← België

Arrest 189723 - Milieuvergunningen - 22/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.723 Rolnummer: A. 91859/VII-21299 Zaak: Arrest 189723 - Milieuvergunningen - 22/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-07 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 14:52 Fiche Arrest nr 189.723 van 22 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.723 van 22 januari 2009 in de zaak A. 91.859/VII-21.

  1. In zake : de BVBA VEEGA, die woonplaats kiest bij advocaat A. NAVASARTIAN, kantoor houdende te BRUSSEL, Franklin Rooseveltlaan 156 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te BUGGENHOUT, Provincialebaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA VEEGA op 16 mei 2000 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 22 april 2000 waarbij het beroep ingesteld door derden tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant van 31 maart 1994, waarbij aan de BVBA BOECKX- CUYPERS, zijnde de rechtsvoorganger van de verzoekende partij, de vergunning wordt verleend om een bestaande inrichting, gelegen aan de Galgestraat 64 A te Geetbets, te veranderen door uitbreiding met 350 mestkalveren, de opslag van 505 m³ dierlijke mest en een ventilator met een totaal geïnstalleerd vermogen van 1,5 kW, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt geweigerd; Gelet op het arrest nr.
  3. 853 van 16 november 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partij; VII-21.299-1/3 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 13 maart 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoekschrift tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 27 augustus 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 oktober 2007, waarop de zaak sine die wordt uitgesteld; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2008 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de gecoördi- neerde wetten op de Raad van State, door één lid van de kamer wordt behandeld; Gelet op de beschikking van 5 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De verzoekende partij blijkt in de loop van de procedure de stallen, waarop de bestreden beslissing betrekking heeft, verkocht te hebben aan de BVBA G. VAN BEEK en Zn. Bij brief van 7 mei 2008 is aan de raadsman van de verzoekende partij, bij wie woonplaats was gekozen, gevraagd naar de weerslag van dat gegeven op de ontvankelijkheid van het onderhavige beroep. Bij brief van 9 september 2008 is die vraag herhaald en daarbij is ook medegedeeld dat uit de VII-21.299-2/3 ontstentenis van antwoord binnen de 30 dagen afgeleid kan worden dat de verzoekende partij geen belang meer heeft bij het beroep. De verzoekende partij heeft op deze brief niet gereageerd. Zij is ook niet verschenen op de openbare terechtzitting. Een en ander doet de Raad van State besluiten dat de verzoekende partij geen belangstelling meer heeft voor de afhandeling ten gronde van het aangespannen geding. Zij ontbeert het wettelijk vereiste actueel belang. Het beroep is niet ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig januari tweeduizend en negen, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. A. VANDENDRIESSCHE. VII-21.299-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.723 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.90.853 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.