← België

Arrest 189923 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 29/01/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.923 Rolnummer: A. 99060/IX-2666 Zaak: Arrest 189923 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 29/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-06 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 15:47 Fiche Arrest nr 189.923 van 29 januari 2009 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.923 van 29 januari 2009 in de zaak A.99.060/IX-

  1. In zake : Eduard VAN NIEUWENHUYSE, die woonplaats kiest bij advocaten D. RENDERS en B. CAMBIER, kantoor houdende te BRUSSEL, Winston Churchillaan 253 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale politie Algemeen Commando DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Eduard VAN NIEUWENHUYSE op 4 januari 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 20 oktober 2000 waarbij hij op datum van 26 juni 1999 wordt benoemd in de graad van eerste wachtmeester bij de rijkswacht binnen de personeelscategorie met bijzondere politiebevoegdheid, dienst luchtvaartpolitie van het operationeel korps van de rijkswacht; Gelet op het arrest nr. 176.947 van 21 november 2007 waarbij de debatten werden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat werd belast met een aanvullend onderzoek; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 22 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 januari 2009; IX-2666-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. WAUTERS die, loco advocaat D. RENDERS, verschijnt voor de verzoeker, en van adviseur E. VAN ROSSEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidende advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.
  3. Op 1 februari 2008 werd in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden van de voormalige luchtvaartpolitie overgeplaatst naar de voormalige rijkswacht, bekendgemaakt. Dit koninklijk besluit, dat uitwerking heeft met ingang van 1 maart 1999, bepaalt onder meer dat de voormalige personeelsleden van de luchtvaartpolitie die, zoals de verzoeker, per 1 maart 1999 werden overgeplaatst in de categorie bijzonder politiepersoneel van de rijkswacht, een verzoek kunnen indienen om te worden overgeplaatst naar de personeelscategorie met algemene politiebevoegdheid en dat de vroegere eerste onderluchthavenmeesters bij de luchtvaartpolitie die voor die overplaatsing opteren, op de datum van hun overplaatsing worden benoemd in de gelijkwaardige graad van opperwachtmeester. Deze regeling impliceert voor de verzoeker dat hij op 1 april 2001 in de nieuwe politiestructuur kan worden ingeschaald in de graad van hoofdinspec- teur. 1.
  4. Met een brief van 30 juni 2008 heeft de auditeur-verslaggever, “gelet op dat inmiddels tussengekomen reglementair initiatief waarbij op retro- actieve en gunstige wijze de rechtspositie van de verzoeker wordt geregeld”, aan de raadsman van de verzoeker gevraagd mee te delen of de verzoeker nog belangstel- ling heeft voor de verdere afhandeling van de zaak en, desgevallend, waaruit zijn actuele belang bij de nietigverklaring van het bestreden besluit nog bestaat. IX-2666-2/4 1.
  5. Bij ministerieel besluit van 25 juni 2008 houdende benoeming in een gelijkwaardige graad van de naar de voormalige rijkswacht overgeplaatste personeelsleden van de voormalige luchtvaartpolitie en houdende hun graad- en loonschaaltoewijzing, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 juli 2008, werd de verzoeker op datum van 1 maart 1999 benoemd in de graad van opper- wachtmeester bij de rijkswacht en werden hem met uitwerking op 1 april 2001de nieuwe graad van hoofdinspecteur en de nieuwe loonschaal M4.1 toegewezen. 1.
  6. Met een brief van 14 augustus 2008 antwoordde de raadsman van de verzoeker als volgt op de brief van 30 juni 2008 van de auditeur-verslaggever: “Ik heb uw brief van 30 juni 2008 in goede orde ontvangen, waarvoor dank. Daar cliënten op verlof waren, kon ik u niet eerder huidige brief, weliswaar met enige vertraging, verzenden. Gelieve mij hiervoor te verontschuldigen. Het probleem van mijn cliënten lijkt zich inderdaad te zullen oplossen. Daar het koninklijk besluit van 20 december 2007, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2008, de gegrondheid van de standpunten van de verzoekende partijen aantoont, lijkt het mij logisch dat de kosten ten laste worden gelegd van de tegenpartij.” De verzoeker heeft aldus niet laten gelden dat hij nog belang heeft bij de nietigverklaring van het bestreden besluit. Hij vraagt wel dat de kosten van zijn beroep ten laste zouden worden gelegd van de verwerende partij. 1.
  7. De auditeur-verslaggever heeft in zijn verslag van 21 augustus 2008 over de zaak uit de voormelde brief van 14 augustus 2008 afgeleid dat de verzoeker afstand doet van zijn beroep. Ter terechtzitting heeft de verzoeker dat niet tegengesproken. Niets verzet zich tegen de inwilliging van deze afstand. 1.
  8. Vermits deze afstand klaarblijkelijk het rechtstreekse gevolg is van een regelgevend initiatief en een met toepassing daarvan genomen beslissing van de verwerende partij, waarbij de rechtspositie van de verzoeker retroactief op een gunstige wijze wordt geregeld, is het gepast gevolg te geven aan de vraag van de verzoeker om de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. IX-2666-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. KAMERVOORZITTER : Artikel
  9. De afstand van het geding wordt ingewilligd. Artikel
  10. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 januari 2009, door : de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-2666-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.923 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.96.279 ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.947 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.