← België

Arrest 189846 - Overheidsopdrachten - 27/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.846 Rolnummer: A. 190344/XII-5665 Zaak: Arrest 189846 - Overheidsopdrachten - 27/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-04 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 15:29 Fiche Arrest nr 189.846 van 27 januari 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.846 van 27 januari 2009 in de zaak A. 190.344/XII-

  1. In zake :
  2. Guido DUPONT,
  3. Jan DE MEUTER,
  4. de CVBA DE MEUTER & CORSTJENS, die woonplaats kiezen bij advocaten D. D’Hooghe en L. De Vuyst, kantoor houdende te 1000 Brussel, Loksumstraat 25 tegen : de NATIONALE KAMER VAN GERECHTSDEURWAARDERS (NGKW), die woonplaats kiest bij advocaten P. Engels en W. Slosse, kantoor houdende te Antwerpen, Brusselstraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Guido Dupont, Jan De Meuter en de CVBA De Meuter & Corstjens op 13 november 2008 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van “de beslissing van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van ongekende datum houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder een centraliserende gerechtsdeurwaarder wordt aangeduid in het kader van de operatie van de centralisatie van de invordering voor de Vlaamse Belastingsdienst”; Gezien de nota 's van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur I. Vos; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-5665-1/7 Gelet op de beschikking van 29 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 januari 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. D'Hooghe, die verschijnt voor verzoekers, en van advocaten W. Slosse en F. Geens, die verschijnen voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur I. Vos bij beslissing van 4 januari 2008 van de auditeur-generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  6. Volgens hun inleidend verzoekschrift zijn de eerste en tweede verzoekende partij gerechtsdeurwaarder met kantoor op de Amerikalei 122 te Antwerpen. Zij maken deel uit van een groep van 8 gerechtsdeurwaarders, die een gezamenlijk kantoor en een gezamenlijke administratie houden. Enkele van deze gerechtsdeurwaarders zijn bovendien verenigd in een eigen gezamenlijke vennootschap, met name de derde verzoekende partij.
  7. Blijkens een brief van 8 augustus 2008 van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, te dezen verwerende partij, besliste de Vlaamse regering op 18 juli 2008 om machtiging te verlenen aan de Vlaamse minister van Financiën en Begroting om een protocol te sluiten met de Nationale Kamer van Gerechts- deurwaarders, met het oog op samenwerking inzake de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
  8. In dit protocol wordt een samenwerkingsverband opgezet, waarbij het intern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Belastingsdienst zonder rechts- persoonlijkheid (Vlabel) opdrachten inzake invorderingen toevertrouwt aan de Nationale Kamer, die op haar beurt per globaal pakket, deze opdrachten zelf XII-5665-2/7 toevertrouwt aan één of meer centraliserende gerechtsdeurwaarders, die op hun beurt deelopdrachten aan participerende gerechtsdeurwaarders kunnen doorgeven. In het protocol wordt de Nationale Kamer van Gerechts- deurwaarders door de bevoegde minister ermee belast om de gerechtsdeurwaarders aan te stellen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de centraliserende gerechtsdeurwaarder, de participerende gerechtsdeurwaarder en de instrumenterend gerechtsdeurwaarder. De centraliserende gerechtsdeurwaarder is de gerechts- deurwaarder die wordt aangesteld om de invorderingstaken voorzien in het protocol uit te voeren en deze vanuit een centraal punt te beheren ten overstaan van Vlabel. De participerende gerechtsdeurwaarder is de lokale gerechtsdeurwaarder die, na eveneens door de Nationale Kamer te zijn aangesteld, door de centraliserende gerechtsdeurwaarder bepaalde opdrachten toebedeeld krijgt. De instrumenterend gerechtsdeurwaarder is de gerechtsdeurwaarder die concreet optreedt voor rekening van Vlabel in een invorderingsdossier, en die ook door de Nationale Kamer wordt aangesteld. Inzake de keuze van de centraliserende gerechtsdeurwaarder bevat het protocol de volgende voorwaarden : “De Nationale Kamer dient er zich bij de keuze van de centraliserende gerechtsdeurwaarder van te vergewissen en er zich van te laten verzekeren dat deze laatste over alle technische en financiële middelen beschikt om dergelijke centralisatie te verzorgen. Van een centraliserende gerechtsdeurwaarder wordt vereist dat de nodige hard- en software minimaal beantwoorden aan de voorwaarden van de Nationale Kamer, en dat daarvoor een permanent onderhoud is verzekerd. Bovendien moet de centraliserende gerechts-deurwaarder bereid zijn zich steeds soepel op te stellen naar elke mogelijke en geoorloofde aanpassing aan soft- en / of hardware in de toekomst. Evenmin mag de Nationale Kamer een centraliserende gerechtsdeurwaarder aanduiden die binnen zijn functie, in dispuut of proces ligt met de Vlaamse overheid, Vlabel, op het moment van het aangaan van deze samenwerkingsovereenkomst.”
  9. Bij brief van 8 augustus 2008 deelt projectmanager Patrick Van Buggenhout namens de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, voormeld protocol tussen de bevoegde minister, optredend voor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest en de Nationale Kamer mee aan alle gerechtsdeurwaarders. Tevens deelt hij hun mee dat zij zich kandidaat kunnen stellen om als instrumenterend gerechtsdeurwaarder te fungeren of om als centraliserende gerechtsdeurwaarder te worden aangesteld. Voor wat betreft de aanstelling van de centraliserende gerechtsdeurwaarder wordt aangekondigd dat het “lasten-boek”(hierna : bestek) bij de Nationale Kamer kan worden opgevraagd vanaf 20 augustus 2008 aangezien de XII-5665-3/7 definitieve redactie pas tegen dan, in overleg met Vlabel, zal kunnen worden gefinaliseerd.
  10. Bij e-mail van 25 augustus 2008 stellen de gerechtsdeurwaarders van het kantoor van verzoekende partijen zich kandidaat om als instrumenterend gerechtsdeurwaarder op te treden. Tevens wordt meegedeeld dat de kandidatuur- stelling geldt onverminderd het recht om zich ook voor de opdracht van centraliserende gerechtsdeurwaarder kandidaat te stellen en gebeurt onder alle voorbehoud aangaande de geldigheid van de gunningsprocedure en zonder enige nadelige erkentenis.
  11. Uiteindelijk wordt het bestek voor de aanstelling van een centraliserende gerechtsdeurwaarder pas meegedeeld aan de gerechtsdeurwaarders per e-mails van 22 en 23 oktober
  12. In het bestek wordt vermeld dat de inschrijvers om in aanmerking te komen als centraliserende gerechtsdeurwaarder onder meer aan de volgende voorwaarde moeten voldoen : “- de inschrijver ligt op het moment van zijn kandidatuur, binnen zijn functie, niet in dispuut of proces met de Vlaamse overheid, Vlabel. Deze uitsluiting strekt zich ook uit tot het kantoor waartoe de betrokken gerechtsdeurwaarder behoort en waarmee hij één enkele administratie voert.” De rechtspleging
  13. Verwerende partij zendt, bij brief van 8 december 2008 en dus buiten de - in artikel 11 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State - voor de nota gestelde termijn van vijftien dagen na kennisgeving van het verzoekschrift op 19 november 2008, een aangepaste nota aan de Raad van State. Deze nota wordt bij toepassing van het voormelde artikel 11 uit de debatten geweerd omdat deze te laat is ingediend. De excepties
  14. Verwerende partij werpt in haar nota twee excepties op betreffende de ontvankelijkheid van de vordering. XII-5665-4/7 Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over die excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak daarover zouden slechts noodzakelijk zijn indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing zijn vervuld wat, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is. De grondvoorwaarden voor de schorsing
  15. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  16. Wat de tweede voorwaarde betreft stellen verzoekende partijen in essentie dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijden aangezien het bestreden bestek tot gevolg zou hebben dat zij geen kans krijgen tot deelname aan de mededinging met het oog op het bekomen van de opdracht inzake de centralisatie van de invordering van fiscale en niet-fiscale schulden en zij aldus een belangrijke overheidsopdracht, zowel wat de financiële waarde als de referentiewaarde ervan betreft, dreigen te verliezen.
  17. Het lijkt niet van grond ontbloot in hoofde van verzoekende partijen om op grond van de algemene bewoordingen van de voornoemde uitsluitingsgrond voor inschrijvers die in “dispuut of proces” liggen met de Vlaamse overheid, ervan uit te gaan dat voormelde uitsluitingsgrond op hen van toepassing zou kunnen zijn. Derde verzoekende partij blijkt immers een annulatieberoep te hebben ingesteld bij de Raad van State tegen de beslissing van de Vlaamse Gemeenschap houdende de toewijzing van de opdracht inzake de “gedwongen invordering bijdragen zorgverzekering” aan het gerechtsdeurwaarderkantoor Brackeva (G/A. 184.097/XII-5141), evenals de verwerende partij, de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest te hebben gedagvaard voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, en ten gronde voor diezelfde rechtbank, in verband met genoemd protocol. XII-5665-5/7 In haar nota stelt verwerende partij evenwel formeel (blz. 29) dat verzoekende partijen geenszins worden geviseerd door deze uitsluitingsgrond, doch dat deze enkel geldt voor gerechtsdeurwaarders die zich in het verleden schuldig hebben gemaakt aan onregelmatigheden bij het beheer van dossiers van de Vlaamse Gemeenschap en tegen wie nog een onderzoek of procedure wordt gevoerd in recuperatie van deze gelden. In die zin zou de bepaling volgens verwerende partij niets anders zijn dan de toepassing van artikel 69, § 2, 4/, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, overeenkomstig welke bepaling de dienstverlener die bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan, kan worden uitgesloten. Voorts bevestigt verwerende partij in haar nota (blz. 30) nadrukkelijk dat de uitsluitingsgrond niet zal worden gebruikt ten aanzien van verzoekende partijen om hun kandidatuur uit te sluiten of om hun kandidaatstelling onontvankelijk te maken. In de gegeven omstandigheden, meer bepaald in het licht van de door verwerende partij bevestigde interpretatie van de uitsluitingsgrond in de zin dat deze niet van toepassing is op verzoekende partijen, is aldus niet aangetoond dat zij wegens de bestreden beslissing geen kans meer zouden hebben om als centraliserende gerechtsdeurwaarder te worden aangewezen. Aldus is niet aangetoond dat verzoekende partijen door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing het rechtens vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen ondergaan. Dienvolgens is niet voldaan aan de tweede van de door artikel 17 gestelde voorwaarden. Die vaststelling volstaat om de gevraagde schorsing af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  18. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  19. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5665-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig januari 2009, door : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-5665-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.846 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.969 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.