← België

Arrest 190155 - Plannen van aanleg - 03/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.155 Rolnummer: A. 83107/X-8823 Zaak: Arrest 190155 - Plannen van aanleg - 03/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-11 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 16:19 Fiche Arrest nr 190.155 van 3 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.155 van 3 februari 2009 in de zaak A. 83.107/X-

  1. In zake : de gemeente WILLEBROEK, die woonplaat kiest bij advocaat A. HUYSMANS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Berthoudersplein 57 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente WILLEBROEK op 23 maart 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 januari 1999 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende onthouding van de toelating tot gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg nr. 16 “Broek De Naeyer en Omgeving” genaamd, van de gemeente Willebroek; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 20 oktober 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 22 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 maart 2008; X-8823-1/11 Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HUYSMANS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De feiten 1.
  4. Het beheersingsgebied van het bijzonder plan van aanleg nr. 16 “Broek De Naeyer en Omgeving”, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 10 oktober 1990, is volgens het bij koninklijk besluit van 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan Mechelen grotendeels gelegen in gebied voor milieubelastende industrieën en voor een klein gedeelte in groengebied. 1.
  5. Dit bijzonder plan van aanleg voorziet als bestemmingen voor dit gebied: landschappelijk waardevol bosgebied, groengebied voor vissport, recreatiegebied bestemd voor watersport, recreatiegebied bestemd voor schietsport, industriegebied, woonzone in industriegebied, zone voor openbaar nut, landschappelijk waardevol groengebied, zone voor uitbreiding kanaal (vaart Brussel-Willebroek) en wegen. In het deelgebied ten zuiden van de spoorweg van Terneuzen naar Mechelen, voorziet het bijzonder plan van aanleg in het noordwesten een “zone voor uitbreiding kanaal”, in het noordoosten “industriegebied” en in het zuiden langsheen de Heindonkse steenweg “woonzone in industriegebied”. 1.
  6. De gemeente vat het plan op om de bestemming van dit uiterst zuidelijk gedeelte ten belope van 3 ha 86 a te wijzigen in woongebied. 1.
  7. Op 16 december 1997 beslist de gemeenteraad van Willebroek met eenparigheid van stemmen : X-8823-2/11 “
  8. Het gebied ten zuiden van de spoorweg Sint-Niklaas - Mechelen, het kanaal (gedeelte Oostvaartdijk) en de Heindonksesteenweg op het gewestplan Mechelen als industriegebied voorzien, wordt gewijzigd in woongebied.
  9. Het gebied begrepen tussen de Heindonksesteenweg, het kanaal (Fabrieksstraat), de Mechelsesteenweg en de spoorweg Mechelen - Sint-Niklaas, thans op het gewestplan Mechelen voor het grootste gedeelte industriegebied, wordt gewijzigd in woongebied.
  10. Het gebied waar thans de papierfabriek Denaeyer nog in bedrijf is, alsmede het staalverwerkend bedrijf New Denaeyer Thermal Industries (thans Cockerill Ougree) zal in een later op te maken bijzonder plan van aanleg worden afgebakend teneinde, binnen dit woongebied, te waarborgen dat de continuïteit van bedrijvigheid verzekerd blijft en het slechts, na stopzetting van activiteiten, tot volwaardig woongebied wordt omgevormd. In de woonzone zal via het B.P.A. eveneens het vroegere park Denaeyer tot een nieuw parkgebied worden ingericht”. Als overwegingen worden aangehaald : “Overwegende dat de N.V. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen bij inwoners van de Heindonksesteenweg kenbaar heeft gemaakt de woningen tussen het kanaal en de spoorweg Sint-Niklaas - Willebroek - Mechelen te zullen onteigenen; Gezien het Gewestplan Mechelen deze woningen in industriegebied heeft ingekleurd; Overwegende dat de bewoners van de Heindonksesteenweg vanaf de spoorweg tot de Stuyvenbergbaan vrezen hetzelfde lot te ondergaan, alhoewel dit gebied op het gewestplan Mechelen behoort tot woongebied met landelijk karakter; Overwegende dat het betrokken gebied gelegen is aan de overzijde van de Groene Laan waar ettelijke nieuwe woningen en appartementsgebouwen zijn en worden gebouwd; Overwegende dat het industriegebied op het Gewestplan Mechelen begrensd door de spoorweg Sint-Niklaas - Mechelen, het kanaal (gedeelte Oostvaartdijk) en de Heindonksesteenweg eigenlijk gelegen is in de kern van de gemeente; Gelet dat de industrieterreinen begrepen tussen het kanaal, Fabrieksstraat, de Heindonksesteenweg en de Mechelsesteenweg waar de vroegere papierfabriek De Naeyer alsmede de ketelmakerij van De Naeyer hebben gestaan en waar nu nog op een gedeelte ervan de nieuwe papierfabriek alsmede het staalverwerkend bedrijf New Denaeyer Thermal Industries (thans Cockerill Ougree) eveneens tot de gemeentekern en het centrum behoren; Overwegende dat voorzieningen dienen getroffen om de thans nog in bedrijf zijnde fabrieken een continuïteit inzake hun werking te waarborgen”. 1.
  11. Op 3 september 1998 stelt de gemeentelijke technische dienst het college van burgemeester en schepenen voor om met toepassing van artikel 41 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, de minister te vragen het bijzonder plan van aanleg nr. 16 gedeeltelijk in herziening te stellen “teneinde daadwerkelijk uitvoering te geven aan het besluit van de Gemeenteraad dd 16.12.1997”. X-8823-3/11 1.
  12. Op 29 september 1998 overweegt en beslist de gemeenteraad van Willebroek wat volgt: “Gelet dat de in gemeenteraadszitting van 16.12.1997 beslist werd het gebied ten zuiden van de spoorweg Sint-Niklaas - Mechelen, het kanaal (gedeelte Oostvaartdijk) en de Heindonksesteenweg, op het gewestplan Mechelen, goedgekeurd bij K.B. van 05.08.1976, als industriegebied voorzien, te wijzigen in woongebied om reden dat het betrokken gebied gelegen is aan de overzijde van een straat waar ettelijke woningen worden gebouwd of verbouwd alsmede nieuwe appartementen worden opgericht; Overwegende dat de betrokken zone eigenlijk gelegen is in de kern van de gemeente; Gelet dat het betrokken gebied valt binnen de grenzen van het BPA nr. 16 ‘Broek De Naeyer en Omgeving’, goedgekeurd bij GMB d.d. 10.10.1990, waar het ingedeeld is in drie gebieden, te weten een zone voor uitbreiding van het kanaal, een zone industriegebied en een woonzone in industriegebied; Gezien een bijzonder plan van aanleg, goedgekeurd na de goedkeuring van het gewestplan Mechelen, primeert op dit gewestplan; BESLUIT : MET EENPARIGHEID VAN STEMMEN; Aan de heer Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening machtiging te vragen tot gedeeltelijke herziening van het BPA nr. 16 ‘Broek De Naeyer en Omgeving’”. 1.
  13. Deze beslissing van de gemeenteraad van 29 september 1998 wordt met een brief van 15 oktober 1998 aan de bevoegde Vlaamse minister gezonden. 1.
  14. Bij het bestreden besluit 19 januari 1999 beslist de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening de toelating te onthouden aan de gedeeltelijke herziening van het bijzonder plan van aanleg nr. 16 “Broek De Naeyer en Omgeving”. Dit besluit luidt als volgt : “Gelet op het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 28 september 1998 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering; Gelet op het koninklijk besluit van 5 augustus 1976 houdende vaststelling van het gewestplan Mechelen; Gelet op het ministerieel besluit van 10 oktober 1990 houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg nr. 16 ‘Broek De Naeyer en Omgeving’ genaamd, van de gemeente Willebroek; Gelet op de beslissing van 29 september 1998 van de gemeenteraad waarbij wordt gevraagd om tot een gedeeltelijke herziening van voornoemd bijzonder plan van aanleg over te gaan; Overwegende dat de voormelde gemeenteraadsbeslissing de gewenste herziening tot woongebied motiveert om reden dat het betrokken gebied gelegen is aan de overzijde van de straat waar ettelijke woningen worden X-8823-4/11 gebouwd of verbouwd alsmede nieuwe appartementen worden opgericht en dat de betrokken zone eigenlijk gelegen is in de kern van de gemeente; Overwegende dat de gronden gelegen zijn in een groot industriegebied dat aansluit bij het kanaal; dat een bestemmingswijziging naar woongebied er niet verantwoord is; Overwegende dat de gemeente Willebroek gevraagd heeft om voor de zuidelijk bij het bijzonder plan van aanleg nr. 16 ‘Broek De Naeyer en Omgeving’ aansluitende gronden via een gewestplanwijziging een woonbestemming te voorzien en dat hierover nog geen beslissingen genomen zijn; BESLUIT Enig artikel. Aan het bij ministerieel besluit van 10 oktober 1990 goedgekeurd bijzonder plan van aanleg nr. 16 ‘Broek De Naeyer en Omgeving’ genaamd, van de gemeente Willebroek, wordt de toelating tot gedeeltelijke herziening onthouden”. 1.
  15. Dit besluit wordt de verzoekende partij meegedeeld met een brief van 27 januari
  16. Rechtspleging De verwerende partij heeft buiten de door het procedurereglement voorziene termijn een memorie van antwoord ingediend. Zij wordt om deze reden uit de debatten geweerd.
  17. Ten gronde 3.
  18. Uiteenzetting van het enig middel In het verzoekschrift voert de verzoekende partij aan wat volgt: “II. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd en schendt artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juni 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. De beslissingen van 16 december 1997 en van 29 september 1998 van de gemeenteraad van de gemeente Willebroek zijn gesteund op volgende vier elementen : 1) het beoogd gebied wordt voorgesteld om gewijzigd te worden in woongebied omdat het gelegen is aan de overzijde van de straat waar ettelijke woningen worden gebouwd of verbouwd alsmede nieuwe appartementen worden opgericht. Het gaat hier om de Groene laan, die aan de overzijde langs het kanaal loopt, met recht uitzicht op het hier betwiste gebied. 2) Het betrokken gebied is eigenlijk gelegen in de kern van de gemeente. 3) Het betrokken gebied valt binnen de grenzen van het B.P.A. nr. 16 ‘Broek De Naeyer en Omgeving’, goedgekeurd bij M.B. van 10.10.1990, waar het ingedeeld is in drie gebieden, te weten een zone voor uitbreiding van X-8823-5/11 het kanaal, een zone industriegebied en een woonzone in industriegebied (...). 4) Het bijzonder plan van aanleg n/ 16 is posterieur aan het gewestplan Mechelen. Het B.P.A. nr. 16 werd goedgekeurd bij M.B. van 10 oktober 1990, en primeert te dien opzichte het gewestplan Mechelen, dat goedgekeurd werd bij K.B. van 5 augustus
  19. Het bestreden besluit weigert de vraag tot herziening op grond van het feit dat de gronden gelegen zijn in een groot industriegebied dat aansluit bij het kanaal, zodat een bestemmingswijziging naar woongebied niet verantwoord is. Deze motivering is onvoldoende rekening houdend met de verschillende elementen ingeroepen in de betrokken gemeenteraadsbeslissing . Vooreerst wordt in de bestreden beslissing enkel gesteld dat het gaat om een groot industriegebied, zonder enige precisering aangaande de oppervlakte ervan, noch over het gedeelte dat eraan zou ontnomen worden om in woonzone te veranderen (...). Verder wordt er geen enkele vermelding gemaakt van de andere door verzoekster ingeroepen elementen, waarop haar vraag tot herziening van het BPA n/ 16 steunde, nl. dat het te wijzigen gebied tegenover een druk bebouwde straat ligt, dat het gebied behoort tot de kern der gemeente, en er reeds een woonzone voorzien is in het kwestieuze industriegebied. De uitdrukkelijke bij de wet motiveringsplicht werd derhalve door het bestreden besluit geschonden. III. Het bestreden besluit heeft geen rekening gehouden met het vereiste dat, bij de revisie van de plannen van aanleg, de beslissing moet genomen worden in functie van het algemeen en gemeentelijk belang, dient rekening te houden met de evolutie van het gebied en de bevolking, en met de kenmerken van de gemeente zoals nieuwe constructies, en de valorsiatie der gebouwen .
  20. Ten onrechte wordt de weigering van de herziening gemotiveerd door het feit dat het ter zake zou gaan om een groot industriegebied. Het B.P.A. nr. 16 toont integendeel aan dat het grootste gedeelte van het grondgebied in zijn geheel beschouwd ingenomen is door landschappelijk waardevol bosgebied, groengebied voor vissport en recreatiegebied. Het industriegebied is niet het enige gebied dat in het B.P.A. n/ 16 voorkomt. Het om te zetten gebied in woonzone verminkt dit industriegebied niet. Het industriegebied is daarbij in twee gesneden door groengebied en landschappelijk waardevol gebied. Het gebied dat in woonzone zou omgezet worden betreft 3ha 86a, en ligt op een hoek, zodat het industriegebied door de wijziging niet geschaad noch ernstig verminderd wordt (...). Met al deze elementen heeft de bestreden beslissing ten onrechte geen rekening gehouden.
  21. De industriële activiteiten zelf in het industriegebied zijn daarbij verdwenen en enige nijverheid is er heden onbestaande. Het gaat hier in werkelijkheid om braakliggende gronden waarop momenteel geen enkele industriële activiteit wordt uitgeoefend. Dit braakliggend gebied, wordt door de N.V. Zeekanaal bestemd voor toekomstige watergebonden ondernemingen, waarvan echter nog niets verwezenlijkt is. Daarbij mag dit industriegebied niet gelijkgesteld worden met de zone voor de uitbreiding van het kanaal, hetgeen wellicht door het N.V. Zeekanaal beoogd wordt, maar wat niet overeenkomt met de wettelijke bestemming. Het belang van het industriegebied is derhalve zeer relatief en dient zorgvuldig afgewogen te worden bij de beoordeling van het algemeen en gemeentelijk belang om te beslissen over de vraag tot wijziging van een gedeelte van die bestemming in woonzone, hetgeen de Minister niet blijkt gedaan te hebben. X-8823-6/11
  22. De Minister heeft evenmin rekening gehouden met het feit dat het beoogde gedeelte van het industriegebied behoort tot de kern van de gemeente, met aan de overzijde van het kanaal de Groenelaan, waar veel gebouwd wordt, met een wederzijds uitzicht van de bewoners over het kanaal. Verzoekster beoogt inderdaad de kern van de gemeente aan de beide zijden van het kanaal, ter plaatse verbonden door een brug, uit te bouwen tot één geheel, en zo de uitbreiding van de gemeente op harmonieuze wijze langs de beide zijden van het kanaal te verwezenlijken. Daarmede werd ten onrechte geen rekening gehouden.
  23. De Minister heeft derhalve de bevoegdheid, hem verleend om te beslissen over het toelaten van een herziening der gemeentelijke plannen, niet naar behoren uitgeoefend, hij heeft geen rekening gehouden met het algemeen en het gemeentelijk belang, noch met de feitelijke elementen die van belang zijn om deze beslissing te treffen, zodat artikel 41 van het op 22 oktober 1996 gecoördineerd decreet betreffende de ruimtelijke ordening miskend werd.
  24. In alle geval kan de Raad van State tengevolge van de onvoldoende motivering van het bestreden arrest niet nagaan of de Minister zijn bevoegdheid wettelijk heeft uitgeoefend. IV. Het bestreden besluit miskent eveneens artikel 14 van het gecoördineerd decreet van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening. Overeenkomstig deze bepaling richt het bijzonder plan zich, wanneer er een gewestplan bestaat, naar de aanwijzingen en de bepalingen van dit gewestplan, en vult ze aan. Het kan er desnoods van afwijken. In onderhavig geval wijkt het B.P.A. nr. 16 reeds gedeeltelijk af van het gewestplan, nl. t.o.v. de woonzone en het industriegebied. In toepassing van artikel 14 voormeld is het feit dat een herziening gevraagd is van het gewestplan waarvoor nog geen bestemming is genomen, geen wettelijke reden om onderhavige vraag tot herziening van het B.P.A. nr. 16 te weigeren”. 3.
  25. Beoordeling 3.2.
  26. De verzoekende partij beoogt de vernietiging van een ministerieel besluit dat de herziening van een bijzonder plan van aanleg weigert. 3.2.
  27. Artikel 41 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, zoals van toepassing op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing, luidt als volgt : “De Vlaamse regering kan, hetzij op eigen initiatief bij een met redenen omkleed besluit, hetzij op verzoek van de betrokken vereniging van gemeenten of van de betrokken gemeente, beslissen dat een streek-, gewest- of gemeentelijk plan van aanleg geheel of gedeeltelijk wordt herzien. De Vlaamse regering kan onder dezelfde voorwaarden beslissen dat een bijzonder plan van aanleg wordt opgemaakt, dat tot gevolg heeft dat een verkavelingsvergunning wordt herzien of vernietigd. Inzake de gemeentelijke plannen van aanleg en de verkavelingsvergunningen wordt de herziening op initiatief van de Vlaamse regering echter slechts bevolen indien aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: X-8823-7/11 1/ het gemeentelijk plan of de verkavelingsvergunning is niet meer in overeenstemming met een streek- of gewestplan dat verordenende kracht heeft verworven; 2/ het gemeentelijk plan of de verkavelingsvergunning verhindert de uitvoering van werken van algemeen belang; 3/ het gemeentelijk plan of de verkavelingsvergunning is niet meer in overeenstemming: - met de voorschriften van de algemene verordeningen betreffende de grote wegen, vastgesteld ingevolge artikel 58 van dit decreet of de wetgeving op de grote wegen; - met de perceelsgewijze plannen door de Vlaamse regering goedgekeurd krachtens artikel 6 van de wet van 12 juli 1956 houdende statuut van de autosnelwegen, of met de voorschriften van de verordeningen vastgesteld ingevolge artikel 10 van dezelfde wet. - met de voorschriften van het koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 12, § 3, eerste lid van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen. De bepalingen betreffende het opmaken van plannen van aanleg zijn mede van toepassing op de herziening ervan. Zodra de Vlaamse regering tot de herziening of het opmaken van een plan heeft besloten omdat het plan of de verkavelingsvergunning de uitvoering van werken van algemeen belang verhindert, kan de Vlaamse regering of de gemachtigde, zoals bepaald in artikel 43, bij wie krachtens artikel 46 een bouwaanvraag aanhangig is gemaakt, de uitvoering van de werken toestaan”. 3.2.
  28. Uit het voornoemde artikel blijkt dat het steeds aan de Vlaamse regering toekomt om te beslissen tot een herziening van een bijzonder plan van aanleg, hetzij op eigen initiatief met een met redenen omkleed besluit en mits te voldoen aan bepaalde voorwaarden, hetzij op verzoek van de gemeente(n). Zo het initiatief uitgaat van een gemeente, blijft het volgens de voormelde bepaling de Vlaamse regering die beslist over de in herziening stelling. Hoewel de beslissing over de in herziening stelling van een bijzonder plan van aanleg in beginsel een voorbereidende handeling is en als dusdanig niet voor vernietiging vatbaar, is dit niet het geval wanneer de Vlaamse regering beslist niet in te gaan op een verzoek van de betrokken gemeente om een gemeentelijk plan van aanleg geheel of gedeeltelijk te herzien. In zodanig geval wordt immers een eindbeslissing over het verzoek tot in herziening stelling genomen. Aangezien het gaat om een eenzijdige rechtshandeling van een bestuur -te dezen de Vlaamse regering- die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor een ander bestuur -de betrokken gemeente- valt deze onder de toepassing van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. X-8823-8/11 De minister dient derhalve in zijn beslissing over het verzoek tot in herzieningstelling de redenen te vermelden die aan de onthouding van de toelating ten grondslag liggen, en deze moeten afdoende zijn. De gemeenteraadsbeslissing van 29 september 1998 waarbij werd gevraagd om tot de gedeeltelijke herziening van het betrokken bijzonder plan van aanleg over te gaan, is gemotiveerd als volgt: “Gelet dat de in gemeenteraadszitting van 16.12.1997 beslist werd het gebied ten zuiden van de spoorweg Sint-Niklaas - Mechelen, het kanaal (gedeelte Oostvaartdijk) en de Heindonksesteenweg, op het gewestplan Mechelen, goedgekeurd bij K.B. van 05.08.1976, als industriegebied voorzien, te wijzigen in woongebied om reden dat het betrokken gebied gelegen is aan de overzijde van een straat waar ettelijke woningen worden gebouwd of verbouwd alsmede nieuwe appartementen worden opgericht; Overwegende dat de betrokken zone eigenlijk gelegen is in de kern van de gemeente; Gelet dat het betrokken gebied valt binnen de grenzen van het BPA nr. 16 ‘Broek De Naeyer en Omgeving’, goedgekeurd bij GMB d.d. 10.10.1990, waar het ingedeeld is in drie gebieden, te weten een zone voor uitbreiding van het kanaal, een zone industriegebied en een woonzone in industriegebied; Gezien een bijzonder plan van aanleg, goedgekeurd na de goedkeuring van het gewestplan Mechelen, primeert op dit gewestplan”. De minister beantwoordt deze argumentatie als volgt: “Overwegende dat de gronden gelegen zijn in een groot industriegebied dat aansluit bij het kanaal; dat een bestemmingswijziging naar woongebied er niet verantwoord is; Overwegende dat de gemeente Willebroek gevraagd heeft om voor de zuidelijk bij het bijzonder plan van aanleg nr. 16 ‘Broek De Naeyer en Omgeving’ aansluitende gronden via een gewestplanwijziging een woonbestemming te voorzien en dat hierover nog geen beslissingen genomen zijn”. Het door de minister aangebrachte motief, met name dat de betrokken gronden deel uitmaken van een groot industriegebied dat aansluit bij het kanaal, wordt door de verzoekende partij niet betwist. Het feit dat het om een beperkt gedeelte van dit industriegebied gaat, dat het tegenover een druk bebouwde straat ligt, dat het gebied behoort tot de kern van de gemeente en er reeds een woonzone is voorzien, doet aan het voormelde motief niets af. Daarenboven blijkt uit de stukken van het dossier dat de “druk bebouwde straat” waarnaar de verzoekende partij verwijst, is gelegen aan de overzijde van het kanaal zodat zij niet paalt aan het betrokken industriegebied, dat de betrokken “woonzone”, ook in het bestaande bijzonder plan van aanleg, deel uitmaakt van het “industriegebied” (artikel 4 van de stedenbouwkundige voorschriften) en dat deze “woonzone in industriegebied” slechts “de bestaande woningen langsheen de Heindonkse steenweg” betreft, waaraan “enkel kleine omvormingswerken en X-8823-9/11 instandhoudingswerken (...) zijn toegelaten” (artikel 4.2 van de stedenbouwkundige voorschriften). In een tweede overweging stelt de minister dat er met de door de gemeente voorgestelde inherzieningstelling best gewacht wordt tot er uitsluitsel is over een door de gemeente zelf gevraagde gewestplanwijziging die hetzelfde beoogt als de gevraagde inherzieningstelling van het bijzonder plan van aanleg. Gelet op de hiërarchie van de plannen van aanleg en de weerslag van een eventuele wijziging van het gewestplan op de herziening van het bijzonder plan van aanleg, is het argument van de minister als draagkrachtig te beschouwen. Het argument van de verzoekende partij dat dit motief van de minister een schending zou inhouden van artikel 14 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, in de mate dat de minister blijkbaar geen rekening zou hebben gehouden met het feit dat het bijzonder plan van aanleg nr. 16 een afwijking inhoudt op het gewestplan, doet aan de voormelde vaststelling geen afbreuk. Ten slotte kan met de voor het eerst in het verzoekschrift ingeroepen motieven ter verantwoording van het verzoek tot inherzieningstelling geen rekening worden gehouden. Het middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  29. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  30. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-8823-10/11 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie februari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-8823-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.155 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.