id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.791 Rolnummer: A. 190246/XII-5615 Zaak: Arrest 189791 - Wapens - 27/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-04 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-29 15:15 Fiche Arrest nr 189.791 van 27 januari 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.791 van 27 januari 2009 in de zaak A. 190.246/XII-5615. In zake : Geert VROMAN, die woonplaats kiest bij advocaat K. Calmeyn, kantoor houdende te Kortrijk, Hendrik Consciencestraat 29 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat B. Derveaux, kantoor houdende te Kortenberg, Veldstraat 5. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Geert Vroman op 5 november 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 4 september 2008 van de minister van Justitie waarbij hem de vergunning tot het voorhanden hebben van een aantal wapens en de bijbehorende munitie wordt ontzegd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en over de vordering tot schorsing, opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de beschikking van 29 december 2008, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 januari 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-5615-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Calmeyn, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat B. Derveaux, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1. Verzoeker dient op 24 januari 2007 een aanvraag in tot hernieuwing van negen wapenvergunningen en tot registratie van twaalf jacht- en sportwapens. Naar aanleiding van een huiselijke twist op 22 juli 2007 worden de wapens administratief in beslag genomen, in afwachting van een beslissing van de gouverneur. Er wordt ook vastgesteld dat verzoeker in het bezit is van een verboden wapen, namelijk een karabijn met geluiddemper. Op 6 september 2007 adviseert de procureur des Konings te Kortrijk de wapenvergunningen van verzoeker in te trekken. Hij stelt onder meer : “Betrokkene is in het bezit van een verboden wapen nl. een karabijn voorzien van een geluidsdemper. Op 22.07.2007 doet zich een familiale twist voor waarbij Vroman Geert een revolver uit zijn kluis haalt en een patroon. Hij is dronken. Ook in het verleden zou hij reeds geweld hebben gebruikt tegenover zijn echtgenote. Een tiental wapens liggen gewoon in zijn kleerkast. Betrokkene heeft een alcoholprobleem en is agressief; het voorhanden hebben van een vuurwapen is gevaarlijk voor zijn naastbestaanden en voor de openbare orde”. Mede gelet op het advies, beslist op 9 november 2007 de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen de aanvragen tot hernieuwing van de wapenvergunningen te weigeren en de registratie van de jacht- en sportwapens te schrappen. Gemotiveerd wordt onder meer : XII-5615-2/8 “Overwegende dat uit de verklaringen van de heer Vroman blijkt dat stress i.v.m. het werk vlak voor de vakantieperiode zou hebben geleid tot de feiten in de nacht van 22 juli 2007; Overwegende dat niet kan uitgesloten worden dat betrokkene in de toekomst, als zaakvoerder van een bedrijf, niet weer onder druk komt te staan en opnieuw naar een vuurwapen grijpt en daarbij zichtzelf of zijn naastbestaanden verwondt; Overwegende dat niet kan uitgesloten worden dat er zich opnieuw echtelijke problemen voordoen waarbij betrokkene wel naar een geladen vuurwapen grijpt; Overwegende dat mevrouw Hautekier verklaart dat er in het verleden reeds gelijkaardige feiten zijn gebeurd en nadien deze verklaringen terug intrekt; Overwegende dat de Procureur des Konings te Kortrijk verklaart dat de heer Vroman in het verleden reeds geweld zou hebben gebruikt tegenover zijn echtgenote; Overwegende dat de veiligheidsmaatregelen niet in acht worden genomen, dat een tiental wapens gewoon in de kleerkast lagen, dat dit niet getuigt van een grote verantwoordelijkheidszin in hoofde van de heer Vroman; Overwegende dat betrokkene (schutter sedert begin jaren '80) in het bezit is van een verboden wapen, dat niet kan aangenomen worden dat hij niet op de hoogte is van het verboden karakter van een wapen met geluidsdemper; Overwegende dat het begrip openbare orde in de ruime zin van het woord moet worden opgevat, namelijk met inbegrip van de openbare veiligheid, de openbare rust en gezondheid; Overwegende dat één van de bedoelingen van de nieuwe wapenwet van 8 juni 2006 het beschermen van de samenleving en het verminderen van ongelukken is; Overwegende dat alle afgelegde verklaringen in dit dossier erop wijzen dat er echtelijke problemen zijn, dat ter bescherming van de naastbestaanden dient te worden besloten om betrokkene het recht te ontzeggen nog langer vuurwapens te bezitten; Overwegende dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden blijkt dat het gedrag van de heer Geert Vroman niet de vereiste waarborgen biedt zodat er voldoende ernstige en concrete redenen zijn om te besluiten dat het voorhanden hebben van een vuurwapen in deze omstandigheden als zeer nadelig en gevaarlijk voor de openbare orde en veiligheid dient aanzien te worden; Overwegende dat gelet op de feiten het opportuun is om zo spoedig mogelijk een definitieve maatregel te treffen in het belang van de openbare orde en veiligheid”. Op beroep van verzoeker beslist de minister van Justitie op 4 september 2008 om het besluit van de gouverneur te bevestigen. Hij overweegt in hoofdzaak : “De nieuwe wapenwet van 8 juni 2006 beoogt onder andere het beschermen van de samenleving en het verminderen van ongelukken. Uit volgende processen-verbaal blijkt dat u meerdere malen in aanraking bent gekomen met de politie: - aanvankelijk pv met nummer KO.36.L1.013079/2007 opgesteld door de politiezone Vlas op 24/07/2007 betreffende onwettig bezit van verboden wapens; - aanvankelijk pv met nummer KO.45.L1.12913/07 opgesteld door de politiezone Vlas op 22/07/2007 betreffende:
- a)onrechtstreekse mondelinge bedreiging, zonder bevel of voorwaarde, uitgezonderd bedreigingen met een aanslag;
- b)belaging-Stalking (psychisch);
- c)familiale twist, onenigheid; XII-5615-3/8 - navolgend pv met nummer 012914/07 opgesteld door de politiezone Vlas op 22/07/2007 betreffende:
- a)onrechtstreekse mondelinge bedreiging, zonder bevel of voorwaarde, uitgezonderd bedreigingen met een aanslag;
- b)belaging-Stalking (psychisch);
- c)familiale twist, onenigheid; - navolgend pv met nummer 012916/07 opgesteld door de politiezone Vlas op 22/07/2007 betreffende:
- a)onrechtstreekse mondelinge bedreiging, zonder bevel of voorwaarde, uitgezonderd bedreigingen met een aanslag;
- b)belaging-Stalking (psychisch);
- c)familiale twist, onenigheid; - navolgend pv met nummer 012927/07 opgesteld door de politiezone Vlas op 22/07/2007 betreffende:
- a)onrechtstreekse mondelinge bedreiging, zonder bevel of voorwaarde, uitgezonderd bedreigingen met een aanslag;
- b)belaging-Stalking (psychisch);
- c)familiale twist, onenigheid; - navolgend pv met nummer 013099/07 opgesteld door de politiezone Vlas op 24/07/2007 betreffende:
- a)onrechtstreekse mondelinge bedreiging, zonder bevel of voorwaarde, uitgezonderd bedreigingen met een aanslag;
- b)belaging-Stalking (psychisch);
- c)familiale twist, onenigheid; - navolgend pv met nummer 016480/07 opgesteld door de politiezone Vlas op 22/09/2007 betreffende:
- a)onrechtstreekse mondelinge bedreiging, zonder bevel of voorwaarde, uitgezonderd bedreigingen met een aanslag;
- b)belaging-Stalking (psychisch);
- c)familiale twist, onenigheid; - navolgend pv met nummer 021052/07 opgesteld door de politiezone Vlas op 02/12/2007 betreffende:
- a)onrechtstreekse mondelinge bedreiging, zonder bevel of voorwaarde, uitgezonderd bedreigingen met een aanslag,
- b)belaging-stalking (psychisch); - navolgend pv met nummer 007063/08 opgesteld door de politiezone Vlas op 16/04/2008 betreffende:
- a)onrechtstreekse mondelinge bedreiging, zonder bevel of voorwaarde, uitgezonderd bedreigingen met een aanslag;
- b)belaging-Stalking (psychisch);
- c)familiale twist, onenigheid. Het betreft hier feiten waar u weliswaar niet voor werd veroordeeld, maar die u zelf gedeeltelijk heeft bekend in uw verklaringen. Op basis van al deze elementen kan worden besloten dat uw persoonlijkheid een gevaar kan doen ontstaan voor uzelf, voor anderen en voor de openbare orde en veiligheid. Proces-verbaal met nummer KO.36.L1.013079/2007 werd opgemaakt naar aanleiding van een inbreuk gepleegd op de wapenwetgeving. Het is precies dergelijke ingesteldheid die een gevaar voor de openbare orde en veiligheid betekent. Men zou op zijn minst kunnen stellen dat u niet zorgvuldig met wapens omgaat. Onverantwoord en onzorgvuldig gedrag is absoluut onverenigbaar met wapenbezit. Het door u vertoonde gedrag in de hierboven vermelde processen-verbaal is niet in overeenstemming met de hieronder vermelde regelgeving. Artikel 83 van de aanvullende overeenkomst bij het akkoord van Schengen (door België ondertekend op 19 juni 1990) bepaalt dat een vergunning tot het XII-5615-4/8 voorhanden hebben van een vuurwapen slechts kan worden uitgereikt indien betrokkene niet wegens een strafbaar feit is veroordeeld of op grond van andere aanwijzingen niet kan worden verondersteld dat hij een gevaar betekent voor de openbare orde of veiligheid. De gecoördineerde omzendbrief van de minister van Justitie van 30 oktober 1995 betreffende de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake wapens, die nog steeds van toepassing is voor zover ze niet in strijd is met bepalingen van de nieuwe wapenwet, stelt dat redenen die aanleiding kunnen geven tot de weigering om een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen toe te kennen, ook kunnen worden ingeroepen tot staving van een beslissing tot intrekking van de vergunning. De persoonlijkheid van de aanvrager van een vergunning kan aanleiding geven tot dergelijke weigering. Zo is het ondenkbaar een dat een vergunning wordt uitgereikt aan een persoon die geconfronteerd wordt met sterke echtelijke conflicten, of die zich regelmatig in dronken toestand bevindt. Ten slotte kan ook nog verwezen worden naar art. 5 van de richtlijn 91/477/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende het toezicht op de aankoop en het voorhanden hebben van wapens: het voorhanden hebben van vuurwapens moet voorbehouden zijn aan personen die geen gevaar doen ontstaan, noch voor zichzelf, noch voor de openbare orde of veiligheid. Gezien de hierboven toegelichte processen-verbaal kunnen wij besluiten dat uw gedrag niet de vereiste waarborgen biedt conform de vigerende wapenregelgeving, daar er voldoende ernstige en concrete redenen zijn die aantonen dat het voorhanden hebben van een vuurwapen als nadelig en gevaarlijk voor de openbare orde en veiligheid aanzien dient te worden. U kunt niet genieten van het noodzakelijk vertrouwen dat moet kunnen gesteld worden in een wapenbezitter. Aangezien u verder geen nieuwe elementen of feiten heeft toegevoegd, wordt de hernieuwing van uw vergunningen en de weigering tot het voorhanden hebben van de in punt ‘3 over de zaak ten gronde’ vermelde vuurwapens en munitie bevestigd”. Het beroep tot nietigverklaring Eerste middel 2. Verzoeker voert in een eerste middel aan dat de administratieve inbeslagname van zijn wapens op grond van artikel 28, § 2, van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (hierna: de wapenwet) onrechtmatig was omdat in het bericht van inbeslagname enkel werd verwezen naar twee processen-verbaal, zonder vermelding van concrete aanwijzingen dat er gevaar is voor de openbare orde of voor de fysieke integriteit van personen. 3. Het besluit tot administratieve inbeslagname van de wapens van verzoeker, op grond van artikel 28, § 2, van de wapenwet, staat los van de bestreden beslissing. Overeenkomstig de artikelen 11, § 1, tweede lid, -voor vergunnings- plichtige wapens- en 13, eerste lid, -voor sport- en jachtwapens- kan de vergunning XII-5615-5/8 of het recht om het wapen voorhanden te hebben worden ingetrokken, zonder dat de wapens vooraf in beslag moeten zijn genomen. De eventuele onwettigheid van de inbeslagname tast niet uit zichzelf de bestreden beslissing aan en kan dan ook niet tot haar nietigverklaring leiden. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel 4. Een tweede middel is afgeleid uit de schending van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van het “algemene rechtsbeginsel houdende formele en matriële motivering van bestuurshandelingen”. Verzoeker betoogt vooreerst dat de inbeslagname van de wapens niet uitdrukkelijk gemotiveerd was. Voorts betoogt hij dat de beslissing van 4 september 2008 gebaseerd is op vermoedens aangezien een aantal feiten niet geverifieerd werden of onjuist zijn, dat de gouverneur deels het advies van de procureur des Konings overnam, dat dit advies echter gestoeld was op vermoedens en op een verkeerde voorstelling van de feiten, dat het parket geen nieuw advies gaf na de nieuwe verklaring van 22 september 2007 van zijn echtgenote. Tevens zet verzoeker uiteen dat in de bestreden beslissing wordt gesteld dat hij meerdere malen in aanraking kwam met de politie, terwijl de opeenvolgende processen-verbaal enkel betrekking hebben op diverse verhoren naar aanleiding van de huiselijke twist eind juli 2007 en de daaropvolgende administratieve inbeslagname, dat het geenszins gaat om los van elkaar staande feiten of gedragingen die over een langere periode hebben plaatsgevonden, dat het gratuit is om te beweren dat hij een gevaar zou opleveren voor de openbare orde, dat, als dat zo was, de procureur des Konings nooit zou hebben beslist dat de voorlopig in bewaring genomen wapens mochten worden teruggegeven. Naar verzoeker ten slotte nog doet gelden, gaat de aangevochten beslissing voorbij aan relevante feiten, zoals het feit dat zijn echtgenote verklaard XII-5615-6/8 heeft dat de feiten overroepen zijn en dat er zich nooit eerder dergelijke feiten hebben voorgedaan, en kunnen de aangehaalde feiten niet als grondslag dienen voor het vermoeden dat hij een gevaar voor de openbare orde zou zijn. 5. In zoverre het middel de administratieve inbeslagname van verzoekers wapens viseert, is het niet ontvankelijk om de hiervoor, bij de bespreking van het eerste middel, vermelde reden. 6. Bij haar eerste verhoor op 22 juli 2007 verklaarde verzoekers echtgenote, Nancy Houtekier, aan de lokale politie dat zij door verzoeker “al meermaals bedreigd en verwond” werd, maar daarvan geen aangifte had gedaan. Zij verklaarde eveneens dat hij al eens gedreigd had zelfmoord te plegen (PV nr. KO.45.L1.012913/2007 dd. 22/07/2007). Op 22 september 2007 legde Nancy Houtekier een nieuwe verklaring af waarin zij meedeelt in haar eerste verklaring “meer [te hebben] gezegd dan er moest gezegd worden”. Zij stelt nu die verklaringen te willen intrekken omdat zij ze had afgelegd in een kwade bui en het “allemaal overroepen” was (navolgend PV nr. 016480/07 dd. 22/09/2007). Wat er van die tegenstrijdige verklaringen ook weze, ze vermogen niet afbreuk te doen aan de andere vaststellingen die naar aanleiding van het incident op 22 juli 2007 zijn gedaan. Uit de processen-verbaal die in de bestreden beslissing worden vermeld, blijkt dat verzoeker op 22 juli 2007 tijdens een echtelijke ruzie in dronken toestand zijn revolver en een kogel heeft bovengehaald. Hij verklaarde de bedoeling te hebben om zich van het leven te beroven. Volgens zijn verklaringen, in een brief van 1 oktober 2007, zou stress in verband met het werk vlak voor de vakantieperiode tot die feiten hebben geleid. Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker in het bezit was van een verboden wapen, namelijk een vuurwapen met geluiddemper. Op grond van deze vaststaande en relevante gegevens betreffende verzoekers gedrag heeft de minister van Justitie rechtmatig -binnen de wettigheidsgrenzen van de hem toekomende ruime beoordelingsbevoegdheid- kunnen oordelen dat het wapenbezit van verzoeker als een gevaar te aanzien is voor de openbare orde en veiligheid en dat er reden is hem het bezit van een vuurwapen te ontzeggen. De omstandigheid dat de processen-verbaal die in de beslissing worden opgesomd “allemaal betrekking hebben op hetzelfde feit” doet daar geen afbreuk aan. XII-5615-7/8 Het middel is ongegrond in zoverre het de bestreden beslissing verwijt onvoldoende gemotiveerd te zijn. Het moet bijgevolg in zijn geheel verworpen worden. De vordering tot schorsing 7. De hierna uit te spreken verwerping van het beroep tot nietigverklaring brengt de verwerping mee van de accessoire vordering tot schorsing. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig januari 2009, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5615-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.791 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div