id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.878 Rolnummer: A. 123484/VII-27203 Zaak: Arrest 189878 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 29/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-10 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 15:42 Fiche Arrest nr 189.878 van 29 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.878 van 29 januari 2009 in de zaak A. 123.484/VII-27.
- In zake : Hugo VAN MOORSEL, die woonplaats kiest bij advocaat G. VAN DER STEICHEL, kantoor houdende te ANTWERPEN, Amerikalei 15 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hugo VAN MOORSEL op 4 juli 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 14 mei 2002 waarbij zijn erkenning als deskundige voor de discipline water, deeldomein oppervlaktewater wordt geweigerd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 29 januari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; VII-27.203-1/4 Gelet op de beschikking van 11 maart 2008 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, door één lid van de kamer wordt behandeld; Gelet op de beschikking van 3 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 december 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. PETERFREUND die, loco advocaat G. VAN DER STEICHEL verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P. VANDENDAEL die, loco advocaat J. NIJS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Verzoeker wordt in 1991 door het Vlaamse Gewest erkend als deskundige voor de discipline water. Deze erkenning geldt voor vijf jaar. Bij besluit van 21 juni 1996 wordt zij verlengd voor vijf jaar. 1.
- Op 14 april 2001 vraagt verzoeker, die intussen gepensioneerd is bij het studiebureau de NV S.W.K., aan de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw om zijn erkenning voor de laatste maal voor vijf jaar te verlengen voor de discipline water, deeldomein oppervlaktewater. 1.
- Zowel de afdeling Water als de cel MER van AMINAL brengen een advies uit. De afdeling Water merkt op dat verzoekers aanvraag niet volledig is, meer bepaald ontbreekt elk gegeven over opleiding, leeropdrachten, publicaties, rapporten, lezingen en onderzoek met betrekking tot de aangevraagde discipline en VII-27.203-2/4 wordt er nergens vermeld aan welke milieueffectenrapporten hij de laatste jaren zou hebben meegewerkt. Zij meent dat de aanvraag om die reden niet kan worden beoordeeld. De cel MER merkt op dat de door verzoeker opgestelde rapporten en studies waarnaar hij verwijst, beperkt zijn tot waterbouwkundige studies en dat hij nergens vermeldt dat hij ook als deskundige water aan milieueffectenrapporten zou hebben meegewerkt. Nader onderzoek wijst uit dat hij de laatste vijf jaren aan geen enkel milieueffectenrapport heeft meegewerkt. Hij blijkt niet te beschikken over gepaste computermodellen ten behoeve van de effectenvoorspelling, noch toegang te hebben tot databanken. Hij is daarvoor afhankelijk van derden. Evenmin beschrijft hij de methodes die hij bij effectenvoorspelling zal hanteren. 1.
- Op 14 mei 2002 beslist de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw op grond van deze adviezen verzoeker de gevraagde verlenging niet te verlenen. Dit is het bestreden besluit;
- Over de ontvankelijkheid 2.
- Overwegende dat het bevoegde lid van het auditoraat met een brief van 30 augustus 2006 aan verzoeker vraagt of hij nog over een actueel belang beschikt en of er zich sedert het bestreden besluit nog feiten of evoluties hebben voorgedaan die van belang kunnen zijn voor de verdere behandeling van de zaak; dat deze brief met een aangetekend schrijven met bewijs van ontvangst op 6 december 2006 aan verzoeker is herinnerd; dat in dit aangetekend schrijven ook is gesteld dat, indien binnen de maand geen antwoord wordt ontvangen, een verslag wordt opgesteld waarin zal worden voorgesteld om het beroep te verwerpen wegens gebrek aan actueel belang; dat verzoeker binnen de gestelde termijn hierop niet heeft gereageerd; dat hij na de neerlegging van het verslag op 29 januari 2007 in wat hij noemt een "memorie van wederantwoord" stelt dat hij nog steeds belang heeft aangezien hij nog steeds actief is als bestuurder van de NV REMP en in het kader van zijn activiteit als bestuurder belang heeft bij de vernietiging van de door hem bestreden beslissing; 2.
- Overwegende dat een verzoeker die nalaat zijn volledige medewerking te verlenen aan de procesvoering voor de Raad van State, blijk geeft geen volgehouden belangstelling te vertonen voor het verdere verloop van de VII-27.203-3/4 procesgang; dat verzoeker in dezen tweemaal aangeschreven is geweest en pas nadien, na de neerlegging van het auditoraatsverslag waarin voorgesteld wordt zijn beroep af te wijzen wegens ontstentenis van actueel belang, heeft gereageerd; dat die laattijdige reactie er niet aan kan verhelpen dat hij zijn actueel belang heeft verbeurd; dat zijn beroep niet meer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig januari tweeduizend en negen, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-27.203-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.878 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div