id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.927 Rolnummer: A. 189454/IX-6025 Zaak: Arrest 189927 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 29/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-06 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 15:49 Fiche Arrest nr 189.927 van 29 januari 2009 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.927 van 29 januari 2009 in de zaak A. 189.454/IX-
- In zake : Katia MEERSMAN, die woonplaats kiest bij advocaat H. VERMEIRE, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-72 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Katia MEERSMAN op 27 augustus 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing waarbij zij niet geslaagd wordt verklaard als kandidaat-officier bij de Krijgsmacht; Gelet op het arrest nr. 186.111 van 8 september 2008, waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerleg- ging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 9 september 2008; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 7 november 2008, van de mededeling bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, IX-6025-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-6025-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 januari 2009, door : de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-6025-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.927 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.111 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.