon gegeven worden aan zijn kandidatuur voor vaste benoeming als leraar Islamitische godsdienst in de instellingen KA2 Antwerpen en KA Hoboken (betrekkingen 170019, 210035, 210034) ; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de verzoeker op 10 juli 2008; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 14quater, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; XII-4398-1/4 Gezien de laatste memorie van verwerende partij; Gezien het schrijven van verzoeker van 8 oktober 2008, waarbij hij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 11 december 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 6 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. Van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat H. Van Nijverseel, die loco advocaat A. De Roeck verschijnt voor verzoeker, en van advocaat J. Fransen, die loco advocaat M. Stommels verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag melding gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent. In de brief waarin hij vraagt om te worden gehoord, schrijft verzoeker dat het auditoraatsverslag hem “slechts eind augustus - na mijn terugkomst uit verlof -[mocht] bereiken”. Hij noemt het “weinig ernstig een betekening uit te voeren tijdens de zomervakantie zonder [zijn] raadsman hiervan te verwittigen”. De Raad van State kan slechts vaststellen dat voor dit beroep noch in het inleidend verzoekschrift noch in latere stukken woonplaatskeuze is gedaan bij XII-4398-2/4 de raadsman, zodat de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan het adres van verzoeker, waar het overigens op 10 juli 2007 voor ontvangst is afgetekend, geldig is gebeurd. De omstandigheid dat verzoeker met vakantie was in het buitenland maakt voorts geen overmacht uit die de termijn stuit of schorst. Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-4398-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig januari 2009, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN wnd. kamervoorzitter, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4398-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.604 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.