← België

Arrest 190158 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.158 Rolnummer: A. 66052/X-6493 Zaak: Arrest 190158 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-10 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 16:20 Fiche Arrest nr 190.158 van 3 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.158 van 3 februari 2009 in de zaak A. 66.052/X-

  1. In zake :
  2. Georges LITVINE,
  3. Olivier KIRKPATRICK,
  4. Christiane BOTTARI-BRICHARD,
  5. Albert RENOUS, die woonplaats kiezen bij advocaten J.-J. VAN RAEMDONCK en D. LAGASSE, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. DECLERCQ, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, J.P. Minckelersstraat
  6. ------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Georges LITVINE, Olivier KIRKPATRICK, Christiane BOTTARI-BRICHARD en Albert RENOUS op 23 oktober 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 februari 1995 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Leefmilieu en Infrastructuur, de bouwvergunning wordt verleend voor een nieuwbouw broedhal op een perceel gelegen te Linkebeek, Dwersbosstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 281/w; Gelet op het arrest nr. 56.108 van 31 oktober 1995 waarbij de afstand van de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van de vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt toegewezen; Gelet op het arrest nr. 60.241 van 18 juni 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-6493-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 22 oktober 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 24 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 oktober 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat Y. SACREAS, die loco advocaten D. LAGASSE en J.-J. VAN RAEMDONCK verschijnt voor de verzoekende partijen en van advocaat G. HAVET, die loco advocaat P. DECLERCQ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Op 24 november 1995 dienen de verzoekende partijen een “verzoekschrift tot uitbreiding van de vordering tot nietigverklaring” in. Daarin verzoeken zij om “de uitbreiding van hun vordering tot nietigverklaring van 23 oktober 1995, tot de bouwvergunning van 7 juli 1995”. Bij arrest nr. 65.062 van 10 maart 1997 heeft de Raad van State het voormelde besluit van 7 juli 1995 nietigverklaard, zodat het verzoek tot uitbreiding zonder voorwerp is geworden. Bij brief van 5 mei 2008, antwoordend op de vraag naar het actueel belang van de verzoekende partijen die namens de kamervoorzitter is gesteld, deelt de raadsman van die partijen mee dat “de Xe kamer van de Raad van State (...) de nietigverklaring (heeft) bevolen van de bouwvergunning. X-6493-2/3 Na dit arrest, heeft het Vlaams Gewest de plaatsen in hun oorspronkelijke toestand hersteld na te hebben beslist dat de voorgenomen constructie, bedoeld door de afgeleverde bouwvergunningen, niet zou gerealiseerd worden. Op deze wijze hebben mijn cliënten derhalve voldoening bekomen”. Ter terechtzitting verklaart de raadsman van de vier verzoekende partijen, namens deze partijen, nog dat de procedure zonder voorwerp is. Deze mededeling kan niet anders dan als een afstand van geding worden beschouwd. In de gegeven omstandigheden past het in te gaan op de vraag van de verzoekende partijen om de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 396,64 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie februari 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-6493-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.158 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.60.241 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.