← België

Arrest 189777 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.777 Rolnummer: A. 190140/X-13939 Zaak: Arrest 189777 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-04 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 15:07 Fiche Arrest nr 189.777 van 26 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.777 van 26 januari 2009 in de zaak A. 190.140/X-13.

  1. In zake :
  2. Eddy DAMMANS,
  3. Nathalie DE MEERSMAN,
  4. Laurent DE BOECK,
  5. Vanessa VANLERBERGHE,
  6. Philippe QUINART,
  7. Françoise THERSSEN, die woonplaats kiezen bij advocaat Y. TEUGHELS, kantoor houdende te 2600 BERCHEM, Coremansstraat 14 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat S. BUTENAERTS, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II-laan
  8. tussenkomende partij : de v.z.w. JEUGDHUIS NIJDROP, die woonplaats kiest bij advocaten B. ROELANDTS en P.-J. DEFOORT, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan
  9. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Eddy DAMMANS, Nathalie DE MEERSMAN, Laurent DE BOECK, Vanessa VANLERBERGHE, Philippe QUINART en Françoise THERSSEN op 23 oktober 2008 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 7 december 2007 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de v.z.w. JEUGDHUIS NIJDROP de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het oprichten van een Jeugdhuis aan de Kloosterstraat 9 te Opwijk, kadastraal bekend sectie B, nr. 559/r; Gezien de nota van de verwerende partij; X-13.939-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 19 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaten C. VERHEYEN en W. THIBAUT, die loco advocaat Y. TEUGELS verschijnen voor de verzoekende partijen, van advocaat E. BALLIEN, die loco advocaat S. BUTENAERTS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat P.-J. DEFOORT, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  10. Rechtspleging. Met een verzoekschrift van 18 november 2008 heeft de v.z.w. JEUGDHUIS NYDROP gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  11. Feiten. 2.
  12. De tussenkomende partij sluit in 2005 met de gemeente Opwijk een erfpachtovereenkomst over een perceel gemeentegrond aan de Kloosterstraat te Opwijk met het oog op de oprichting van een gebouw voor culturele of sportieve activiteiten en het opvangen van de jeugd overeenkomstig haar maatschappelijk doel. De overeenkomst bepaalt dat het gelijkvloers van het op te richten gebouw bestemd zal worden voor het huisvesten en inrichten van de gemeentelijke jeugddienst en de grote zaal en/of de vergaderzaal jaarlijks twintigmaal ter X-13.939-2/6 beschikking zal worden gesteld door de tussenkomende partij aan een erkende Opwijkse jeugd-, culturele of sportvereniging. 2.
  13. Het perceel is volgens het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse gelegen in een gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine een middelgrote ondernemingen. Volgens het bij ministerieel besluit van 20 november 1992 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg “Nanove” is het terrein tevens gelegen in de “openbare nutszone 1” voor “het huisvesten van gemeentelijke functies zoals jeugdhuis, museum e.a.” te bebouwen “door de gemeente of haar aangestelde, van welk juridisch statuut ook”. 2.
  14. De tussenkomende partij dient op 12 oktober 2007 een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning in voor het bouwen van een jeugdhuis aan de Kloosterstraat 9 te Opwijk. De ingediende plannen tonen een gebouw dat onder meer een concertzaal, een café, een polyvalente ruimte, een stripotheek, een repetitielokaal, backstageruimtes en het in de voormelde erfpachtovereenkomst bepaalde lokaal voor de gemeentelijke jeugddienst bevat. 2.
  15. Het college van burgemeester en schepenen verleent op 11 september 2007 een gunstig advies. 2.
  16. Met het bestreden besluit van 7 december 2007 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning aan de tussenkomende partij.
  17. Ontvankelijkheid. 3.
  18. De tussenkomende partij betoogt dat de vordering is ingesteld tegen “een onbestaande rechtshandeling” omdat in het verzoekschrift het voorwerp van de vordering wordt aangeduid met “de toekenning door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Opwijk van de stedenbouwkundige vergunning d.d. 07.12.2007”. Het verzoekschrift gaat vergezeld van een afschrift van het bestreden besluit, meer bepaald het besluit van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar van 7 december 2007 waarbij aan de tussenkomende partij de X-13.939-3/6 stedenbouwkundige vergunning voor het oprichten van een jeugdhuis aan de Kloosterstraat 9 te Opwijk wordt verleend. In de gegeven omstandigheden wordt aangenomen dat de aanduiding in het verzoekschrift van het voorwerp van de vordering een materiële misslag bevat door de enkele verkeerde vermelding van de vergunningverlenende overheid. De exceptie wordt verworpen. 3.
  19. De tussenkomende partij werpt nog een exceptie van laattijdigheid van de vordering tot schorsing op. Uit hetgeen hierna volgt zal blijken dat niet is voldaan aan de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering tot schorsing. In die omstandigheden is er geen reden om de opgeworpen exceptie te onderzoeken.
  20. Grondvoorwaarden voor de schorsing. 4.
  21. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Artikel 17, § 3 van dezelfde wet bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat het enig verzoekschrift dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepalingen volgt dat de verzoeker in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet moet aangeven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden. X-13.939-4/6 4.
  22. Wat betreft deze voorwaarde schrijven de verzoekende partijen enkel dat “indien de werken reeds aangevat worden wanneer het verzoek tot vernietiging hangende is, (...) dit verzoekers een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel (meebrengt), zodoende (...) vooreerst de schorsing (is) vereist”. Hoewel het in principe niet toekomt aan de Raad van State om op zoek te gaan naar bijkomende elementen in het verzoekschrift die zouden kunnen wijzen op het bestaan van een eventueel moeilijk te herstellen ernstig nadeel die niet worden opgesomd onder voornoemde rubriek, vermelden de verzoekende partijen in de feitenuiteenzetting van het verzoekschrift in essentie de volgende elementen die verband kunnen houden met een eventueel moeilijk te herstellen ernstig nadeel: dat het om “het grootste jeugdhuis van België” met “een concertzaal en een café” gaat “recht tegenover het (appartementen)complex” waar zij een appartement hebben gekocht “gelegen in een zeer rustige buurt te Opwijk, met zicht op een park”, “het nieuwe jeugdhuis (...) voor een groot deel het uitzicht op het prachtige gemeentepark (zou) onttrekken aan de bewoners”, “ze vrezen (...) dat hier heel wat overlast mee gepaard zal gaan, in de vorm van geluid en dronken mensen op straat”. 4.
  23. Wat betreft het verlies van het uitzicht op het gemeentepark beperken de verzoekende partijen zich tot algemeenheden en voeren zij bijgevolg onvoldoende concrete en precieze gegevens aan die van aard zijn dit risico op een dergelijk nadeel, laat staan van de ernst ervan, voor henzelf aan te tonen. 4.
  24. In zover de verzoekende partijen overlast inroepen beperken zij zich andermaal tot algemeenheden die, aangenomen dat het een nadeel betreft dat een voldoende rechtstreeks verband heeft met de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, op dit ogenblik louter hypothetisch zijn. 4.
  25. Uit het vorenstaande blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. X-13.939-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  26. Het verzoek tot tussenkomst van de v.z.w. JEUGDHUIS NYDROP wordt ingewilligd. Artikel
  27. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  28. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig januari 2009, door : de H. P. LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEFRANC. X-13.939-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.777 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.860 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.