id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.848 Rolnummer: A. 106333/X-10402 Zaak: Arrest 189848 - Plannen van aanleg - 27/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-06 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 15:30 Fiche Arrest nr 189.848 van 27 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.848 van 27 januari 2009 in de zaak A. 106.333/X-10.
- In zake :
- de v.z.w. ZUSTERS KINDSHEID JESU,
- Magdalena DE PAUW, die woonplaats kiezen bij advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- tussenkomende partij : de gemeente ASSENEDE. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. ZUSTERS KINDSHEID JESU en Magdalena DE PAUW op 26 juni 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 3 april 2001 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende goedkeuring van het plan tot wijziging van het bijzonder plan van aanleg nr. 2 “Markt” genaamd, van de gemeente Assenede, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 april 2001; Gelet op het arrest nr. 101.508 van 5 december 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 7 februari 2002 ingediend door de v.z.w. ZUSTERS KINDSHEID JESU en Magdalena DE PAUW; X-10.402-1/9 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 13 maart 2002 ingediend door de gemeente ASSENEDE; Gelet op de beschikking van 21 maart 2002 die de tussenkomst van de gemeente ASSENEDE toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 5 november 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 21 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. VAN NIEUWENHOVE; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. THYSSEN, die loco advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat E. VAN BOGAERT, die loco advocaat P. LACHAERT verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Feiten 1.
- De eerste verzoekende partij baat aan de Leegstraat te Assenede het woon- en zorgcentrum Sint-Jozef uit, dat erkend is voor 140 rusthuis- X-10.402-2/9 woongelegenheden voor zwaar zorgbehoevende en/of dementerende bejaarden. Het bestaat verder uit 16 serviceflats, 3 kortverblijf-woongelegenheden en een dagverzorgingscentrum met een erkenning voor 15 gasten. De tweede verzoekster woont sinds 14 november 1994 in het woon- en zorgcentrum Sint-Jozef. Het woon- en zorgcentrum is volgens de bepalingen van het op 14 september 1977 vastgestelde gewestplan Gentse en Kanaalzone gelegen in woongebied. Het is niet gelegen binnen het beheersingsgebied van het bij het koninklijk besluit van 22 april 1954 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg nr. 2 “Markt” van de gemeente Assenede. 1.
- Op 19 oktober 1992 machtigt de Vlaamse minister bevoegd voor Ruimtelijke Ordening de tussenkomende partij om het bijzonder plan van aanleg “Markt” te herzien. Met de voorgenomen herziening, die neerkomt op een uitbreiding, wil de gemeente Assenede een aantal problemen oplossen of voorzieningen treffen voor gebieden die net buiten het bestaande beheersingsgebied van het bijzonder plan van aanleg zijn gelegen. In de toelichtingsnota bij het voorstel tot wijziging worden de volgende problemen vermeld: “- De gemeentelijke diensten zijn nu eng behuisd en ondergebracht in verschillende gebouwen. Men wenst deze diensten te centraliseren in een nieuw ‘gemeentehuis’. Het vrij grote parkachtige terrein in de Kasteelstraat werd hiervoor geschikt bevonden. De bestemming ‘openbaar nut’ dient hiertoe wel te worden vastgelegd evenals de mogelijkheden voor het gemeentebestuur tot onteigening. - Op de hoek van de Kloosterstraat en de Stadhuisstraat, waar nu enkele braakliggende terreinen en woningen in minder goede staat aanwezig zijn, wenst het gemeentebestuur na ‘sanering’ van de plek, over te gaan tot de inrichting van onder meer een containerpark. Hier geldt dezelfde opmerking als in het laatste deel van vorige paragraaf. - Het dorpscentrum heeft te lijden van verkeerscongestie op bepaalde tijdstippen evenals van verkeers- en parkeerhinder. Om het doorgaand verkeer door het centrum te weren, wordt er geopteerd om via een verbrede Kriekerijstraat het verkeer rechtstreeks naar de Leegstraat te leiden (= richting Boekhoute en Bassevelde) en niet meer via de Markt. Het vastleggen van deze nieuwe rooilijn en het voorzien van de nodige onteigeningen noodzaakt eveneens een herziening en uitbreiding van het BPA. - In het huidige BPA liggen bouwhoogtes, inplantingen van hoofd- en bijgebouwen, bouwdieptes e.d.m. strikt vast wat bij het verlenen van een aantal bouwvergunningen geleid heeft tot problemen en het veelvuldig toepassen van afwijkingen noodzaakt. Ook naar de toekomst toe houdt dit BPA een aantal mogelijk maar niettemin oplosbare problemen in zich. - Het huidige BPA voorziet op vele plaatsen het verbreden van de bestaande rooilijnen waarbij het typische dorpskarakter fundamenteel wordt aangetast. Vandaag streeft men het ‘opentrekken’ van de X-10.402-3/9 dorpskern niet meer na ten koste van dit typische dorpskarakter en men wenst aldus de huidige bestaande smalle rooilijnen te behouden”. In dezelfde toelichtingsnota wordt met betrekking tot het onteigeningsplan nog het volgende vermeld: “In het bestemmingsplan worden een aantal stedebouwkundige opties genomen die, om gerealiseerd te kunnen worden, het bijvoegen van een onteigeningsplan vereisen. Het betreft hier in eerste instantie het perceel waarop het gemeentebestuur het nieuwe gemeentehuis wenst op te richten. Daarnaast wordt ook de plaats waar eventueel het containerpark wordt voorzien, in het onteigeningsplan opgenomen. Tenslotte maakt de voorziene verbreding van de Kriekerijstraat het verwerven van een aantal woningen noodzakelijk zodat ook deze in het onteigeningsplan worden opgenomen. Ook al zijn de noodzakelijke verwervingen misschien mogelijk zonder onteigening, toch is dit onteigeningsplan een must. Zolang de gemeente de bedoelde gronden of gebouwen niet heeft verworven is dit onteigeningsplan een belangrijk instrument in handen van het gemeentebestuur om de realisatie van de voorzieningen van openbaar nut te kunnen ‘doordrukken’. Bovendien geeft het de gemeente de mogelijkheid om financieel de zaak te plannen over een termijn van min. 10 jaar wat in het geval van toch vrij zware investeringen meer financiële ‘ademruimte’ moet geven aan de gemeente”. 1.
- Op 7 december 1995 beslist de gemeenteraad van de gemeente Assenede tot de voorlopige aanneming van de wijziging van het bijzonder plan van aanleg nr. 2 “Markt”. 1.
- Tussen 28 mei 1996 en 27 juni 1996 wordt een openbaar onderzoek georganiseerd gedurende hetwelk acht bezwaarschriften worden ingediend. De verzoekende partijen dienden geen bezwaarschrift in. 1.
- Op 4 juli 1996 behandelt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Assenede de ingediende bezwaarschriften. 1.
- Eerst op 29 april 1999 beslist de gemeenteraad van de gemeente Assenede tot de definitieve aanneming van de wijziging van het bijzonder plan van aanleg nr. 2 “Markt”. 1.
- Op 2 september 1999 geeft de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een gunstig advies “zonder de bijkomende wijzigingen vermeld in de definitieve aanvaarding”. X-10.402-4/9 1.
- Op 22 december 1999 vraagt de gemeenteraad van de gemeente Assenede om uitstel voor het nemen van een ministerieel besluit met betrekking tot het te wijzigen bijzonder plan van aanleg, gelet op het nieuwe decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. 1.
- Op 3 februari 2000 adviseert de afdeling Ruimtelijke Planning van AROHM “dat het toch aangewezen is de minister voor te stellen de wijziging van het BPA pas goed te keuren nadat een actualisatie aan de huidige verwachtingen en noden is gebeurd”. 1.
- Op 8 juni 2000 bevestigt de gemeenteraad van Assenede de definitieve aanneming van de wijziging van het bijzonder plan van aanleg, met weglating van een aantal percelen. 1.
- Op 3 april 2001 beslist de minister bevoegd voor Ruimtelijke Ordening tot de goedkeuring van het wijzigingsplan van het bijzonder plan van aanleg nr. 2 “Markt”, van de gemeente Assenede. Het besluit is gemotiveerd als volgt : “Overwegende dat het plangebied gelegen is in het centrum van de gemeente; Overwegende dat uit de gegevens van het dossier blijkt dat de voornaamste opties zijn: het bouwen van een nieuw gemeentehuis en het realiseren van een alternatief voor het doorgaand verkeer zodat centraal het bestaande smalle stratenpatroon behouden kan blijven; dat deze opties van lokaal belang zijn en vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaard kunnen worden; Overwegende dat bij de definitieve vaststelling van het plan de gemeenteraad twee wijzigingen heeft voorgesteld; dat dit qua procedure niet in orde is; dat dit euvel kan hersteld worden door uitsluiting van goedkeuring van een beperkt deel van het bestemmingsplan en van de stedenbouwkundige voorschriften zodat enkel beslist wordt over het effectief definitief aanvaarde plan; dat deze uitsluitingen geen afbreuk doen aan de samenhang van het plan; Overwegende dat de ingediende bezwaarschriften op één na behoorlijk gemotiveerd verworpen werden; dat de aanvaarding van het bezwaarschrift van Monumenten en Landschappen aanleiding geeft tot één van de hierboven aangehaalde uitsluitingen; Overwegende dat bij het dossier een onteigeningsplan is gevoegd tot realisatie van de voornaamste opties van het plan; dat dit plan geen aanleiding geeft tot opmerkingen”.
- Ontvankelijkheid 2.1.
- De tussenkomende partij werpt op dat het beroep tot nietigverklaring laattijdig werd ingesteld, nu het bestreden besluit werd X-10.402-5/9 bekendgemaakt op 24 april 2001 en het verzoekschrift pas werd ontvangen op 27 juni
- 2.1.
- Het bestreden besluit werd bekendgemaakt op 24 april
- De vervaldag van de termijn voor het instellen van een beroep tot nietigverklaring is bijgevolg 23 juni 2001, maar omdat die dag een zaterdag was, is de vervaldag de eerstvolgende werkdag, zijnde maandag 26 juni
- Aangezien het verzoekschrift volgens de poststempel op 26 juni 2001 werd afgegeven op de post, is het beroep tijdig ingesteld. De exceptie is niet gegrond. 2.2.
- De tussenkomende partij stelt voorts dat de tweede verzoekster geen belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit, omdat zij een kamer betrekt aan de Leegstraat en niet aan de Kriekerijstraat en bijgevolg niet beschikt over het rechtens vereiste belang. 2.2.
- Aangezien de tweede verzoekster in het woon- en zorgcentrum Sint-Jozef woont en dat centrum binnen het gebied van het gewijzigde bijzonder plan van aanleg ligt, heeft zij het vereiste belang bij de vernietiging van het bestreden besluit. De exceptie is niet gegrond.
- Ten gronde 3.
- In het enige middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van artikel 16 van de Grondwet, van artikel 23, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het gecoördineerde decreet), van de materiële motiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Zij betogen in een eerste onderdeel dat het bestreden besluit noch het gemeenteraadsbesluit dat eraan voorafging, blijk geven van een zorgvuldig onderzoek en evenmin deugdelijk werden gemotiveerd. De beweerde verkeersonveiligheid op en rond het marktplein wordt niet aangetoond, de aanwezigheid van alternatieve verkeersontsluitingen werd niet voldoende onderzocht en de keuze voor de Kriekerijstraat als alternatieve doorgangsweg is gebaseerd op onvoldoende onderzoek. Het bestreden besluit bevat dienaangaande enkel stijlclausules, zodat een schending van de materiële motiveringsplicht en van het zorgvuldigheidsbeginsel vast staat. X-10.402-6/9 In een tweede onderdeel stellen de verzoekende partijen dat uit geen enkel objectief gegeven blijkt dat er een probleem van verkeersonveiligheid of verkeersoverlast zou bestaan in het centrum van Assenede. Door het afleiden van de verkeersstroom via de Kriekerijstraat en de Leegstraat zou het beweerde verkeersprobleem worden verplaatst naar de meest kwetsbare zone in het centrum van Assenede, gelet op de aanwezigheid van het woon- en zorgcentrum van de eerste verzoekende partij en van twee kleuter- en basisscholen. Bovendien is de Kriekerijstraat totaal ongeschikt om zelfs na de geplande verbreding als verbindingsweg te fungeren voor het doorgaande verkeer. Er ligt dan ook een schending voor van artikel 16 van de Grondwet, het evenredigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel. 3.
- In de toelichtingsnota bij het voorstel tot wijziging van het bijzonder plan van aanleg, gedateerd juni 1993, wordt onder meer het volgende vermeld: “Het dorpscentrum heeft te lijden van verkeers-congestie op bepaalde tijdstippen evenals van verkeers- en parkeerhinder. Om het doorgaand verkeer door het centrum te weren, wordt er geopteerd om via een verbrede Kriekerijstraat het verkeer rechtstreeks naar de Leegstraat te leiden (= richting Boekhoute en Bassevelde) en niet meer via de Markt. Het vastleggen van deze nieuwe rooilijn en het voorzien van de nodige onteigeningen noodzaakt eveneens een herziening en uitbreiding van het BPA”. In de nota wordt voorts vermeld dat de huidige smalle rooilijnbreedtes worden behouden omwille van het typische dorpskarakter. Een uitzondering wordt evenwel gemaakt voor de Kriekerijstraat, “die wordt verbreed zodat de hoofdverkeersstromen niet meer via het dorpsplein moeten”. Ten slotte wordt gesteld dat de geplande verbreding van de Kriekerijstraat het verwerven van een aantal woningen noodzakelijk maakt, zodat deze ook in het onteigeningsplan worden opgenomen. In het bestreden besluit van 3 april 2001 wordt overwogen dat de voornaamste opties zijn : “het bouwen van een nieuw gemeentehuis en het realiseren van een alternatief voor het doorgaand verkeer zodat centraal het bestaande smalle stratenpatroon behouden kan blijven”. Tevens wordt gesteld dat bij het dossier een onteigeningsplan is gevoegd “tot realisatie van de voornaamste opties van het plan”. 3.
- Uit deze gegevens kan worden opgemaakt dat, in tegenstelling tot wat de verzoekende partijen voorhouden, de verkeersonveiligheid op de markt wel degelijk wordt onderkend als een probleem dat door het bestreden besluit moet X-10.402-7/9 worden opgelost en dat de omleiding van het verkeer langs de Kriekerijstraat en de Leegstraat hieraan tegemoet moest komen. De vermeldingen dienaangaande in de toelichtingsnota en in de overwegingen van het bestreden besluit zijn weliswaar beknopt, maar de verzoekende partijen tonen niet aan dat ze gebaseerd zijn op feitelijk onjuiste gegevens. Voorts maken de verzoekende partijen ook niet aannemelijk dat er alternatieven bestaan voor de omleiding van het verkeer, zodat zij niet met goed gevolg kunnen aanvoeren dat die alternatieven ook uitdrukkelijk moesten worden onderzocht. De door de verzoekende partijen aangevoerde ongeschiktheid van de Kriekerijstraat om het doorgaande verkeer op te vangen, wordt door het bestreden besluit juist ondervangen door te voorzien in onteigeningen die deze straat voldoende breed en veilig moeten maken voor het verkeer. Daaruit blijkt ook dat de voorgenomen onteigeningen overeenkomstig artikel 16 van de Grondwet “ten algemenen nutte” zijn. De aanwezigheid van een woon- en zorgcentrum, alsook van twee kleuter- en basisscholen in de Kriekerijstraat en de Leegstraat vormt op zich geen gegeven dat in de motivering van het bestreden besluit of in de andere stukken van het dossier specifiek moet worden verantwoord in het licht van de gemaakte beleidskeuze. De materiële motiveringsplicht houdt immers niet in dat de overheid elk mogelijk nadeel van een bepaalde beleidskeuze moet weerleggen. Uit de door de verzoekende partijen aangebrachte en zo-even besproken argumenten kan evenmin worden besloten tot een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, nu niet blijkt dat de overheid bij haar beleidsafweging op een onzorgvuldige wijze zou zijn te werk gegaan of dat zij op een onredelijke wijze de voorrang zou hebben gegeven aan het algemeen belang ten opzichte van de particuliere belangen. 3.
- Het enige middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- X-10.402-8/9 De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 697,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig januari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-10.402-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.848 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.101.508 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div