← België

Arrest 190182 - Natuurbehoud - Vergunningen - 05/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.182 Rolnummer: A. 135530/VII-29555 Zaak: Arrest 190182 - Natuurbehoud - Vergunningen - 05/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-16 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 16:31 Fiche Arrest nr 190.182 van 5 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.182 van 5 februari 2009 in de zaak A. 135.530/VII-29.

  1. In zake : Joseph VAN DER EECKEN, die woonplaats kiest bij advocaat B. VERLEYEN, kantoor houdende te DENDERMONDE, Hekkenhoek 5 tegen : de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), die woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Joseph VAN DER EECKEN op 16 april 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (hierna : OVAM) van 11 februari 2003 houdende de ambtshalve verwijdering van afvalstoffen op een terrein, gelegen aan de Bevrijdingslaan te Appels-Dendermonde, gekadastreerd te Dendermonde, afdeling 2, sectie B, nr. 526 P, aan verzoeker ter kennis gebracht bij brief van 18 februari 2003; Gelet op het arrest nr. 118.659 van 25 april 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijk- heid van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST; VII-29.555-1/3 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 10 maart 2008 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, door één lid van de kamer wordt behandeld; Gelet op de beschikking van 2 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 januari 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. VAN DOOREN die, loco advocaat B. VERLEYEN verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P.-J. STAELENS die, loco advocaat J. NIJS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Over de ontvankelijkheid
  3. Overwegende dat het bevoegde lid van het auditoraat met een brief van 18 juni 2007 aan verzoeker inlichtingen vraagt over de toestand van het terrein, over de al dan niet ontruiming ervan en of die ontruiming ambtshalve door OVAM gebeurde dan wel door verzoeker en of hij nog over een actueel belang beschikt; dat deze brief met een schrijven van 7 september 2007 - betekend op 12 september 2007 - aan verzoeker is herinnerd; dat in dat schrijven ook is gesteld dat, indien binnen de termijn van 60 dagen geen antwoord wordt ontvangen, een verslag wordt opgesteld waarin zal worden voorgesteld om het beroep te verwerpen wegens gebrek aan actueel belang; dat verzoeker binnen de gestelde termijn hierop niet heeft gereageerd; dat hij na de betekening van het verslag, in een laatste memorie van 8 januari 2008 stelt dat hij nog steeds belang heeft aangezien hij onder druk van een ambtshalve verwijdering door OVAM zelf is overgegaan tot ontruiming van het terrein en hiervoor de nodige kosten heeft moeten doen; VII-29.555-2/3
  4. Overwegende dat een verzoeker die nalaat zijn volledige medewerking te verlenen aan de procesvoering voor de Raad van State blijk geeft geen volgehouden belangstelling te vertonen voor het verdere verloop van de procesgang; dat verzoeker in dezen tweemaal aangeschreven is geweest en pas nadien, na de betekening van het auditoraatsverslag waarin voorgesteld wordt zijn beroep af te wijzen wegens ontstentenis van actueel belang, heeft gereageerd; dat die laattijdige reactie er niet aan kan verhelpen dat hij zijn actueel belang heeft verbeurd; dat zijn beroep niet meer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf februari tweeduizend en negen, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-29.555-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.182 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.118.659 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.