← België

Arrest 189721 - Milieuvergunningen - 22/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.721 Rolnummer: A. 132548/VII-28902 Zaak: Arrest 189721 - Milieuvergunningen - 22/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-28 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 14:51 Fiche Arrest nr 189.721 van 22 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.721 van 22 januari 2009 in de zaak A. 132.548/VII-28.

  1. In zake : de CVBA IGEMO, rechtsgeding hervat door: IVAREM, die woonplaats kiest bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaten G. MARTYN en F. VINCKE, kantoor houdende te AVELGEM, Doorniksesteenweg
  2. tussenkomende partijen :
  3. Claude PIEPLU,
  4. Nadine COPPENS,
  5. Louis VAN DER HEYDEN,
  6. Maria VAN DER HEYDEN, 3 en 4 handelend in eigen naam en in hun hoedanigheid van wettige erfgenamen van wijlen Emiel VAN DER HEYDEN,
  7. Freddy DE NUTTE, die woonplaats kiezen bij advocaat H. BOONEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan
  8. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de CVBA IGEMO op 30 januari 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 27 november 2002 waarbij de beroepen ingediend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 23 februari 1995, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de verzoekende partij om een containerpark, gelegen aan de Hoogstraat te Duffel, te exploiteren, gegrond worden verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt geweigerd; VII-28.902-1/5 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 8 april 2003 ingediend door Claude PIEPLU, Nadine COPPENS, Louis VAN DER HEYDEN, Maria VAN DER HEYDEN en Freddy DE NUTTE; Gelet op de beschikking van 15 april 2003 die de tussenkomsten van Claude PIEPLU, Nadine COPPENS, Louis VAN DER HEYDEN, Maria VAN DER HEYDEN en Freddy DE NUTTE toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 18 januari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 oktober 2008 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de gecoördi- neerde wetten op de Raad van State, door één lid van de kamer wordt behandeld; Gelet op de beschikking van 5 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. WYCKAERT die, loco advocaat J. GHYSELS verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat F. VINCKE, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. VAN WAYENBERG die, loco advocaat H. BOONEN verschijnt voor de tussenkomende partij; VII-28.902-2/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: De ontvankelijkheid
  9. In het verzoekschrift waarbij de verzoekende partij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur-verslaggever waarbij geconcludeerd wordt tot de verwerping van het beroep, de voortzetting van de procedure vraagt, stelt zij dat zij "inmiddels (...) de gewenste milieuvergunning bekomen (heeft) waardoor onderhavig annulatieberoep zonder voorwerp is geworden". De verwerende partij leidt daaruit af dat de verzoekende partij geen actueel belang meer heeft bij het beroep.
  10. De verzoekende partij heeft de vergunning die zij nastreefde daadwerkelijk verkregen en ziet daarom af van de verdere gewone afhandeling van dit geding. De tussenkomende partijen, omwonenden van de kwestieuze inrichting, verzetten zich daartegen. Zij vragen in hun "memorie na verzoek tot voortzetting" dat het beroep ongegrond zou worden verklaard en verwijzen te dien aanzien naar een rechtsgeding dat zij bij de burgerlijke rechter hebben ingediend en waarin zij verwijzen naar het gezag van gewijsde van het arrest nr. 105.951 van 25 april 2002 waarbij de vergunning van de inrichting op hun verzoek vernietigd werd. Zij menen daarmee blijk te geven van een "objectief belang", aangezien zij willen tegengaan dat het bestuur op grond van een steeds wijzigend beleid de rechtstoestand van de burgers alsmaar wijzigt.
  11. De tussenkomende partijen zijn in het geding gekomen ter ondersteuning van de verwerende partij, die de door de verzoekende partij aangevraagde vergunning geweigerd heeft. Hun belang bestond erin vastgesteld te zien dat de milieuvergunningsaanvraag definitief geweigerd is.
  12. De verklaring van de verzoekende partij heeft hetzelfde effect. VII-28.902-3/5
  13. Het belang van de tussenkomende partijen is beperkt tot het behoud van de bestreden beslissing in het rechtsverkeer. Zij kunnen daarnaast geen afzonderlijk eigen belang doen gelden om de Raad van State tot een uitspraak te dwingen, ook wanneer de verzoekende partij daar het nut niet meer van inziet.
  14. De tussenkomende partijen geven nu een andere inhoud aan hun belang : zij willen meer dan de verwerping van het beroep; zij willen een uitspraak over de grond van de zaak gebruiken in een burgerlijk rechtsgeding tegen de verzoekende partij. Die vraag gaat evenwel het enige belang dat zij als tussenk- omende partijen kunnen doen gelden, te buiten.
  15. De verzoekende partij verzaakt aan het beroep. Dat komt neer op een afstand van het geding. Geen gegeven verzet zich tegen het inwilligen van de afstand, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
  16. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  17. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 625 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een vijfde. VII-28.902-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig januari tweeduizend en negen, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. A. VANDENDRIESSCHE. VII-28.902-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.721 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.