id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.931 Rolnummer: A. 156409/X-12088 Zaak: Arrest 189931 - Huisvesting - 29/01/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-06 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-29 15:50 Fiche Arrest nr 189.931 van 29 januari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 189.931 van 29 januari 2009 in de zaak A. 156.409/X-12.
- In zake : de c.v.b.a. ONZE WONING, gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Van Der Sweepstraat 14 tegen : de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, thans de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, die woonplaats kiest bij advocaat J. VAN PETEGHEM, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Parklaan
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de c.v.b.a. ONZE WONING op 11 oktober 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 12 augustus 2004 van de vice-voorzitter van de raad van bestuur van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij waarbij het beroep van L. VANDEVELDE ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en waarbij bijgevolg de beslissing van 27 juli 2004 van de raad van bestuur van de c.v.b.a. ONZE WONING om vanaf 1 september 2004 geen toewijzingen meer te doen aan kandidaat-politieke vluchtelingen en mensen zonder papieren die zijn toegewezen aan een OCMW van buiten Antwerpen, nietig wordt verklaard; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de beschikking van 13 april 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; X-12.088-1/8 Gelet op de beschikking van 3 november 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 21 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad S. DE TAEYE; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. VAN DER HALLEN, die loco advocaat S. GIBENS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat H.L. LEUNG, die loco advocaat J. VAN PETEGHEM verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Met een brief van 28 juli 2004 laat de verzoekende partij de verwerende partij weten dat zij in haar zitting van 27 juli 2004 heeft besloten om vanaf 1 september 2004 geen toewijzingen van sociale huurwoningen meer te doen aan personen die zijn toegewezen aan een OCMW buiten Antwerpen. 1.
- Met een aangetekend schrijven van 28 juli 2004 tekent de commissaris van de verwerende partij bij de verwerende partij beroep aan tegen de voormelde beslissing. Een afschrift van dit aangetekend schrijven wordt overgemaakt aan de voorzitter van de verzoekende partij. 1.
- Op 12 augustus 2004 beslist de vice-voorzitter van de raad van bestuur van de verwerende partij om het door haar commissaris ingestelde beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren : “Na beraadslaging en gelet op: - de beslissing van de raad van bestuur van ‘Onze Woning’ 27.07.2004 om vanaf 01.09.2004 geen toewijzingen meer te doen aan kandidaat-politieke vluchtelingen en mensen zonder papieren die zijn toegewezen aan een OCMW van buiten Antwerpen; X-12.088-2/8 - de toewijzingsregels opgenomen in het besluit van de Vlaamse regering van 20.10.2000 tot reglementering van het sociaal huurstelsel; - het intern toewijzingsreglement van ‘Onze Woning’, goedgekeurd door de afdeling woonbeleid van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; - artikel 9, § 3 van de wet van 16.03.1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut; - het beroep dat de heer Ludo Vandevelde, VHM-commissaris bij de sociale huisvestingsmaatschappij ‘Onze Woning’ te Antwerpen heeft ingesteld tegen de voormelde beslissing van de raad van bestuur dd 27.07.2004, besliste de vice-voorzitter, daartoe gemachtigd door de raad van bestuur van de VHM, op 12.08.2004: - het beroep van de heer Ludo Vandevelde, VHM-commissaris bij de sociale huisvestingsmaatschappij ‘Onze Woning’ te Antwerpen, ontvankelijk en gegrond te verklaren en derhalve de kwestieuze beslissing nietig te verklaren; - dat de aandacht van de minister van Wonen -voor zover nog nodig- zou worden gevestigd op de problemen die veroorzaakt worden door de werking van het federale spreidingsplan en op de noodzaak om begeleidende maatregelen te nemen voor de SHM’s die met die problematiek worden geconfronteerd, dit in het kader van de beleidsoptie inzake inburgering”. 1.
- Bij aangetekend schrijven van 13 augustus 2004 wordt de verzoekende partij van de bestreden beslissing in kennis gesteld. 1.
- Op 14 september 2004 bekrachtigt de raad van bestuur van de verwerende partij de beslissing van haar vice-voorzitter.
- Voorwerp van het beroep Het beroep moet geacht worden ook gericht te zijn tegen de bekrachtigingsbeslissing van 14 september 2004 van de raad van bestuur van de verwerende partij.
- De ontvankelijkheid van het beroep De verwerende partij werpt op dat de verzoekende partij niet bewijst dat de beslissing om een annulatieberoep in te stellen op regelmatige wijze is genomen door het orgaan dat de wet of de statuten bevoegd verklaart. Met een brief van 25 april 2004 heeft de verzoekende partij de Raad van State de beslissing van haar raad van bestuur tot het instellen van huidig annulatieberoep overgemaakt. X-12.088-3/8 De exceptie mist feitelijke grondslag en is ongegrond.
- De gegrondheid van het beroep 4.
- Het aangevoerde eerste middel In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van “artikel 10 wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut (B.S., 24 maart 1954)”, van de “artikelen 30, 33 § 2, 5/ en 44 § 4 decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode (B.S., 19 augustus 1997)” en van het “Besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2000 houdende goedkeuring van de gewijzigde statuten van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij (B.S., 20 oktober 2000)” : “Doordat : De adjunct-administrateur- generaal heeft op 13 augustus 2004 de beslissing van de vice-voorzitter, gemachtigd door de Raad van Bestuur aan verzoeker ter kennis gebracht. In deze beslissing stelt de leidend ambtenaar dat : Indien een volledige uitgeschreven motivatie van de genomen beslissing wil kennen, kan u deze op aanvraag, per brief of per fax, na de goedkeuring van de notulen van de desbetreffende zitting van de raad van bestuur, bekomen...’ Op 10 september 2004 bekwam verzoeker een brief van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij waarin staat: Uw in referte vermelde brief, gericht aan de voorzitter, wordt aan de raad van bestuur van de VHM voorgelegd tijdens zijn eerstvolgende beslissing, in casu op 14.09.
- Tijdens diezelfde vergadering wordt ook het verslag betreffende het beroep van de VHM-commissaris tegen een beslissing van de raad van bestuur van de SHM van 27.07.2004, dat door de vice-voorzitter werd goedgekeurd, ter bekrachtiging aan de raad van bestuur voorgelegd. Terwijl : De Vlaamse Huisvestingsmaatschappij is een burgerlijke vennootschap die de vorm van een naamloze vennootschap aanneemt (art. 30 § 1, lid 1 Vlaamse Wooncode). De bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, die gelden voor de instellingen van categorie B, zijn eveneens van toepassing op de VHM (art. 30 § 1, lid 5 Vlaamse Wooncode). Artikel 33 § 2, 5/ Vlaamse Wooncode stelt dat als toezichthoudende overheid over de sociale huisvestingsmaatschappij de VHM de vragen en klachten behandelen betreffende de sociale huisvestingsmaatschappijen. Artikel 10 van de wet betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut legt een termijn op van 20 vrije dagen om te beslissen over het beroep van de regeringscommissaris en artikel 44 § 4 Vlaamse Wooncode stelt dat de beslissing van de sociale huisvestingsmaatschappij definitief wordt als de raad van bestuur van de VHM, waarbij bezwaar werd aangetekend, de nietigverklaring niet heeft uitgesproken binnen twintig werkdagen vanaf de X-12.088-4/8 datum van bezwaar. Artikel 44 § 4 Vlaamse Wooncode geeft invulling aan de verouderde wetsbepaling van artikel 10 voormelde wet. Uit de briefwisseling tussen partijen gevoerd, blijkt dat de vice-voorzitter de beslissing tot nietigverklaring heeft genomen en dat deze beslissing door de leidinggevend ambtenaar op 13 augustus 2004 ter kennis werd gebracht. Deze beslissing was onder voorbehoud van bekrachtiging van deze beslissing van de vice-voorzitter door de raad van bestuur van de Vlaamse Huisvestings-maatschappij. Art. 12 e.v. besluit van de Vlaamse regering met betrekking tot de statuten van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij legt de wijze van beraadslaging vast van de raad van bestuur. Artikel 15 van voormeld besluit legt vast dat de aanwezigheid der leden noodzakelijk is opdat de beraadslaging rechtsgeldig zou zijn. De beslissingen moeten met de meerderheid van de aanwezige leden worden genomen. De Vlaamse Wooncode legt uitdrukkelijk op dat de ‘raad van bestuur’ de beslissing tot nietigverklaring moet nemen. De vice-voorzitter heeft een beslissing genomen terwijl de raad van bestuur deze nog moest goedkeuren. Deze goedkeuring werd blijkbaar gegeven op 14 september 2004, dit is meer dan 20 werkdagen na het bezwaar van de VHM-commissaris bij verzoeker. Deze termijn is een vervaltermijn aangezien de sanctie bestaat uit feit dat de kwestieuze beslissing van de sociale huisvestingsmaatschappij definitief wordt. Zodat : De vice-voorzitter kon niet alleen de beslissing nemen binnen de 20 werkdagen en de datum van bekrachtiging moet beschouwd worden als de datum waarop de raad van bestuur de beslissing tot nietigverklaring heeft genomen. Voor zover als nodig dient hier als gevolgtrekking uit afgeleid te worden dat de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij laattijdig heeft beslist en de in artikel 10 controlewet op de instellingen van openbaar nut juncto artikel 44 § 4 Vlaamse Wooncode voorgeschreven termijn heeft overschreden”. 4.
- Beoordeling 4.2.
- Artikel 24 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, zoals die bepaling toentertijd gold, luidt als volgt : “Op de door de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting en de erkende maatschappijen wordt een controle uitgeoefend door toedoen van een commissaris, benoemd door de minister of de ministers onder wie de Nationale Maatschappij ressorteert. Die commissaris oefent zijn opdracht uit zoals bepaald is in artikel 9, § 2 en
- Hij zendt een afschrift van zijn beroep aan de ministers onder wie de Nationale Maatschappij ressorteert. Heeft de raad van beheer van de Nationale Maatschappij waarbij het beroep aanhangig is, binnen twintig vrije dagen ingaande op dezelfde dag als de in artikel 9, § 3, bedoelde termijn, geen vernietiging uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief”. X-12.088-5/8 Overeenkomstig artikel 9, § 3 van de wet van 16 maart 1954 gaat de voormelde termijn in de dag van de vergadering waarop de beslissing genomen werd, voor zover de commissaris daarop regelmatig uitgenodigd werd, en, in het tegenovergestelde geval, de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen. 4.2.
- Artikel 20 van de statuten van 15 juli 1987 van de verwerende partij, goedgekeurd bij besluit van 21 december 1988 van de Vlaamse regering, bepaalde dat de raad van bestuur, onder zijn verantwoordelijkheid, een gedeelte van de macht waarmee hij bekleed is mag overdragen aan één of meer van zijn leden. Onder de gelding van de voormelde statutaire bepaling werd onder meer W. De Saeger door de raad van bestuur gemachtigd om buiten de zittingen van de raad “alle noodzakelijke, dringende beslissingen te nemen in het kader van de gewone opdracht van de Raad van Bestuur, met dien verstande dat deze beslissingen voor ratificatie aan de Raad van Bestuur moeten worden voorgelegd tijdens de eerstvolgende zitting”. 4.2.
- Bij artikel 2 van het besluit van 14 januari 2000 van de Vlaamse regering wordt het voormelde besluit van 21 december 1988 van de Vlaamse regering opgeheven. Artikel 18 van de nieuwe statuten van de verwerende partij, goedgekeurd bij het eerst vermelde besluit, behield evenwel de bevoegdheid van de raad van bestuur om, onder zijn verantwoordelijkheid, een gedeelte van de macht waarmee hij is bekleed aan één of meer van zijn leden over te dragen. 4.2.
- Op 27 augustus 2002 heeft de raad van bestuur van de verwerende partij, na het verzoek van de Interne audit “om de lijst van de leden van de raad die de bevoegdheid hebben beslissingen te nemen die achteraf ter bekrachtiging aan de raad worden voorgelegd, te actualiseren”, onder meer W. De Saeger opnieuw als bevoegd lid aangeduid. Met zijn beslissing van 27 augustus 2002 heeft de raad van bestuur de ledenlijst met betrekking tot de eerder verleende, voorwaardelijke delegatie van de vernietigingsbevoegdheid, op vraag van de Interne Audit “geactualiseerd”. Hij moet daarbij geacht worden de voorheen verleende bevoegdheidsdelegatie en de daaraan verbonden voorwaarden te hebben behouden. De raad van bestuur maakt er in zijn beslissing van 27 augustus 2002 overigens uitdrukkelijk melding van dat het verzoek tot actualisering van de Interne audit de X-12.088-6/8 bevoegdheid betreft om beslissingen te nemen “die achteraf ter bekrachtiging aan de raad worden voorgelegd”, waarmee duidelijk aan de eerder verleende voorwaardelijke bevoegd-heidsdelegatie wordt gerefereerd. 4.2.
- De definitieve beslissing van de raad van bestuur van de verwerende partij werd niet genomen binnen de in het voormelde artikel 24 van de wet van 16 maart 1954 bepaalde termijn. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd worden: - het besluit van 12 augustus 2004 van de vice-voorzitter van de raad van bestuur van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij waarbij het beroep van L. VANDEVELDE ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en waarbij bijgevolg de beslissing van 27 juli 2004 van de raad van bestuur van de c.v.b.a. ONZE WONING om vanaf 1 september 2004 geen toewijzingen meer te doen aan kandidaat-politieke vluchtelingen en mensen zonder papieren die zijn toegewezen aan een OCMW van buiten Antwerpen, nietig wordt verklaard; - de beslissing van 14 september 2004 van de raad van bestuur van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij houdende de bekrachtiging van het besluit van 12 augustus 2004 van de vice-voorzitter van de raad van bestuur. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. X-12.088-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig januari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-12.088-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.931 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div