← België

Arrest 189795 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 27/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.795 Rolnummer: A. 190168/XII-5650 Zaak: Arrest 189795 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 27/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-04 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 15:16 Fiche Arrest nr 189.795 van 27 januari 2009 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Afstand Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.795 van 27 januari 2009 in de zaak A. 190.168/XII-

  1. In zake : Martine DE REU, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. De Ganck, kantoor houdende te Gent, Koning Leopold II-laan 95 tegen : de UNIVERSITEIT GENT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-
  2. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Martine De Reu op 30 oktober 2008 heeft ingediend om de schorsing en de nietigverklaring te vorderen van : - “de ‘aangepaste functieomschrijving & afsprakennota’ die aan de verzoekster op 18 juni 2008 werd overhandigd en bij beslissing van 11 september 2008 door de Directeur Onderzoeksaangelegenheden van de universiteit Gent als een interne dienstaangelegenheid wordt aangemerkt, doch waarbij haar functie als ‘conservator voor de museale afdelingen bij de Centrale Bibliotheek’ waarin zij voltijds werd benoemd wordt gewijzigd in die mate dat er sprake is van een degradatie, hetgeen als een ‘verdoken tuchtsanctie’ dient te worden aangemerkt [...], -[...] deze beslissing van 11 september 2008 van de Directeur Onderzoeksaangelegenheden van de universiteit Gent [...], - [...] de beslissing van 11 september 2008 van de Directeur Personeel en Organisatie van de verwerende partij waarbij het beroep dat door verzoekster op 2 juli 2008 bij de Raad van beroep ten behoeve van het administratief en technisch personeel van de Universiteit Gent aanhangig werd gemaakt niet wordt erkend als een tuchtprocedure [...], - [...] de bevestiging van de eenzijdige beslissing tot functiewijziging welke aan de verzoekster op 29 september 2008 werd overgemaakt waarbij haar functie als ‘conservator voor de museale afdelingen bij de Centrale Bibliotheek’ waarin zij voltijds werd benoemd wordt gewijzigd in die mate dat er sprake is van een degradatie, hetgeen als een ‘verdoken tuchtsanctie’ dient te worden aangemerkt [...]”. Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; XII-5650-1/3 Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en over de vordering tot schorsing, opgesteld door adjunct-auditeur J. Neuts; Gelet op de beschikking van 15 december 2008, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 januari 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. C. Vandermeulen, die loco advocaat Chr. De Ganck verschijnt voor verzoekster, en van advocaat P. Devers, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur J. Neuts bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur-generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Op de terechtzitting legt verwerende partij een stuk neer waaruit blijkt dat zij de eerste en de vierde bestreden beslissing heeft ingetrokken, zodat het beroep in zoverre zonder voorwerp wordt en “doelloos” in de zin van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verzoekende partij harerzijds verklaart in die omstandigheden afstand te kunnen doen van het beroep, in zoverre het is gericht tegen de tweede en derde bestreden beslissing. XII-5650-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  3. De gedeeltelijke afstand van het beroep wordt vastgesteld. Artikel
  4. Het beroep tot nietigverklaring wordt voor het overige verworpen. Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig januari 2009, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5650-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.795 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.