id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.170 Rolnummer: A. 74063/X-7349 Zaak: Arrest 190170 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-16 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 16:23 Fiche Arrest nr 190.170 van 4 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.170 van 4 februari 2009 in de zaak A. 74.063/X-
- In zake : Eric BEUNCKENS, die woonplaats kiest bij advocaat M. APPELMANS, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Schoonslaapsterstraat 29 bus 1 tegen : het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. VAN DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14 bus
- tussenkomende partij : Francis WENES, die woonplaats kiest bij advocaat A. NAVASARTIAN, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Franklin Rooseveltlaan
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eric BEUNCKENS op 18 april 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 9 oktober 1996 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan Francis WENES de bouwvergunning wordt verleend tot het oprichten van een woning aan de Brusselsesteenweg te Asse (Zellik); Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 9 oktober 1997 ingediend door Francis WENES; Gelet op de beschikking van 5 november 1997 die de tussenkomst van Francis WENES toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-7349-1/7 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 2 december 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 14 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. VAN NIEUWENHOVE; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. DE KINDER, die loco advocaat M. APPELMANS verschijnt voor de verzoeker en van advocaat F. van DIEVOET, die loco advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.Rechtspleging De verzoeker heeft als antwoord op de memorie van de tussenkomende partij een tweede memorie van wederantwoord ingediend. Dergelijke memorie is niet voorzien in het toepasselijke procedurereglement en wordt derhalve uit de debatten geweerd. X-7349-2/7
- De feiten 2.
- De verzoeker is eigenaar van een perceel grond, gelegen te Asse, tussen de Brusselsesteenweg en de Klaproosstraat. 2.
- Op 1 maart 1996 (datum van het ontvangstbewijs) dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Asse een bouwaanvraag in tot het bouwen van een ééngezinswoning op een perceel gelegen aan de Brusselsesteenweg te Asse. Dit perceel ligt naast de eigendom van de verzoeker. 2.
- Het betrokken perceel is krachtens het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse gelegen in een woongebied. Het perceel maakt deel uit van een verkavelingsakkoord voor de wijk “Bettegem”, dat dateert van vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw. 2.
- Op 20 mei 1996, na het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen, verzoekt de tussenkomende partij de gemachtigde ambtenaar om over de aanvraag te beschikken. 2.
- Op 30 september 1996 verleent de administratie Wegen en verkeer een voorwaardelijk gunstig advies. 2.6 De gemachtigde ambtenaar verleent op 9 oktober 1996 de stedenbouwkundige vergunning.
- De ontvankelijkheid. 3.1.
- De verzoeker stelt dat hij het beroep tot nietigverklaring tijdig heeft ingesteld, aangezien hij pas begin maart 1997 kennis heeft gekregen van de bestreden beslissing. 3.1.
- De tussenkomende partij werpt op dat er in november 1996 overeenkomstig artikel 54, §4 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie X-7349-3/7 van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw (hierna: de stedenbouwwet) op het terrein een mededeling werd aangeplakt met betrekking tot het afleveren van een stedenbouwkundige vergunning, waardoor de verzoeker geacht wordt reeds op dat ogenblik op de hoogte te zijn geweest van het bestaan van de stedenbouwkundige vergunning. 3.
- De bestreden stedenbouwkundige vergunning moest noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend worden, zodat krachtens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen ingaat met de dag waarop de verzoekende partijen er kennis van hebben gehad of geacht moeten worden er kennis van te hebben gehad. Het mag evenwel niet in de macht van een potentiële verzoeker liggen, wanneer hij in de mogelijkheid is kennis te nemen van de bestuurshandeling die hij eventueel met een annulatieberoep wenst te bestrijden, die kennisneming voor onbepaalde tijd uit te stellen en daardoor de aanvangsdatum van de termijn van beroep willekeurig te verschuiven, zodat de rechtsgeldigheid en het voortbestaan van de bedoelde bestuurshandeling buiten weten, zowel van de overheid van wie zij uitgaat, als van alle andere belanghebbenden, in het ongewisse wordt gehouden, met alle nadelige gevolgen vandien. Het beginsel volgens hetwelk voorkomen moet worden dat de gelding van administratieve beslissingen te lang onzeker blijft, en dat aan voormeld artikel 4 van de procedureregeling ten grondslag ligt, eensdeels, en de noodzaak van een evenwichtige bescherming van de belangen én van de bouwheer én van de omwonenden en andere belanghebbende personen, anderdeels, brengen mee dat degene die meent te worden benadeeld door een stedenbouwkundige vergunning en die het bestaan van die vergunning moet vermoeden, de verplichting heeft om binnen een redelijke termijn gebruik te maken van de mogelijkheid om ten gemeentehuize kennis te nemen van de inhoud van de afgegeven stedenbouwkundige vergunning, bijvoorbeeld van de mogelijkheid die hem door het toentertijd geldende artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1971 tot uitvoering van artikel 63 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw werd geboden om ten gemeentehuize kennis te nemen van de inhoud van de afgegeven stedenbouwkundige vergunning. Eens die redelijke termijn is verstreken, neemt de termijn van 60 dagen om annulatieberoep in te dienen, een aanvang. Het is zaak van de partij die opwerpt dat de verzoeker kennis had of had kunnen hebben van een bestuurshandeling, het bewijs daarvan te leveren. X-7349-4/7 3.
- De tussenkomende partij brengt geen sluitend en controleerbaar bewijs aan dat de stedenbouwkundige vergunning door een behoorlijke aanplakking werd bekendgemaakt. Zij beperkt zich tot het aanbrengen van verklaringen, die dateren van januari 1998, van personen die verklaren dat er in november 1996 op het terrein een bord stond met de bekendmaking van de stedenbouwkundige vergunning. Gelet op het precaire karakter van deze stukken, moet worden aangenomen dat de verzoeker eerst begin maart 1997 het bestaan van de bestreden vergunning kon vermoeden. De exceptie wordt verworpen.
- Ten gronde 4.1.
- In het derde middel voert de verzoeker de schending aan van artikel 54, §1, tweede lid van de stedenbouwwet. De verzoeker stelt dat de tussenkomende partij de gemachtigde ambtenaar niet bij ter post aangetekende brief heeft verzocht over de vergunningsaanvraag te beschikken. 4.1.
- De verwerende partij repliceert dat artikel 54, §1, tweede lid van de stedenbouwwet de aanvrager de keuze laat zijn verzoek al dan niet aangetekend te versturen. 4.1.
- De verzoeker dupliceert dat artikel 54, §1, tweede lid van de stedenbouwwet de aanvrager de keuze laat om de gemachtigde ambtenaar te verzoeken al dan niet over zijn aanvraag te beschikken. Het verzoek zelf moet gebeuren per aangetekend schrijven. 4.1.
- De tussenkomende partij stelt in de eerste plaats dat hij wel degelijk op 20 mei 1996 een aangetekende brief naar de gemachtigde ambtenaar heeft gestuurd. Bovendien laat artikel 54, §1 de keuze tussen een aangetekende zending en een gewone zending. 4.
- Artikel 54, §1, tweede lid van de stedenbouwwet bepaalt het volgende: “De aanvrager, die na verloop van die termijn geen kennisgeving van de beslissing van het college heeft ontvangen, kan de gemachtigde ambtenaar, bij ter post aangetekende brief, verzoeken op zijn vergunningsaanvraag te beschikken;(...) X-7349-5/7 De gemachtigde ambtenaar beslist over de verlening of de weigering van de vergunning binnen dertig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aangetekende brief. Bij gebreke van een binnen die termijn genotificeerde beslissing wordt de vergunning geacht te zijn geweigerd”. 4.
- Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de tussenkomende partij bij een op 22 mei 1996 bij de post afgegeven aangetekende brief de gemachtigde ambtenaar heeft verzocht over zijn vergunningsaanvraag te beslissen. De verwerende partij betwist niet deze brief te hebben ontvangen. De beslissing van de gemachtigde ambtenaar op 9 oktober 1996, met andere woorden ruim na het verstrijken van de termijn die is ingegaan op de vermoedelijke ontvangstdatum van deze brief, is bijgevolg genomen in strijd met artikel 54, §1, tweede lid van de stedenbouwwet, dat voorschrijft dat de vergunning door het verstrijken van de zo- even vermelde termijn wordt geacht te zijn geweigerd. 4.
- Het derde middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 9 oktober 1996 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan Francis WENES de bouwvergunning wordt verleend tot het oprichten van een woning aan de Brusselsesteenweg te Asse (Zellik). Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-7349-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier februari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS X-7349-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.170 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div