id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.058 Rolnummer: A. 187482/XIV-30252 Zaak: Arrest 190058 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-23 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 16:05 Fiche Arrest nr 190.058 van 2 februari 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.058 van 2 februari 2009 in de zaak A. 187.482/XIV-30.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaten F. en R. COEL, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Kardinaal Mercierplein 8 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, thans de Minister van Migratie- en asielbeleid. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Marokkaanse nationaliteit, op 14 maart 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 7053 van 8 februari 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 2621 van 22 april 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur M. STERCK, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 20 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 januari 2009; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-30.252-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat C. VANDENBERGHE die, loco Advocaten F. en R. COEL verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE die, loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- XXX, van Marokkaanse nationaliteit, dient op 16 april 2007 een aanvraag tot vestiging in functie van haar Belgische echtgenoot in. 1.
- Op 11 mei 2007 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van de vestiging met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 5 december 2007 dient verzoeker een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. 1.
- Bij arrest nr. 7053 van 8 februari 2008 heeft de Raad voor Vreemdelin- genbetwistingen de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring verworpen. Dit is het bestreden arrest. Overwegende dat artikel 14, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State luidt als volgt: “De memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie heeft de vorm van een samenvattende memorie waarin alle argumenten van de verzoekende partij op een rij worden gezet. Behoudens wat de ontvankelijkheid van het beroep en van de middelen betreft, doet de Raad van State uitspraak op basis van de samenvattende memorie.”; XIV-30.252-2/3 dat deze bepaling nodig werd geacht gezien de beperkte tijd waarover de Raad van State beschikt om over toelaatbaar verklaarde cassatieberoepen uitspraak te doen, en de voorrang welke bijgevolg aan de behandeling van deze beroepen moet worden gegeven; dat de kamer bij wie dergelijk beroep aanhangig is daarover immers uitspraak dient te doen binnen zes maanden na de beschikking over de toelaatbaarheid (artikel 20, § 4 van de gecoördineer- de wetten op de Raad van State); dat, gelet op deze korte termijn, de argumentatie in de memorie van wederantwoord moet worden samengevat; dat alleen al aan de hand van dit processtuk het duidelijk moet zijn welke de precieze argumentatie van de verzoekende partij is; dat de Raad van State uitspraak doet op basis van de samenvattende memorie; dat over een middel dat niet (meer) in deze samenvatting is opgenomen geen uitspraak dient te worden gedaan; dat het dan ook niet volstaat zo maar te verwijzen naar het inleidend verzoekschrift of naar de hierin opgenomen uiteenzetting van de middelen; dat bij gebreke aan een samenvatting van de aangevoerde cassatiemiddelen, de memorie van wederantwoord niet beantwoordt aan het bepaalde in artikel 14, derde lid, van het voormelde koninklijk besluit van 30 november 2006; dat het beroep bijgevolg moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee februari tweeduizend en negen, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-30.252-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.058 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.