id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.877 Rolnummer: A. 176427/VII-36483 Zaak: Arrest 189877 - Milieuvergunningen - 29/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-09 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-29 15:42 Fiche Arrest nr 189.877 van 29 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.877 van 29 januari 2009 in de zaak A. 176.427/VII-36.
- In zake : de NV CASABLANCA, die woonplaats kiest bij advocaten H. SEBREGHTS en F. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27 tegen : de deputatie van de provincie Antwerpen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV CASABLANCA op 4 september 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 8 juni 2006 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schilde van 10 februari 1989, waarbij aan de verzoekende partij de milieuvergunning wordt verleend voor de exploitatie van een skipiste met kunstsneeuw, gelegen aan de Wouwerstraat 15 te Schilde, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt geweigerd; Gelet op het arrest nr. 167.887 van 15 februari 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; VII-36.483-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 3 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. SEBREGHTS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van bestuurssecretaris M. MICHIELS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- De feitelijke gegevens betreffende de totstandkoming van het bestreden besluit zijn vermeld in het arrest nr. 167.887 van 15 februari 2007 waarbij uitspraak gedaan is over de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. 1.
- Blijkens de gegevens verstrekt door de verzoekende partij in haar laatste memorie is het dossier nadien geëvolueerd. Aldus : - heeft de deputatie van de provincie Antwerpen op 28 september 2006 een voorwaardelijk positief planologisch attest afgeleverd; - heeft de verzoekende partij, steunend op het nieuwe gegeven dat het natuurgebied waarin de inrichting volgens het bestaande gewestplan gelegen is omgevormd zal worden tot recreatiegebied, een nieuwe aanvraag voor een milieuvergunning ingediend; - heeft de deputatie van de provincie Antwerpen op 13 september 2007 de exploitatie van de huidige skipiste tijdelijk vergund, met name tot 31 december 2009, maar buurtbewoners zijn daartegen in beroep gegaan; VII-36.483-2/6 - heeft de verzoekende partij inmiddels ook een "definitieve aanvraag ingediend voor de bouw en exploitatie van de nieuwe skipiste die na afbraak van de bestaande zou worden gebouwd" en zijn de openbare onderzoeken dienaangaande gevoerd. 1.
- Bij brief van 16 april 2008 deelt de raadsman van de verzoekende partij aan de Raad van State mede dat de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur met een besluit van 7 april 2008 uitspraak gedaan heeft over de administratieve beroepen ingesteld tegen het besluit van 13 september 2007, waarbij de bestaande skipiste tijdelijk werd vergund. De beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen wordt bevestigd, met dien verstande dat er twee bijkomende voorwaarden opgelegd worden. Deze bijkomende voorwaarden wijzigen de essentie van de vergunning niet. 1.
- Bij brief van 8 september 2008 deelt de raadsman van de verzoekende partij aan de Raad van State mede dat de sub 1.3 vermelde vergun- ningsbeslissing van 7 april 2008 met een annulatieberoep bestreden is. Hij stelt dat, wegens dat beroep, de verzoekende partij "vanzelfsprekend nog belang (heeft)" bij het onderhavige beroep.
- De gegrondheid 2.
- Dienaangaande om nadere inlichtingen gevraagd, bevestigt de verzoekende partij haar belang. Zij verwijst naar de tegenspraak in de rechtspraak (het arrest nr. 159.568 van 2 juni 2006, waarin een "hypothetisch belang" aangeno- men zou zijn versus het arrest nr. 169.185 van 20 maart 2007 waarin zulks "tegengesproken" wordt) en voegt daaraan toe dat de vernietiging van de beslissing van 7 april 2008 zal betekenen dat zij "noch over (haar) basismilieuvergunning beschikt, noch over (haar) nieuwe milieuvergunning, waardoor de inrichting onmiddellijk in opdracht van Milieu-inspectie zal worden gesloten". Ter terechtzit- ting bevestigt de raadsman van de verzoekende partij dit standpunt. 2.
- Met de hier bestreden beslissing wordt de vergunningsaanvraag van de verzoekende partij geweigerd. De vernietiging van deze beslissing houdt niet in dat de verzoekende partij over de vergunning beschikt. Zij verplicht de verwerende partij enkel de vergunningsaanvraag te heroverwegen. De eventueel gunstige beslissing die daarop volgt, kan niet retroactief gelden. VII-36.483-3/6 2.
- In de loop van de procedure heeft de verzoekende partij een nieuwe vergunning aangevraagd voor dezelfde skipiste. De verzoekende partij betwist niet dat deze nieuwe aanvraag heeft geleid tot een nieuw onderzoek dat rekening gehouden heeft met de feitelijke en de juridische gegevens die zich op dat ogenblik aandienden. Zij betwist ook niet dat het onderzoek van de eerste aanvraag door dat nieuwe onderzoek voorbijgestreefd is en erin opgegaan is, en dat het bestuur op grond van al deze nieuwe gegevens een eindbeslissing genomen heeft. Deze gewijzigde omstandigheden hebben tot gevolg dat, in geval de beslissing van 7 april 2008 vernietigd wordt en ongeacht de vraag wie de nieuwe aanvraag veroorzaakt heeft of om welke redenen dat gebeurd is, de verwerende partij de zaak binnen de grenzen van de nieuwe aanvraag en het daarover gevoerde onderzoek zal moeten heroverwegen. Na de vernietiging van de hier bestreden weigeringsbeslissing zal het bestuur aldus enkel kunnen vaststellen dat het dossier inmiddels geëvolueerd is en dat de verzoekende partij de vergunning verkregen heeft. Met andere woorden, deze vernietiging kan niet meer leiden tot een voor de verzoekende partij gunstige beslissing. Er rest haar nog enkel het belang om de bestreden beslissing onwettig te horen verklaren, maar dat geldt een onrechtstreeks belang dat niet volstaat om een vernietiging te verantwoorden. 2.
- De verzoekende partij wijst erop dat de nieuwe vergunning die zij verkregen heeft, bij de Raad van State bestreden is. In geval van vernietiging heeft zij geen vergunning meer en zal haar inrichting door de Milieu-inspectie gesloten worden. De situatie waarin de verzoekende partij belandt na de vernieti- ging van haar vergunning verandert niet door de vernietiging van de hier bestreden weigeringsbeslissing : zij exploiteert nog steeds een niet-vergunde inrichting waarvan de vergunningsaanvraag heroverwogen moet worden. 2.
- De termijn waarvoor de vergunning verleend is, speelt geen enkele rol bij het onderzoek van de vraag of de verzoekende partij nog voordeel kan halen uit de vernietiging van de hier bestreden weigering. Immers, de beperkte geldigheid van de vergunning doet niets af aan de vaststelling dat na vernietiging de desbetreffende vergunningsaanvraag heroverwogen zal moeten worden en dat zulks niet meer mogelijk is op basis van een achterhaald dossier. VII-36.483-4/6 2.
- De verzoekende partij stelt dat de Raad van State reeds het bestaan van "hypothetisch belang" aanvaard heeft. Zij verwijst naar het arrest nr. 159.568 van 2 juni 2006 waarin een beroep onontvankelijk verklaard is omdat de verzoeken- de partij pas na de vernietiging van een wijziging aan een reglementaire bepaling beroep had ingesteld tegen het basisbesluit dat haar griefde. In het arrest nr. 169.185 van 20 maart 2007, waarin de vordering tot schorsing van een stedenbouwkundige vergunning onontvankelijk wordt verklaard omdat er een schorsend administratief beroep tegen ingesteld is, zou dat hypothetisch belang verworpen zijn. Er is te dezen geen sprake van een hypothetisch belang : de verwerende partij heeft na een nieuw onderzoek een nieuwe beslissing genomen. De vergunning is in de plaats gekomen van de bestreden weigering. Wordt de vergunning vernietigd, dan speelt de weigeringsbeslissing geen rol meer bij de heroverweging. Het belang van de verzoekende partij bij de vernietiging van de weigeringsbeslissing is onrechtstreeks geworden, niet hypothetisch. 2.
- De gegevens die de verzoekende partij voorlegt laten niet toe te besluiten dat zij thans nog een belang heeft bij het annulatieberoep. Het is niet langer ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-36.483-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig januari tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-36.483-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.877 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.887 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div